Bron: BN-DeStem

 

Carbidschieten is een oude traditie

 

 

carbid

 

Carbidschieten is een oude traditie, bedoeld om de kwade geesten te verjagen,

opdat het nieuwe jaar ook echt een gelukkig jaar kan worden.

 

 

Ter gelegenheid van oudjaar nu eens geen rubriek over een historische plek, maar over een historisch gebruik: ons jaarlijks miljoenen euro’s kostende gevecht tegen de boze geesten. Het is een oorlog met de duivel die een paar uur duurt en waar we bijna allemaal met liefde en plezier aan meedoen. Want wie steekt er geen vuurwerk af? De behoefte om veel lawaai te maken aan het begin van het nieuwe jaar is eeuwenoud. Het is zo iets als hard zingen in de nacht, je hoort het gekraak en gepiep om je heen niet en dat overstemt je eigen angsten. Volgens oeroud volksgeloof zou de duivel niet zo lawaaibestendig zijn, dus verjagen we tijdens de jaarwisseling al honderden jaren de kwade geesten van het voorbije jaar en verwelkomen we het nog zuivere nieuwe jaar, al is het de vraag of iemand daar vanavond aan denkt als er rotjes worden afgestoken. “Toen we nog geen geld hadden om vuurwerk af te steken, gebruikten we carbidbussen,” herinnert heemkundige Jan de Vet uit Gilze zich, “ja, om de boze geesten te verjagen, zodat het een gelukkig jaar zou worden, zonder rampen.”

 

Voor het knallen met een carbidbus kon een blik met een deksel gebruikt worden, maar een solide melkbus gaf de hardste klappen. Bovendien had zo’n bus als bijkomend effect dat je het deksel meters weg kon schieten, op zichzelf een niet ongevaarlijke bezigheid. Het carbidschieten kon met elke bus, als er maar een gaatje in de bodem zat. Je deed er een stuk carbid in, met een paar druppels water, het deksel stevig op de bus, wachten tot het gas zich ontwikkelde en dan een lucifer voor het gaatje: boem! Carbid was er altijd bij de hand, weet Jan de Vet: “Je gebruikte in die tijd carbidfietslantaarns. Daar zat een brokje carbid in met achteraan een tankje water en een kraantje dat druppelsgewijs het carbid liet vergassen. Die lantaarns brandden heel fel; alleen als het vroor, kon je reservoir wel eens bevriezen en had je geen licht. Ontdooien? Ja, door erop te plassen.” De Vet herinnert zich ook meer melodieuze gebruiken rond de jaarwisseling, zoals het nieuwjaarszingen: “Dan ging je bij de buren en bij familie zingen in de hoop een cent of iets eetbaars te krijgen.” Een van de nieuwjaarsliedjes kent hij nog: “Nieuwe jaorke Douwe, De katjes zijn verkouwen, Ze zitten in een schuitje, Ze blazen op een fluitje, Ze roepen alle paor om paor, Ik wens oe Zaolig Nieuwjaor.” Volgens De Vet betekende het nieuwjaarszingen een extraatje voor arme mensen, zoals dat ook met het Driekoningenzingen het geval was: “Het was gebruikelijk om op nieuwjaarsdag de baas een zalig nieuwjaar te wensen. Die haalde dan een rijksdaalder, of minder, uit zijn vestzak, gaf dat aan zijn knechts en zei: insgelijks zoalig nieuwjaor.”

 

 

 

31 december 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN