logo

 

Corrigeren criminele jongere vergt geloof

 

Zaterdag 1 december 2007

 

Hoe om te gaan met ernstig criminele jongeren?

Na het uitzitten van hun straf vervalt meer dan 80 procent binnen enkele jaren

opnieuw in hetzelfde gedrag, zo leert de praktijk.

 

Bij sommige groepen ligt het risico op herhaald crimineel gedrag zelfs boven de 90 procent.

In veruit de meeste gevallen gaat het om ernstige vormen van criminaliteit.

 

 

criminele jongeren

 

Jongeren erkennen vaak niet eens dat ze een probleem hebben.

 

 

Pogingen om de criminele carrières van deze jongeren - meestal jongens - om te buigen, lopen in de meeste gevallen op niets uit. Zijn we eigenlijk wel in staat om nog iets met deze groep aan te vangen? Mijn antwoord op deze vraag luidt 'ja,' mits we de collectieve opvatting doorbreken dat deze jongens 'nergens voor deugen.'

 

De huidige pogingen om criminele jongeren op het rechte pad te brengen, hebben gemeen dat ze gericht zijn op het opheffen van een materieel of objectief tekort. Dit tekort kan liggen op het vlak van opleiding, werk, huisvesting, gezin of relaties, maar bijvoorbeeld ook op het vlak van sociale of cognitieve vaardigheden. Veel justitiële jeugdinrichtingen werken vandaag de dag met behandelprogramma's, waarin het aanleren van allerhande competenties centraal staat. Het gaat dan om tamelijk basale zaken, zoals leren op tijd op te staan en dergelijke.

 

Hoewel deze programma's een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan reïntegratie, gaan ze mijns inziens voorbij aan een cruciale succesfactor: de betekenis die jongeren toekennen aan hun gedrag en aan de behandelprogramma's waaraan ze worden blootgesteld. Het aanleren van competenties, het vinden van huisvesting, een baan en zelfs een vriendin blijken onvoldoende voorwaarde voor succes. Mijn stelling is dat het ombuigen van crimineel gedrag alleen kans van slagen heeft als de betreffende jongeren er zelf in geloven.

 

Ter onderbouwing van deze stelling maak ik een uitstapje naar het medische veld. Waarom genezen patiënten na een behandeling? Onderzoek laat zien dat de behandeling zelf hooguit een deel van de genezing kan verklaren. Patiënten genezen niet alleen door de feitelijke behandeling die ze ondergaan, maar ook door de betekenis die ze hieraan toekennen.

 

Als patiënten geloven en verwachten dat ze een genezende behandeling ondergaan, hebben ze ook daadwerkelijk een grotere kans op genezing. Allerhande kenmerken van de behandeling kunnen hieraan bijdragen: de placebo-pil, de witte jas van de dokter, de aan hem of haar toegeschreven deskundigheid, de 'veelbelovendheid' van de uitgevoerde behandeling, het technologische uiterlijk van de behandelapparaten, de vriendelijkheid van het ziekenhuispersoneel, et cetera. Een lange lijst van factoren oefent zo een heel reële invloed uit op het genezingsproces. Het onderzoek laat bovendien zien dat een arts die een groot geloof heeft in de behandeling meer bereikt bij zijn patiënten dan een collega die dit geloof niet heeft.

 

In wetenschappelijk Engels heet dit het 'belief effect:' mensen geloven dat een bepaalde uitkomst zal optreden en dit geloof vergroot vervolgens de kans dat deze uitkomst ook werkelijkheid wordt. Dit is een reëel fenomeen dat niet alleen bij medische interventies is vastgesteld, maar bijvoorbeeld ook in het onderwijs (leerlingen presteren beter als docenten in hen geloven) en in de bedrijfskunde (personeel werkt beter als de manager in hen gelooft).

 

De relevantie van deze voorbeelden voor de behandeling van criminele jongeren ligt voor de hand. Waar bij medische behandelingen tal van effecten aan de orde zijn die de kans op genezing verhogen, zien we bij de behandeling van criminelen juist een veelheid aan effecten die de kans verkleinen dat de behandeling zal aanslaan.

 

Dit begint al bij de jongeren zelf: ze erkennen vaak niet dat ze een probleem hebben, laat staan dat ze gemotiveerd zijn om ervoor behandeld te worden. Ze plegen niet zelden verzet tegen hun behandeling. Bij veel behandelaars zien we na verloop van tijd ook negatieve 'belief-effecten' optreden, uitmondend in de overtuiging dat er van deze jongeren niks terechtkomt. En uiteindelijk zien we deze houding van ongeloof in resocialisatie terug op allerlei niveaus.

 

Dit alles leert ons dat dit collectieve ongeloof een sterk negatief effect heeft op onze pogingen criminele jongeren op het rechte pad te brengen. Resocialisatie van criminele jongeren vraagt om mensen die in hen (durven) geloven en uiteindelijk om jongeren die in zichzelf (durven) geloven.

 

 

 

Ben Rovers is Lector Jeugd & Veiligheid aan de Avans Hogeschool in Den Bosch.

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

1 december 2007

 

Home

 

stats count

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN