Bron: BN-DeStem

 

Alle wegen van Nina leiden naar Italië

 

 

nina

 

Nina Cranen, die werkt als communicatieadviseur voor Moerdijk, heeft haar eerste boek gepubliceerd.

 

 

 

Wie zich ook maar een beetje verdiept in de persoon van Nina Cranen,

vraagt zich ogenblikkelijk af wat deze jonge vrouw

in Zevenbergen te zoeken heeft.

 

 

Het antwoord is even simpel als afdoend. Sinds kort woonachtig in Breda, is ze hier vorig jaar begonnen als communicatieadviseur voor de gemeente Moerdijk. En ze mag het hier dan erg naar haar zin hebben, zoals ze zelf aangeeft, het hart van deze 25-jarige vrouw ligt toch in Italië.

 

Geen wonder dus dat ze vorig jaar als journalist afstudeerde op een onderwerp dat zich voornamelijk afspeelt in het land van haar voorkeur. Die scriptie is deze maand in boekvorm verschenen onder de titel Huilende Handen. Indrukwekkend en soms schrijnend, haar beschrijving van de geschiedenis en de lotgevallen van een Oekraïense jonge vrouw die naar Italië emigreert in de hoop op een beter leven. Cranen zat er twee jaar geleden met haar Gemertse neus bovenop. Ze maakte kennis met deze Tatiana toen ze in Rome verbleef tijdens een stage en kreeg toestemming het verhaal van deze - illegale - immigrante op te tekenen. Maar ook haar eigen ervaringen met Italië zijn de moeite van het aanhoren waard.

 

Cranens italofilie is immers op veel meer gebaseerd dan op een enkele goed bevallen vakantie in het land waar de tomaten altijd beter smaken en de cultuur voor het oprapen ligt. “Het begon al op mijn zesde,” vertelt ze. “Mijn ouders namen me mee naar een Italiaans restaurant in Eindhoven, La Grotta Azzurra. Ik was helemaal overdonderd door de spaghetti bolognese op mijn bord, de druiven aan de muren - van plastic, maar dat zag ik niet - en vooral door de muzikanten met hun Italiaanse liederen.” Liedjes van Laura Pausini hoorde ze daar voor het eerst. Die maakten ook een grote indruk. “Toen ik twaalf was en een cd-speler kreeg, was mijn eerste cd er een van Laura Pausini. Ik wilde zo graag weten wát ze nu eigenlijk zong.” Toch besloot ze eerst te gaan studeren op de Hogeschool van Utrecht. Maar de lokroep van Italië bleef sterk. “Ik had net alles geregeld, mijn inschrijving voor de studie creatieve therapie en een kamer in Kanaleneiland toen mijn moeder me wees op een krantenadvertentie, waarin een au-pair gevraagd werd door een half Nederlands echtpaar in Lugano. Er stond een cursus Italiaans tegenover. Ik werd uit vijftien meisjes gekozen. Wég was ik.” In Lugano, ze was achttien, leerde ze Italië kennen. “De muziek, de mooie mannen, het keuvelen aan tafel met een glas wijn. Een heerlijke tijd. Ik had het aan de andere kant ook wel zwaar, met kinderen die chronisch aandacht tekort kwamen. Maar ik kreeg de taal goed onder de knie, ik spreek hem nu vloeiend.”

 

“Terug in Nederland heb ik me ingeschreven voor de opleiding journalistiek. Dat wilde ik daarvoor ook al, maar toen had ik er het lef nog niet voor. Uiteindelijk wist ik een plek te bemachtigen op de Christelijke Hogeschool Ede.” Maar Italië bleef roepen. Een jaar later ging ze terug, nu om te werken op een camping. Daar werd ze ook hevig verliefd. “Op de badmeester, ha ha. Diego, een rasechte Italiaan, de mooiste man die ik ooit heb ontmoet.” Haar wangen kleuren er nog van. De relatie duurde meer dan vier jaar. “Na twee jaar pendelen vond ik een excuus om voor langere tijd in Italië te kunnen verblijven. Achtereenvolgens was ik daar voor een studiereis, twee keer een stage en mijn afstudeerproject.” In die periode zocht ze hem op in Toscane, Bagno di Gavorrano, waar hij nog bij zijn moeder, vader, oma en grootovermoeder woonde. “Een heel andere wereld, vijftig jaar terug in de tijd, een simpele hard-werken-mentaliteit. Een vrouw die journalistiek studeert, dat vonden ze niet zo raar. Maar dat ik schrijven als werk beschouw, daar konden ze niet bij. Diego wilde vooral met mij pronken. Ik overigens ook met hem, maar ik had meer nodig, ik merkte dat we elkaar niet begrepen.”

 

Haar opleiding journalistiek bracht haar uiteindelijk voor een stage in 2007 naar Rome. “Aart Heering, de correspondent voor het AD die mij met veel kennis en kunde wereldwijs maakte in het correspondentschap, had me maar één ding laten beloven: zelf onderdak vinden. Dat bleek een verschrikkelijk lastige klus die ik zwaar onderschat had. Twee maanden lang heb ik wel een stuk of vier appartementen per week bekeken. Daarbij kwam ik een hele stoet huurbazen tegen - de ene Italiaan nog gladder dan de andere. De handel in kamers en bedden floreert rijkelijk, omdat Italië veel illegalen heeft. Die moeten wél ergens wonen. Daar kwam ik tussen te zitten. Natuurlijk, in Amsterdam of Utrecht is het ook moeilijk om een kamer te krijgen. Maar daar is het veelal een groep studenten die je beoordeelt. In Rome zijn het vaak migranten die een flat onderverhuren aan landgenoten. Meestal slapen er meerdere mensen op één kamer - man, vrouw, kind, alles door elkaar. Er is wel een deur, maar die kan niet op slot. In feite koop je alleen een bed, voor honderden euro’s per maand. Pure uitbuiting. Dat vond ik eng, ik voelde me daar niet veilig.” Na lang zoeken vond Nina iets voor zichzelf: “Een kamertje van negen vierkante meter in een dorp aan de rand van de buitenwijken van Rome, voor 250 euro per maand inclusief. Dat was voor mij te doen, dankzij mijn studiebeurs.”

 

Al met al heeft het Roomse leven op haar ingehakt, vertelt ze. “Ik kende Italië alleen nog van mondaine steden als Lugano en Milaan. Deze reality check kwam aan als een klap. Ik had niet verwacht dergelijke wantoestanden aan te treffen. Rome is echt een heel mooie stad, maar als je er dieper in gaat zitten, zie je een heel andere kant. Ik was naïef, wat dat betreft. Nou ja, wat wil je, ik was 22.” Het huis waarin ik terechtgekomen ben, werd ook door andere vrouwen bewoond. Daar leerde ik Tatiana kennen, de achttienjarige lijfeigene van haar vriend en baas, tevens mijn huurbaas.” Hoe deze Oekraiënse daar verzeild is geraakt en wat ze van jongs af aan heeft meegemaakt, fascineerde Nina dermate dat ze besloot haar scriptie aan Tatiana te wijden. De scriptie, nog geschreven op het Toscaanse platteland, is er gekomen. Een hoog cijfer kon ze echter vergeten, want haar betrokkenheid bij Tatiana zou de objectiviteit - een ijzeren voorwaarde in de journalistiek - in de weg staan.

 

Nina zucht: “Ik was van mening dat het zó moest worden opgeschreven dat het mensen moest raken. Zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Daarvoor ben ik ook de journalistiek ingegaan. Ik ben niet een ijskoude reporter. Daarnaast vind ik: als je de kans hebt om via de massamedia anderen te bereiken, dan moet je iets goeds doen. Dat is je plicht, je sociale verantwoordelijkheid.” Juist dat gevoel heeft haar ertoe aangezet om de scriptie als boek uit te geven, opdat iedereen het relaas tot zich kan nemen. Het boek is nu klaar. “Ik ben blij dat het er nu is,” zegt Nina Cranen opgelucht. “Al heb ik achteraf wel het idee dat ik niet in staat ben geweest om haar verhaal helemaal recht te doen. Maar ja, overdoen kan niet. Wat er nu te lezen valt, is al ernstig genoeg: mensen, dit gebeurt allemaal onder je neus! En niet alleen in Italië worden immigranten uitgebuit zodat wij er met name zelf beter van worden. Hier ook. Wat dacht je van de Polen in Nederland?” Haar engagement houdt niet op bij dit boek. Nina wil tijdens vakanties terug naar Italië, om de levensloop van migranten op het eiland Lampedusa op te tekenen. “Ik zit er met hart en ziel in,” zegt ze op gedecideerde toon. Voor een nieuwe liefde hoeft ze niet meer terug. Die heeft ze al gevonden, in Wenen. Maandelijks reist ze op en neer om haar nieuwe vlam te zien. “En raad eens?,” vraagt ze glimlachend. “Hij heeft voor de helft Italiaans bloed. Dat is toch niet toevallig?” Nina Cranen. Huilende handen. Roman, 114 bladzijden, 14,95 euro. Te bestellen via: www.freemusketeers.com.

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Nina Cranen

 

“Ik ben geboren op 8 december 1983 in Gemert. Het was juli 2002 toen ik naar Lugano vertrok, dat was meteen na het behalen van mijn havodiploma. Toen ik uit Lugano terug kwam, ben ik journalistiek aan de Christelijke Hogeschool Ede gaan studeren. In de zomer van 2004, mijn eerste studiejaar, ben ik gaan werken op een camping in Riotorto, Toscane. Daar werd ik verliefd op Diego. De jaren die volgen, pendelen Diego en ik op en neer. Hij woont in Bagno di Gavorrano, bij zijn ouders in.

 

In mei 2006 ga ik voor een studiereis naar Palermo en Lampedusa, samen met vijf studiegenoten, om daar een documentaire te maken over de migrantenproblematiek en het betalen van Pizzo (afpersingssom). In september 2006 loop ik stage bij Aart Heering, dat doe ik een paar maanden, in die tijd woon ik in een gehucht buiten Rome. In november 2006 begin ik met het schrijven van Huilende handen. Ik heb dan al geen contact meer met Tatiana. In maart 2007 begin ik aan mijn laatste stageperiode (die heb ik destijds bewust opgeknipt) als freelance journalist vanuit het huis van Diego en zijn ouders. In september 2007 beëindig ik mijn relatie met Diego. Op 18 oktober 2007 behaal ik mijn bachelor in de journalistiek. Op 27 maart 2008 begin ik als communicatieadviseur (voorlichten van de pers is één van de taken) bij de gemeente Moerdijk.”

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

“Huilende handen”

 

Huilende handen is de titel van het boek waarmee Nina Cranen (1983) debuteert. Het boek verhaalt over het leven van de Oekraïense immigrante Tatiana. Tatiana werd op haar vijftiende door haar moeder op een toeristenvisum naar Italië gehaald, zonder paspoort. Als Tatiana en haar moeder ruzie krijgen, besluit zij Calabrië te ontvluchten en haar geluk te beproeven in Rome. Daar leert zij hoe het is om als illegale immigrante te worden behandeld. Voor de buitenwereld een oppasmeisje en huishoudster, maar achter gesloten deuren lastig gevallen door de heren des huizes. Derderangs burger, uitschot. Cranen heeft haar boek gebaseerd op de werkelijkheid. In 2006 maakte zij kennis met Tatiana, toen zij zelf stage liep in Rome. In het boek laat zij duidelijk doorschemeren dat het lot van immigranten haar na aan het hart gaat. “Dit moeten mensen weten, dit kan niemand onberoerd laten.” De titel van het boek slaat op de reactie van Tatiana. Als zij het moeilijk heeft, dan ‘huilen’ haar handen. Dan laten ze een spoor achter zich van kleine plasjes zweet.

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Zie ook:

 

Zevenbergen in beeld

 

 

 

26 februari 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN