Bron: www.bndestem.nl

 

Complexe processen in de wijkontwikkeling

 

“Wil je betere wijken, doe het vanaf dag één met de bewoners”

 

 

image002

 

Het Dr. Struyckenplein in de Heuvel in Breda.

Plein met ambitie, smachtend naar uitvoering daarvan.

Die ligt nu stil, want de markt heeft even afgehaakt.

Complexe processen in de wijkontwikkeling, doceert wetenschapper Anita Kokx.

(Foto: Kees Wittenbols – 2006)

 

 

BREDA - Als je nu maar huizen renoveert, hier en daar een boom en een wipkip plant

 en de straat opkalefatert, verbetert als vanzelf het leven van de mensen in de buurt.

 

 

En als je dan ook nog arme en middenklasse huishoudens in de wijk weet te mixen in huur- en koophuizen, dan blijft het ook nog een beetje netjes. Maar helpt dat type overheidsingrijpen om de leefbaarheid in buurten te verbeteren? Nee tot zeer ten dele, leert een doorwrocht onderzoek van vier wetenschappers van de universiteit Utrecht. De vier onderzochten aanpak en vooral effecten op leefbaarheid en samenhang van ‘herstructurering’ in zes volkswijken in grote steden. Een van hen is oud-raadslid van Breda en sociaal-geograaf Anita Kokx. Essentie van haar verhaal: “Natuurlijk moet je niet niks doen. Je moet afgeleefde huizen opknappen of vervangen en als de openbare ruimte versleten is, moet je die aanpakken. Maar voor verbetering van leefbaarheid is veel meer nodig. Cruciaal zijn de rol en de opvattingen van bewoners.” En volk mengen helpt niet: “Dat is een doodlopende weg. Mensen willen met gelijkgestemden in een buurt wonen.” Een van de onderzochte wijken is het Bredase Heuvelkwartier, gerealiseerd tussen 1946 en 1955. Een pareltje van na-oorlogse stedenbouw (was getekend: Grandpré Molière) en - qua sociale problematiek - nauwelijks vergelijkbaar met volkswijken in pakweg Rotterdam of Den Haag. Dat is misschien ook de verdienste van de Bredase aanpak, zegt Kokx.

 

“We constateren een paar grote verschillen in de effectiviteit van al dat beleid. Cruciaal zijn een paar dingen. Misschien is wel de belangrijkste dat je bewoners vanaf het allereerste begin veel invloed laat hebben op de agenda voor de wijkverbetering. Deel het probleem met hen. Laat zien, als bestuur, wat je mogelijkheden en wat je grenzen zijn. Daar zijn beleidsmakers vaak nog bang voor.” Volgens het onderzoek is dat in de Heuvel vrij goed gegaan. “De brede school daar is aangedragen door bewoners. En dat zijn niet alleen stenen. Dat is sociaal beleid. Je moet, als je de verbetering van het leefklimaat in buurten serieus neemt, duurzaam, blijvend in sociaal beleid investeren. In onderwijs, in voorzieningen. Winkels bijvoorbeeld. Loop daar maar iets te hard mee, zelfs. Dat maakt vernieuwing zichtbaar voor de mensen. Het is dan ook heel jammer dat de nieuwe invulling van het Dr. Struyckenplein is vertraagd. Misschien had dat anders gekund. De complexiteit is misschien wat onderschat. En je kunt investeerders natuurlijk niet dwingen.” Duurzaam sociaal beleid voeren naast stenen metselen, dat lukt niet altijd. Kokx: “Veel sociaal beleid is versnipperd en van korte duur. De tijdshorizon van bestuurders is maar een paar jaar: de volgende verkiezingsdag.” Het probleem van na-oorlogse wijken ziet er in een notendop zo uit: soms zijn ze - er was woningnood! - in een hoog tempo gebouwd met concessies aan de kwaliteit. Dat geldt nauwelijks in de Heuvel. Tweede probleem: met de groeiende welvaart en de aanleg van nieuwbouwwijken aan de stadsranden, trokken de wat welvarender bewoners de buurt uit. Hun plek werd ingenomen door huishoudens, onderaan de sociale ladder. Allochtonen vooral.

 

 

 

image005

 

Dr. Struyckenplein (2) – Breda

(Foto: Kees Wittenbols – 2006)

 

 

 

In de Heuvel wonen 29 procent allochtonen, in de overige onderzochte wijken is dat gemiddeld bijna de helft. In Rotterdam-Pendrecht is het tweemaal zoveel. De Heuvel lijkt een beetje de modelwijk uit het onderzoek. Bewoners zijn er gemiddeld heel tevreden over, velen keren terug na renovaties. Sleutelfactor: betrokkenheid, ook in het vernieuwingsproces. Kokx: “De buurt had al goede netwerken. Clubs. Heel veel vrijwilligers. Een heel actieve wijkraad. Daar hebben de projectmensen heel goed gebruik van gemaakt.” In veel vernieuwingswijken gaat daarentegen het mis. Kokx: “Daar is het wantrouwen van bestuurders tegen bewoners groot. Die zijn maar lastig. Of er wordt gezegd: Dé bewoner bestaat niet, dus vergeten we ze maar.” Of er komt een klankbordgroep. “En dan zeker ook nog vertrouwelijkheid opleggen? Dat werkt niet. Zo'n klankbordgroep is vooral op beheersbaarheid gericht. Het gaat ook om gevoel. Je moet naar de mensen op zoek gaan, ook als je niet meteen die bestaande, in de wijk vertrouwde netwerken kunt inzetten.”

 

 

 

image007

 

Mgr. Nolensplein – Breda

(Foto: Kees Wittenbols – 2006)

 

 

We staan op het Nolensplein, met de kerk van Grandpré Molière die straks een multifunctioneel buurtcentrum wordt. Op de achtergrond zien we de kranen van Sculptura, het rijtje torens dat de nieuwe zuidflank van de Heuvel vormt. “Tot nu is er in de wijk heel wat gesloopt en nieuw gebouwd. Bijna de helft van de nieuwbouwhuizen is weer betrokken door oorspronkelijke Heuvelbewoners. Dat zie je bijna nergens zo goed gaan. Bewoners willen graag in hun wijk blijven wonen. Maar dan moet dat wel betaalbaar blijven. Daar maak ik me zorgen over. Want corporaties zijn, ook financieel, veel belangrijker geworden in de stadsvernieuwing. Ze zijn ook anders naar hun vastgoed gaan kijken. Ze moeten kiezen: wat laten ze prevaleren, de belangen van de buurt of hun eigen vastgoedmanagement? In Breda-Noord staat ook heel wat sloop op het programma. Als je de sociale woningvoorraad verder verkleint, komen mensen in de kou. Want daar zijn nog heel veel huishoudens op aangewezen.”

 

 

image017

 

Hudsonstraat – Breda

(Foto: Kees Wittenbols – 2006)

 

 

Veel gaat mis in de stadsvernieuwing door de moderne bestuurlijke afrekencultuur: prestatiecontracten, controle op controle. Kokx: “Dat werkt niet in dit soort processen. Je moet professionals in de wijkvernieuwing veel ruimte geven om in netwerken met bewoners en andere belanghebbenden samen te werken. Hier kan ook Breda nog wat leren. Niet alles tot in cijfers achter de komma aan anderen opleggen. Al die vastleggerij: Het is ook luiheid bij bestuurders. Wantrouwen ook. Maar vertrouwen en flexibiliteit zijn de sleutels voor succes.”

 

 

 

 

20 januari 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN