Bron: BN-DeStem

 

Bloed op de Markt van Geertruidenberg

 

 

image097

 

Op de nu zo vredige Markt van Geertruidenberg is veel bloed gevloeid.

(Foto: Kees Wittenbols).

 

 

Het was een plek waar in het openbaar executies plaatsvonden. Hoeveel ‘kwaaddoeners’ er daar tussen die oude gevels de dood hebben gevonden, weten we niet. De archieven van de stad maken slechts terloops melding van die macabere gebeurtenissen. Een paar voorbeelden in de uit 1938 daterende Kroniek van Geertruidenberg. Het openbaar doden van mensen bij wijze van straf zoals dat nu in landen als Iran nog plaatsvindt, is een praktijk die in deze kleine vestingstad honderden jaren heeft geduurd.

 

Neem het jaar 1304, een tijd van oorlog tussen Holland en Brabant. Hertog Jan van Brabant trekt met een leger door de Langstraat en overmeestert na heftige tegenstand de stad. “En laat drie van de voornaamste burgers onthalzen.” De Hollandse graaf Willem III schenkt de burgers in 1335 het dubieuze recht dat zij “Zonder wederopzegging door eigen schepenen gevonnist zullen worden.” Of het een voorrecht is om door je eigen wethouder naar de galg gestuurd te worden, is natuurlijk twijfelachtig. In 1397 worden de wetsdienaren van Geertruidenberg gemachtigd om misdadigers tot anderhalve mijl buiten de stad te achtervolgen en te vonnissen. In april 1550 betaalt de stadsbode van Geertruidenberg 23 gulden “om de scherprechter te spreken en te betalen datgene dat door de heren verteerd is toen twee misdadigers geëxecuteerd werden.” De beul, soms ook “de meester van het scherpe zwaard” genoemd, krijgt 15 gulden voor het onthoofden en hangen van de twee boeven. In 1553 worden niet de schutters van Geertruidenberg, maar die van Made opgeroepen om te assisteren bij de executie van drie misdadigers. In 1556 vinden we een betaling aan ene Kunder Gerijtz, “die tot drie keer toe misdadigers naar de galg gevoerd heeft.” Broeder Bonifacius, die de veroordeelden geestelijk heeft begeleid, krijgt 2 gulden.

 

In 1563 melden de annalen dat “de lapper” zich in de gevangenis – vermoedelijk onder het stadhuis – van kant heeft gemaakt. Dat is duivelswerk. Zijn lichaam ondergaat de straf van een zelfmoordenaar. Het wordt naar het galgenveld vervoerd en aldaar op een mik, een soort gevorkte paal, te kijk te hangen. In 1609 vindt er een bijzondere executie plaats, want, zo lezen we: “Het schavot opgericht voor het stadhuis om een jonge vrouw te onthoofden.” In 1610 wordt aan de Steelhovensedijk een nieuwe galg opgericht, maar ook binnen de stad wordt er nog geëxecuteerd, zoals op 11 oktober 1741 als Jan Peetersz en Sabrien Claeszn, “beiden heidenen,” naar de galg worden gevoerd. Na zo’n terechtstelling gingen de schout, de schepenen en de beul eten en zich bedrinken in de plaatselijke herberg. Niet vanwege hun zonden, maar wegens het verteer van de rechters en de beul zijn de misdadigers in de stadsgeschiedenis vernoemd.

 

 

 

 

Zie ook:

 

Geertruidenberg in beeld

 

 

 

4 maart 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count