De aloude HAAGDIJK

 

van oudsher één der drie toegangswegen naar het oude stadscentrum van Breda.

 

Tevens het méést gevarieerde winkelcentrum voor menigeen, net om de hoek.

 

 

image001 (2)

 

 

 

In een eerder artikel over de Haagdijk was al gememoreerd dat die Haagdijk zo’n aparte en sfeervolle winkelstraat is, die mijns inziens zijns gelijke niet kent in de wijde omgeving. Toegegeven, de Boschstraat en de Ginnekenweg zijn ook van die oude toegangswegen met een vrij groot winkelbestand. Maar onlangs heb ik de Haagdijk weer eens wat beter bekeken dan dat ik doorgaans doe als ik in Breda moet zijn. Wat in het bijzonder opviel was dat er zovele bedrijfjes en winkels zijn, die je normaliter niet in een al of niet groot wijkwinkelcentrum aantreft. Trouwens vaak ook niet in een echte binnenstad.

 

Is een wijkwinkelcentrum min of meer standaard voorzien van minimaal één supermarkt, een drogist, een groenteboer, een bakker en een slager en vaak ook nog een slijterij, alsmede een ‘dagbladwinkel’ om het eens op z’n Vlaams te zeggen, maar dan houdt het toch vaak op. O ja en de geijkte cafetaria mogen we natuurlijk niet vergeten. Wel, al deze branches zijn dan óók vertegenwoordigd op ons aller Haagdijk, dat staat sowieso buiten kijf.

 

De echte centra van de grotere binnensteden van ons land kenmerken zich, naast de landelijke warenhuizen, toch veelal door een schier oneindig groot aantal franchise zaken met wat men gemakshalve dan maar noemt: mode. Ik noem het liever: spijkerbroekenwinkels en natuurlijk niet te vergeten het oneindig aantal schoenenwinkels en natuurlijk word je er geconfronteerd met allerlei telefoonwinkels, waarbij de ene een nog goedkoper abonnement schijnt aan te bieden dan de ander (waar zitten die angeltjes dan toch?). Ik ga haast geloven dat de gemiddelde Nederlander minimaal drie van die rotdingen permanent loopt mee te zeulen in zijn zak of tas, want al die zaken blijken nog steeds genoeg klandizie te hebben, om die peperdure huren op te kunnen blijven brengen.

 

 

haagdijk

 

 

Wel, voor mode, schoenen en andere textiel hoef je dus ook niet naar dié straten, die in het hele land door schijnbaar één en dezelfde architect en/of interieurontwerper, tot een misselijkmakende eenheidsworst zijn gefabriceerd. En dan kom ik weer op de oudste winkelstraat terug van ons aller Breda, de Haagdijk. In 1368 trouwens kwam de naam al voor in een oorkonde uit het archief van het Begijnenhof en in de toenmalige spelling beschreven als zijnde: ‘Haeghdijc.’ In 1682 werden de vestingwerken gereconstrueerd en ook de Haagdijk werd met een kwart ongeveer ingekort. Het gesloopte gedeelte heette Fellenoord. Typerend was ook dat met name sinds 1747, toen een raadsbesluit voorschreef, dat het voor Joden verboden was zich binnen de stadsmuren te vestigen, dat er velen zich net buiten die muren gingen nestelen en dat werd dan weer de aanzet tot een dichtbevolkte en welvarende handelsstraat. De Haagdijk dus! Want Joden waren namelijk ook uitgesloten van vele andere beroepen, ergo: de handel was het enige wat hen nog restte om te overleven!

 

Het lijkt wel of de geschiedenis zich herhaalt, want ook nu weer zie je zeer veel vreemdelingen die zich een plaatsje hebben weten te verwerven, niet in die dure Lange Brugstraat, Karrestraat, Eindstraat of Ginnekenstraat, maar juist weer op die aloude Haagdijk. Zonder ook maar de pretentie te willen wekken dat ik volledig in mijn opsomming ben, maar wáár vind je in één straat een vlaaienzaak, een islamitische slagerij, een elektronicawinkel, diverse kappers, een autoshop, een belhuis, een hengelsportzaak, een hoedenwinkel, een naaimachinehandel, een, wat zeg ik? twee sexshops, een paar reisbureaus, een gaybar en kun je ook nog theaterkostuums huren of kopen? En dan praten we nog niet over de diverse cafés, de  restaurants, veelal van exotische origine, een tropische toko en zaken met diverse soorten afhaal(bezorg)maaltijden. Zoiets is waarlijk en werkelijk uniek te noemen. Een dermate variatie en keuze in één straat vind je wellicht in de hele grote steden, maar in steden met vergelijkbare grootte zoals Breda, mag je dit toch wel een unicum noemen. Voeg daar de vele zaken en winkels van de Nieuwe Haagdijk bij en het eerste stukje van de Haagweg, dan mag je constateren dat je op amper een kilometer alles kunt kopen wat je hartje ook maar mag begeren. Alleen als je om de paar jaar toe bent aan een nieuwe auto, dan, ja dan moet je iets verder gaan shoppen, want dat soort zaken heb ik er (gelukkig) nog niet kunnen ontwaren.

 

 

image005

 

 

Een ander positief iets met betrekking tot de Haagdijk en de Nieuwe Haagdijk is het bijna ontbreken van de zogenaamde ‘landelijke’ winkelketens. Want als er een fenomeen bestaat wat een stad degradeert tot iets onpersoonlijks, dan zijn het wel dat soort zaken, vaak nog aaneengesloten op een rij, die je net zo goed kunt vinden in Heerlen als in Groningen en zowel uiterlijk als qua sortering zich in niets van elkaar weten te onderscheiden. Laten we met z’n allen voor een ding waken, dat de Haagdijk nooit of te nimmer uitgroeit tot een soort van Amsterdamse P.C. Hooftstraat. Ook buiten het echte centrum gelegen en op de een of andere manier vonden zich daar de meest exclusieve zaken bijzonder senang. Met als gevolg dat het voor de ‘gewone’ man of vrouw in de omliggende wijken haast onbetaalbaar is geworden. Eigenlijk is het een winkelstraat geworden voor de ‘sloebers’ die woonachtig zijn in de Gooise Matras en de bovenmatig betaalde snobs van de Amsterdamse Grachtengordel. Laat dát Breda en de Haagdijk bespaard blijven!

 

 

Silvia Videler.

 

6 januari 2007

 

Home

 

stats count

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN