Een artikel uit de Bredase Bode van 10 december 2008

 

page18

 

Oud-medewerkers herinneren de Saval van Z.J. Sosinski

 

Na de oorlog wijzigde het productieproces:

uit afvalblikken werden honderdduizenden

 borden en koekenpannen geperst”

 

 

100_0034

 

De hoofdvorm van de voormalige fabriek Saval

(Foto: Kees Wittenbols – 2006)

 

 

“Uit afvalblikken werden na de Tweede Wereldoorlog honderdduizenden eetborden gemaakt en koekenpannen geperst,” vertelt oud-medewerker Janus Timmers. Saval kan men het beste associëren met Z.J. Sosinski en zijn medewerkers. Dan heeft men de kern te pakken. Dan vallen er namen als Mol, De Gardijn en Piet van Praet, de man van het magazijn, die elk doosje schroefjes dat hij uitgeeft, nauwkeurig in de kolommen van zijn cahier aangeeft met de afmetingen erbij. En de naam van degene die de opvraag deed.

 

 

Hergebruik lijkt vreemd voor een bedrijf als Saval dat alsmaar wil vernieuwen. Maar recyclen kan ook ‘aanpassen’ betekenen. Er wordt tijdens de wederopbouw, als Nederland economisch nog niet in het juiste vaarwater zit, door de directeur, die dan aan het bewind is gekomen, werk van gemaakt door de heer J.Z. Sosinski. Als Pools officier heeft hij Europa bevrijd. Hij herinnert zich het inklapbare blikken etenspannetjes waarmee hij de oorlog heeft overleefd. En… de fabriek maakt etensborden uit benzineblikken en ander afvalmateriaal.

 

 

Productie van koekenpannen

De oud-medewerkers van de fabriek vertellen hierover het volgende verhaal: “Tijdens de oorlogsjaren kon de productie, zij het op een zeer laag peil, draaiende worden gehouden. Na de oorlog duurde het enige tijd voordat weer voldoende grondstoffen ter beschikking kwamen voor een normale productie. Tijdelijk werd het productieapparaat gebruikt voor het vervaardigen van zeer schaarse gebruiksvoorwerpen uit afvalmaterialen: honderdduizend blikken etensborden werden geperst uit oude benzineblikken: een grote partij koekenpannen verliet het bedrijf.” Voor het voortbestaan van Saval was het echter van groot belang dat het verouderde en door de oorlog gehavende machinepark in die periode werd vervangen door weliswaar niet nieuwe, maar toch zeer goede andere machines. Na de terugkeer tot normale omstandigheden werd de volle aandacht besteed aan de ontwikkeling van brandblussers.

 

 

Brand in de stad

De crisistijd. Hoe is het dan gesteld? In de jaren dertig werd het productieprogramma uitgebreid met verschillende andere producten. Vervaardigd werden ‘eeuwigdurende’ lucifers, waartoe zelfs een apparaten N.V. werd opgericht (N.V. Chemische Fabriek Unifer). Dit laatste product werd na enkele zeer ernstige bedrijfsongevallen weer afgestoten. Kleine blusapparaten winnen terrein. De Stadsbrand van Enschede van 7 mei 1862 speelt hierin een rol. Een onvoorzichtig aangestoken kachel was er de oorzaak van. Binnen vijf minuten brandde een hele straat af en het vuur vrat door naar 650 andere huizen. Daarvóór in 1772 was door een onhandige toneelmeester in de Amsterdamse schouwburg een der coulissen in brand geraakt. Binnen een half uur stond de hele schouwbrug in lichterlaaie. De kaarsenkronen stortten naar beneden en vervolgens het hele plafond. Kleine oorzaken, grote gevolgen. Kleine brandblussers worden door historische studie ontwikkeld om grote calamiteiten te voorkomen. Na 1950 komt er door de explosieve ontwikkeling van de scheepsbouw het accent weer te liggen op de brandblusinstallaties. In de jaren vijftig wordt de fabriek groter. De productieruimte wordt uitgebreid. De terugloop van de scheepsbouw heeft gevolgen voor het bedrijf, maar Sosinski en zijn mannen weten steeds iets op de markt te zetten dat aanslaat.

 

 

Het rode boekje van Saval

In de jaren van 1964 tot 1970 stijgt de bedrijfsomzet. In zijn sector wordt de fabriek de grootste in Nederland met een in 1968 getaxeerde omzet van 10 miljoen gulden en een werknemersbestand van 200 man. Door aankoop van 2000m2 nieuw terrein, grenzend aan de bestaande fabrieks- en magazijngebouwen aan de Haagweg, in het voorjaar van 1969, breidt Saval haar bedrijfsterrein uit tot 12.000 m2. Naast de productie van brandblusapparaten en sprinklerinstallaties zet Saval als eerste de zogenaamde BCF installatie op de markt. Door de hand en vlotte pen van wijlen Godfried Bomans blijft Saval zich bewust van de producten die zij voor opflakkerende en uitslaande branden maakt. Op 22 mei 1970 werd het rode boekje van Saval uitgegeven ter gelegenheid van de feestelijke opening van een nieuwe fabriekshal. Op voor- en achterkant staan brandweerlieden met een springkussen en de noten van een “march des pompiers” (brandweermars) afgebeeld. En brandmeester Koperbuik legt uit dat het uitslaande brandje zijn voorkeur heeft en groot alarm boven loos alarm omdat dit zo weinig indruk maakt.

 

 

De heilige Florianus

Dat brandweerlieden een schutspatroon hebben ligt voor de hand en dat is de heilige Florianus. Die heilige heeft alles met water en wel als volgt: Vanwege zijn christelijke geloof werd Florianus door keizer Diocletianus (ca. 304) ter dood veroordeeld. Met een zware steen om zijn nek zou hij op de vierde mei van het jaar van zijn terechtstelling van de brug over de Enns (een zijrivier van de Donau) worden gesmeten. God had Florianus het eeuwige leven beloofd en hij vond het allemaal niet zo erg. Om goed aan te komen vroeg hij om te bidden en zei: “God neem mijn ziel in genade op.” Een ongeduldige toeschouwer vond dat het allemaal nogal lang duurde, hij duwde de bewakers opzij en voerde eigenhandig het vonnis uit. Florianus stortte in de rivier maar onder het wateroppervlak tilde een mini vloedgolf hem op, die hem veilig op een rotspunt tilde. Een adelaar streek neer waarop de drenkeling plaatsnam. De vogel wiekte niet ten hemel. Maar hij bracht Florianus veilig thuis. De kracht van zijn christelijk geloof had hem beschermd.

 

 

Verkoopleider Leyten

Het is de tijd dat verkoop leider Leyten nauwlettend de bewegingen op de markt bestudeert. Hij moet de mensen instrueren de producten aan de man te brengen. Met kennis van zaken leidt hij de vertegenwoordigersvergadering, terwijl Els de Vos geest en lichaam niet vergeet. Ze neemt de telefoon aan en voelt zich niet te groot om voor de vertegenwoordigers te letten op de inwendige mens door broodjes voor hen te smeren, zodat geen kostbare bedrijfstijd verloren gaat. De fabriek draait als een lier. Jan Ripson en De Gardijn werken aan de machines. Ze zijn in de oorlog 40-45 weliswaar niet vervangen door geheel nieuwe, maar toch door zeer goede andere machines. In de fabriek wordt gewerkt. Op kantoor wordt gedacht. In de fabriek vertellen de medewerkers dan ook Piet Jochems - de chef van de afdeling verkoop - dat een beambte en een bonestaak hetzelfde zijn: ze wortelen geen van beiden. Guus Bartels, die tesamen met zijn vader Bert Bartels meer dan 70 jaar lid zal zijn van Groen-Wit, zit op maandag nog even na te denken over de geleden nederlaag tegen Bavel. Uit zijn overpeinzingen wordt hij gewekt door de heer van Oers, chef van de afdeling verkoop en hoofdvertegenwoordiger. Opvallend is het feit hoe behendig Steven Huls, die in Breda terecht de vrijwilligerspenning krijgt om de stad beter rolstoeltoegankelijk te maken, zijn werk ter hand neemt en tot in de puntjes afwerkt. Voor Van der Lint, Pisters, Van Eck en vele anderen is hij het baken om in korte tijd de nodige know how aan te leveren. Een natuurlijk talent dat ook door de directiesecretaris Van der Goes van Naters op juiste waarde wordt geschat. Maar ook herinneren de medewerkers de directeur Z.J. Sozinski als mens. Een vastberaden persoon, die Europa bevrijd heeft van de Nazi’s en... die ieder jaar de gewoonte met iedereen de handen te schudden. Met een praatje en een vraag voor iedereen. En die tocht maakt hij niet met Madeleine Hoppenbrouwers, zijn vrouw aan zijn zijde, Mol, de adjunct-directeur, van Campenhout van de loonadministratie, van Loon van de boekhouding of iemand anders van het bedrijf, maar niemand minder dan zijn soldatenvriend generaal Maczek!

 

 

Panden die in rook opgaan!

In de moderne geschiedenis wordt Breda geteisterd door vele branden, waarbij de brandweer de overslag kan uitsluiten. De felle brand bij de Vier Gezusters, vlak naast de Grote kerk deed het ergste vrezen. Angstaanjagend was ook de brand bij Mermans aan de Nieuwe Ginnekenstraat. Met behulp van Saval instrumentaria werden de branden te lijf gegaan. De poederblussers waren gemakkelijk bij inpandige vuurtjes die smeulden. De GTS brandde af.

 

 

brand-1

 

Brand bij Mermans aan de Nieuwe Ginnekenstraat

(Foto: Stadsarchief – Breda)

 

 

 

brand-3

 

Brand hoekpand Haagdijk 180

(Foto: Stadsarchief – Breda)

 

 

 

brand-2

 

De Pekhoeve brandt af in 1980

(Foto: Stadsarchief – Breda)

 

 

 

image043

 

Tweede brand bij de reeds leegstaande GTS op 19 januari 1980

(Foto: Henk Wittenbols)

 

 

 

image041

 

Idem

 

 

En de Molen aan het van Coothplein. Bij welstand - waar de schrijver werkte - lag juist een plan klaar om de molen het Fortuin in oude luister te herstellen, hetgeen bij architect J.A. van den Berg, de voorzitter destijds opmerking ontlokte: “weten ze in Breda geen raad meer met een pand en de ontwikkeling daarvan, dan gaan niet de plannen in rook op maar de panden zelf.”

 

 

 

image018

 

Molen “Het Fortuin”

(Foto: Henk Wittenbols – 1985)

 

 

 

image020

 

Idem

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Saval heette eerst Torpedo!

 

 

Saval heette eerste Torpedo. Het ontstaan van Saval wordt door onze lezer en schrijver Kees Wittenbols vakkundig samengevat in zijn overzicht van bedrijven 1900-2000. “Twee Rijsbergse koekfabrikanten: Jos Hoppenbrouwers en Jan Sweep en de garagehouder Frans van Schaik, komen eind december 1925 overeen een fabriek op te richten van brandblusapparaten. Saval is een samentrekking van: “saving all.” In eerste instantie is voor de naam “Torpedo” gekozen. Maar deze naam blijkt in gebruik te zijn. Jos van Ermengen, die in fabriek voor brandblussers in Parijs werkt, is de vierde man in het proces. Hij fungeert als geldschieter en draagt veel kennis over aan metaalbewerker Van Schaik. Met de productie en verkoop van blusapparaten gaat het ondertussen voorspoedig. Er worden contacten gelegd met brandverzekeringsmaatschappijen, met veel landbouwers onder hun klanten. In 1927 worden door de brandassurantie van den Noord Brabantse Christelijke boerenbond tweeduizend brandblusapparaten besteld. In 1927 wordt gewerkt met een drietal metaalbewerkers en twee jonge jongens. Een half jaar later is het personeelsbestand als verdubbeld tot tien personen. 80 werknemers in 1940. In 1968 werkten er bij Saval 200 mensen. In 1929 koopt men een timmerfabriek met woonhuis aan de Haagweg. In 1930 wordt hier begonnen. In 1986 verlaat men het complex aan de Haagweg en verhuist men naar de fabriek in Prinsenbeek (Frijado) en inmiddels is Saval gevestigd aan de Huifakkerstraat.

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

De stadsbrand van Londen:

“Een oud wijf pist hem uit!”

 

 

Een uitmuntend controleur van brandblusapparaten is Henk Weijers. Hij heeft zijn technische kennis. Henk heeft een basiskennis die hem in zijn werk een enorm voordeel oplevert. De acquisiteur bezit de Winkler prins encyclopedie. Na het werk slaat hij die open en zoekt New-York, Rome en Londen op, de grote wereldsteden. Al die steden - ontdekt Henk - hebben allemaal wel eens in lichterlaaie gestaan zonder dat de overheid er zich al te zeer om bekommerde. In het geval van de stadsbrand van Londen in 1666 was de situatie hopeloos. In de Theems stond weinig water en er woei een forse bries. De brand begon bij een kleine bakker in Pudding Lane en dat was rampzalig. Naast het winkeltje stonden houten pakhuizen, tot de hanenbalken toe vol met gretig brandend materiaal: olie, jenever, teer, pek, hout, touw.

 

Bovendien was het lange tijd kurkdroog geweest. De brand raasde vier dagen en nachten door de stad. 13.000 van de 15.000 houten huizen waren in de as gelegd en meer dan 200.000 mensen waren dakloos. De lord Mayor, sir Thomas Bludworth (welke naam men niet dient te vertalen als: “bloedworst”) werd de eerste nacht wakker gemaakt en toen sprak hij - mede door het feit dat hij in zijn slaap was gestoord - de historische woorden: “Ach, kom, zo’n rottig klein brandje, een oud wijf kan het wel uitpissen.” Waarna hij zich omdraaide en doorsliep. Met die parate kennis was het Henk Weijers niet zwaar iedere dag overtuigd te zijn van zijn missie om de brandblusapparaten in huis te nemen om een grote ramp te voorkomen.

 

 

 

13 december 2008

 

Home

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN