De tweede Bijlmerramp:

 

 het falen van de rechtsstaat

 

Door: Leo J.J. Dorrestijn.

17 januari 2006.

 

Dit artikel staat ook op de website van Stichting Sociale Databank Nederland: http://www.sdnl.nl/liegen.htm

 

Wellicht bestaat de stelling al:

 De kwaliteit van een rechtsstaat kan worden afgemeten aan de wijze waarop de overheid met haar eigen fouten omgaat.

 

 

Bijlmerrampwiers2

 

 

 

Inleiding

 

Onderzoeksjournalisten worden in dit land niet opvallend geëerd; zeker niet als het gaat om een Koninklijke onderscheiding. Sterker nog, kritische journalistiek wordt vaak doodgezwegen, ongeacht of het gaat om de affaire van de vaandrig Aernout, het heldhaftige optreden van kapitein Jack Boer, de boeken van Peter Siebelt (onder meer over Ra-Ra, Mabel en terrorisme in Nederland), het misbruik van ontwikkelingshulp door PvdA-kopstukken (Chili, Cuba), het Srebrenica-drama of de Bijlmerramp.

Natuurlijk weet inmiddels iedere burger de uitkomsten van de volgende parlementaire enquête te voorspellen: er zijn wel fouten gemaakt, maar de waarheid en de gevolgen voor de schuldigen blijven verder onbesproken. Wat de werkelijke rol van de overheid hierbij is, wordt op die manier (te) vaak buiten beeld gehouden.

 

Dat Pierre Heijboer het desondanks aandurfde om een eigen onderzoek naar de Bijlmerramp te houden en daarover een boek te schrijven, pleit voor zijn integriteit en morele verontwaardiging. Zijn jarenlange onderzoek ging niet alleen over de leugens, het gebrek aan kwaliteit van de parlementaire enquêtecommissie en over meinedige getuigen, maar was door zijn opzet tevens een pleidooi om de slachtoffers serieus te nemen. En vergis u niet: slachtoffer ben je niet ‘even,’ zelfs niet als een snelle dood je genadig is. Slachtoffer ben je voor de rest van je niet-geleefde of verwoeste toekomst, voor alle pijn en bitterheid die je nog te wachten staan en voor allen die over je lot treuren. Slachtoffer ben je ook als je door bazen wordt gedwongen tot meineed of tot het verzwijgen van risico’s of tot leugenachtige rapporten. En hun pleitbezorgers zijn niet de politici, de topambtenaren, de regeringsverantwoordelijken of de deskundigen. Want die moeten immers verder met hun leven, met hun carrière, met hun toekomst en met hun ‘onschuld.’ Er waren na de Bijlmerramp gelukkig uitzonderingen op deze regel: PvdA-er Van Gijzel was een van hen. Ook andere journalisten, zoals Vincent Dekker (Trouw) en de Nova-redactie wensten zich niet voor de gek te laten houden of te laten intimideren. Dekker werd zelfs van smaad beschuldigd.

 

In zijn boek ‘Doemvlucht, De verzwegen geheimen van de Bijlmerramp vertelt Heijboer drie verhalen: wat de overheid en haar gespecialiseerde organen beweerden dat er is gebeurd op zondag 4 oktober 1992 en daarna, wat er gebeurde volgens het onderzoek van onafhankelijke journalisten en wat er volgens de parlementaire enquêtecommissie van 1998/99 (commissie-Meijer) is gebeurd.

De passages hierna die min of meer rechtstreeks aan het boek werden ontleend, zijn cursief gemarkeerd.

 

Het ‘waarom’ van de verschillen tussen de drie versies, van de leugens en intimidatie, van de ondeugdelijke rapporten en verzwegen bewijzen, is uiteraard waar het om gaat en kan worden omschreven als een ‘vervelend dilemma’ voor de Nederlandse overheid. Er is namelijk meer aan de hand dan alleen maar het neerstorten van een vliegtuig; er zijn complicerende factoren. Zoals geheime afspraken met Israël over het gebruik van Schiphol door Israëlische vliegtuigen (en de controles daarop); de beveiliging van El Al-vluchten tegen terroristische aanslagen; de veiligheid van de luchthaven zelf; de onduidelijke status van het gecrashte toestel (civiel of militair); het vele geld dat El Al op Schiphol binnenbrengt; de historische relatie met Israël; en het geheime militaire deel van de lading van het toestel.

Volledige openheid over deze zaken zou tot allerlei binnenlandse en buitenlandse complicaties leiden.

 

Welke dat kunnen zijn, ontbreekt echter voor een belangrijk deel. Wat stond er op het spel dat zo geheim moest blijven en van zo vitale betekenis was dat onze rechtsstaat letterlijk over lijken ging om het te verhullen? Het moet iets anders zijn geweest dan alleen de carrière van een liegende minister of de ontmaskering van een medeplichtige rijksluchtvaartdienst of de boosheid van een Arabische regering.

 

 

De ramp

 

Een vrachttoestel van EL AL met een ‘militaire’ status verliest kort na de start twee motoren, keert via een merkwaardige route terug naar Schiphol en stort neer in de woonwijk Bijlmermeer.

Daarbij komen de bemanning, een passagier en voor zover bekend 39 bewoners om het leven. Tijdens de brand die ontstaat spelen zich vreemde gebeurtenissen af, maar ook bij de El Al vestiging op Schiphol en tijdens de bergingswerkzaamheden blijken er mensen te zijn die meer weten dan anderen en reden hebben daarover te zwijgen.

Zelfs over de rol van een helderziende wordt deels gezwegen, evenals over de lading van het vliegtuig. Vervolgens zal dat zwijgen overgaan in leugens.

 

Op de avond van de ramp moest op hoog ambtelijk niveau de beslissing worden genomen om bepaalde zaken te verhullen. Al zou daartoe moeten worden gelogen en misleid, verzwegen en verdraaid, gemanipuleerd en geïntimideerd. Ooggetuigen zouden voor gek moeten worden verklaard - zoals omwonenden, politiemensen, brandweerlieden, medische hulpverleners en journalisten - maar ook artsen en externe deskundigen. Jammer, maar het kon niet anders. Dossiers zouden moeten worden ‘geschoond;’ bewijsstukken ontkend, ontvreemd of vernietigd; de Wet openbaarheid van bestuur zou moeten worden overtreden; ambtenaren zouden tot leugens en meineed moeten worden aangezet. Tegenover de pers, de nabestaanden, de huisartsen, de volksvertegenwoordigers en ten slotte tegenover een parlementaire enquêtecommissie. Vervelend, maar het was noodzakelijk, want dit alles was ‘het minste kwaad’ en in het landsbelang mag men burgers belazeren, ongestraft de wet overtreden en de slachtoffers negeren.

 

Dit betrof niet alleen een keuze door overdonderde of laffe ambtenaren, maar ook door topfunctionarissen: ministers, officieren van Justitie, burgemeesters, wethouders, kamerleden, technische deskundigen, politiecommissarissen, brandweercommandanten en zelfs de minister-president. De Israëlische ambassadeur, El Al, sommige hoofdredacteuren, bedrijfsartsen en bergingsbedrijven speelden eveneens het spel mee. Nu nog steeds, ondanks hun ontmaskering door Heijboer.

 

In de jaren na de ramp deden zich namelijk op grote schaal vreemde ziekteverschijnselen voor, waarvan in eerste instantie werd beweerd dat er geen verband kan zijn met het aangetroffen verarmde uranium dat als ballast (balansgewicht) in het vliegtuig zat en waarvan 227 kg ontbrak. Dat er dan andere oorzaken moesten zijn, werd nauwelijks onderzocht. Inmiddels is het aantal slachtoffers van de geheimzinnige ziektes opgelopen tot minimaal enige tientallen doden, wellicht 50 en een paar duizend mensen waarvan de gezondheid is aangetast. Maar de meeste kamerleden weigeren sinds het schandalige rapport uit 1999 van de commissie-Meijer hierover nog vragen te stellen. Meijer (CDA) en de CDA-fractie stopten in 2001 met hun ‘controlerende taak’ betreffende alle medische aspecten.

 

Al lezende over de feiten die de auteur heeft kunnen achterhalen, dringt zich telkens opnieuw de vraag op: waarom al die leugens? Waarom het risico nemen dat door incompetentie of onwetendheid er nog meer slachtoffers zouden vallen en nog zullen vallen? Wie nam die beslissing om zoveel mogelijk te verhullen? Waarom werden er zoveel bewijsstukken vernietigd, gewist etc. ook al onmiddellijk na de ramp? Waarom werd geaccepteerd dat civiele vliegtuigen een militaire status kregen, zodat ze niet mochten worden geïnspecteerd? En was dit de eerste keer dat een Nederlandse regering enkele tientallen doden minder belangrijk vond dan de volledige waarheid?

 

 

Geheime operaties

 

De speciale status van El Al op Schiphol had te maken met de ladingen die werden vervoerd en het risico dat (Palestijnse?) terroristen of geheime diensten zouden trachten een toestel neer te halen. Allemaal heel begrijpelijk, maar geen reden om de normale vliegveiligheidsinspecties op de betrokken vrachttoestellen niet uit te voeren en om verwaarloosd onderhoud te negeren. Want er viel helemaal niets geheim te houden, anders dan de ware aard van de goederen en de identiteit van de personen die werden vervoerd. En gezien het feit dat de meeste geheime diensten in het Midden-Oosten competenter zijn dan de AIVD, wisten bepaalde kringen precies wat zich op Schiphol afspeelde. Dat de inhoud van bepaalde afspraken ook na de ramp geheim moest blijven, is onverklaarbaar en heeft niets met landsbelang te maken.

 

Want in de ogen van de wereld en de slachtoffers stond de medeplichtigheid, dus schuld, van de Nederlandse regering reeds vast. Dat van die informatie nooit ‘misbruik’ is gemaakt door bijv. een aanslag te plegen, staat hier los van. Ook het gegeven dat men zich op grond van geheime afspraken onthoudt van controles op lading en bestemming, staat los van het recht om vliegveiligheidscontroles uit te voeren en dit recht in diezelfde afspraken vast te leggen. Juist vanwege de onbekende ladingen en de risico’s van sabotage. Een regering die ook daar vanwege geheime afspraken vanaf ziet, heeft iets uit te leggen.

 

Dat er geen aanslagen hebben plaatsgevonden, terwijl Schiphol zo lek was als het bekende mandje, is opmerkelijk. Of toch niet, want Nederland kocht dat risico gewoon af door de Palestijnse Autoriteit toe te staan een kantoor te openen, door honderden miljoenen steun aan het terroristenregime van Arafat te spenderen en door zich ertoe te vernederen om de steun aan Israël buiten de publiciteit te (moeten) houden. Dit soort operaties was overigens niet nieuw. De steun aan de terroristen van het ANC, aan de opstandeling Sison (politiek leider van terroristen op de Filippijnen), aan de marxisten op Cuba en aan de linkse oppositie in Chili werd soms zelfs als ontwikkelingshulp aangemerkt. Zolang er geen kamervragen werden gesteld, was alles geoorloofd. Onder Pronk zijn honderden miljoenen verdwenen, waarvan de bestemming niet door de Algemene Rekenkamer kon worden achterhaald, maar de betrokken kamerleden zwegen op enkele uitzonderingen na.

 

En ook de internationale relaties van Mabel, waarover een boek van Peter Siebelt is verschenen, werden systematisch buiten de media gehouden. De recente onthulling dat de NOS nauw samenwerkt met de Rijksvoorlichtingsdienst kan dus geen verrassing zijn, want zelfs journalisten krijgen soms ingepeperd waarover ze (niet) mogen schrijven. Daardoor is slechts een handvol van hen echt onafhankelijk, zoals een grote krantenuitgever onlangs stelde. En die hebben allemaal iets te verliezen, tot op de grens van chantage en bedreiging (Peter Siebelt). Na de Bijlmerramp werd pas goed zichtbaar hoe lastig de overheid de controlerende functie van de media vond; het parlement misleiden was een stuk gemakkelijker, want daar had men andere belangen.

 

Dit fenomeen zou tevens kunnen verklaren waarom de linkse partijen op hun beurt zwegen, toen hier ook rechtse dictators en corrupte regeringsleiders werden onthaald, zakelijke belangen in Indonesië, Rusland en communistisch China werden uitgebouwd en de vele grootschalige fraudes en verspillingen bij bouwprojecten werden onthuld. Voor wat, hoort wat, nietwaar? En bepaalde ‘eigen’ ministers hadden evenmin schone handen.

 

Dat geldt ook voor het opzettelijk nalaten van controles door de luchtvaartinspectie op de El Al vliegtuigen; wat kreeg Nederland daar voor terug? Want die vraag is nog steeds niet beantwoord en het zwijgen daarover moet een reden hebben... En laten we meteen duidelijk zijn: een Russische of Chinese maatschappij zou een dergelijke uitzonderingspositie nooit hebben verkregen.

De afspraken met de Nederlandse regering waren in ieder geval zo geheim, dat bij een voormalige Israëlische ambassadeur de haren ten berge rezen als er over gesproken werd.

 

 

Gewone leugens

 

Het voorgaande is niet allemaal bewijsbaar, maar met vele bronnen wel aannemelijk te maken.

De auteur van het boek heeft zich willen beperken tot de harde feiten en die waren ernstig genoeg. Een opsomming van alle leugens en tegenwerking geeft een beeld van het soort maffiafiguren waardoor dit land werd geregeerd en bestuurd. Daaruit trok Heijboer de volgende conclusies:

 

-                 de ontkenning door de overheid was in dit geval een onderdeel en gevolg van het besluit (terecht of onterecht) om de lijn van ‘simpelweg liegen en ontkennen’ te volgen;

-                 de ontkenningen door de commissie-Meyer, bijvoorbeeld over de aanwezigheid van Israëlische veiligheidsdiensten (zelfs de Mossad) en bergingsploegen, waren vooral een gevolg van het feit dat de commissie (opzettelijk) te weinig tijd kreeg om haar werk goed te doen, maar toch de indruk wilde wekken dat zij de waarheid boven tafel had gebracht. En dus maar leugenachtige brieven van Israëlische zijde als ‘waar’ verkocht en meinedige getuigen ongemoeid laten.

 

Waarover gingen dan die leugens, halve waarheden of verdraaiingen en wat werd er verzwegen (van meineed en het ontdekken van de vernietiging van bewijsstukken was pas later sprake).

 

1. Over de merkwaardige route die het vliegtuig volgde om op baan 27 van Schiphol te kunnen landen, werd in eerst instantie gezwegen. Jaren later bleken bepaalde radargegevens te zijn gewist.

 

2. Hoewel verschillende getuigen ervan overtuigd zijn dat de zgn. ‘cockpit voice recorder’ (met de interne communicatie in de cockpit) werd gevonden, is dit altijd ontkend en werd er gelogen over de positieve aanwijzingen.

 

3. De laatste Hebreeuwse tekst van de piloot, hoorbaar voor de luchtverkeersleiding, was volgens de RLD (Rijksluchtvaartdienst) niet van belang en ‘van persoonlijke aard’ (ongevalonderzoeker Wolleswinkel).

 

4. Die tekst was volgens de luchtverkeersleiding-Schiphol wél van belang, maar behoorde tot de normale landingsprocedure (voorlichter Knook). Ook dit bleek later een onwaarheid.

 

5. Dat een helderziende, Lieneke van den Hoek uit Hilversum, de ramp had voorspeld en Schiphol waarschuwde, kwam pas later naar buiten. Ze wist niet alleen de kleuren van de vliegmaatschappij en het tijdstip van vertrek te noemen, maar kende ook de hydraulische besturingsproblemen waar het toestel mee te maken zou krijgen en de bijna correcte achternaam van de piloot. Vanwege twijfel over het laatste noemde ze die niet, helaas ook niet de eerste letters die correct waren. Er is uiteraard een reden te bedenken waarom dit feit werd verzwegen, met name toen ze daarna nog meer voorspellingen deed zoals over de datum van de vliegramp op Faro en over ongelukken met een Transavia-toestel en een SAAB-Cityhopper. Andere vliegtuigen werden op haar aanwijzingen aan de grond gehouden en voorts gaf ze een juiste beschrijving van de gang van zaken in de cockpit van het El Al toestel.

 

6. Voorts werd gezwegen over de mogelijkheid dat er een hoeveelheid plutonium aan boord was in de 20 ton onbekende Amerikaanse lading, waarvan de vrachtpapieren niet deugden, evenals over basisstoffen voor de mogelijke productie van het zenuwgas Sarin (chemische oorlogvoering en beschermingstesten). Het geheel zou bestemd zijn voor een Israëlisch overheidslaboratorium.

Dat El Al aan de luchtverkeersleiders had gevraagd om te zwijgen over de melding dat er giftige stoffen, gassen en explosieven aan boord waren, kwam pas later naar buiten. Vervolgens werd toen verklaard dat men een verkeerde vrachtbrief had voorgelezen.

 

7. Tot het einde toe werd ontkend dat er Israëlische mannen in beschermende kleding met hoofdkappen reeds op de avond van de ramp en in de vroege ochtend daarna de wrakstukken en puinhopen hadden doorzocht. Ondanks alle betrouwbare getuigen en bewijzen, bleven onder meer hoofdofficier van Justitie Vrakking en de commissie-Meijer beweren dat het om Nederlandse hulpverleners ging.

 

8. Dezelfde bewijsbaar leugenachtige verklaringen werden afgelegd over een onbekende bergingsploeg die waarschijnlijk per helikopter arriveerde en een onbekende bergingsploeg in een auto met Frans kenteken, evenals over de (ontkende) aanwezigheid van leden van Israëlische veiligheidsdiensten.

 

9. EL Al op Schiphol en de heer Diepenbrock (havenmeester) beweerden dat de lading van het vliegtuig ongevaarlijk was. Luchtverkeersleiders die het verzoek van EL Al kregen om over gevaarlijke vracht te zwijgen, beloofden dat ook. De Rijkspolitie had echter andere informatie, maar de brandweer van Schiphol die intussen door de leiding onjuist was voorgelicht, sprak dat weer tegen.

De heer Knook (voorlichter) hield staande dat hij (ook) directeur-generaal Weck (Rijksluchtvaartdienst) telefonisch had gewaarschuwd.

 

Een half jaar na de ramp waren er vele huisdieren gestorven, kregen bewoners allerlei vreemde kwalen en vormen van kanker. Het aantal zieke brandweerlieden en politieagenten werd verzwegen en later ‘normaal’ genoemd. Dat dezelfde ziekteverschijnselen zich ook voordeden bij personeel van hulpdiensten en werknemers van puinafvoerbedrijven werd genegeerd.

 

Daarna kwamen nog tientallen zwangerschapsproblemen, geboorte-afwijkingen en huidziekten voor. Op KLM-hangar nr 8, waar de wrakstukken naar toe werden gebracht voor onderzoek, komen we nog terug.

 

10. Volgens minister Maij-Weggen waren de vrachtpapieren correct en was er geen militaire lading aan boord geweest. Onderzoek naar de vrachtbrieven bij de verzekeraar in Londen werd kennelijk niet gedaan en later bleek dat er wel degelijk militaire lading, gevaarlijke stoffen en 20 ton onbekende vracht aan boord waren. Ook bleken er verschillende sets vrachtbrieven te zijn, waren bepaalde vrachtbrieven verdwenen, vermoedelijk zelfs gestolen en dossiers met kopieën verzwegen. Bovendien bleken er op Schiphol ‘explosieven’ te zijn uitgeladen! Ondanks nieuw ontdekte vrachtbrieven hield Maij-Weggen vol dat er geen radioactieve of ‘extreem gevaarlijke’ stoffen aan boord waren. Ook volgens opvolgend minister Jorritsma was ‘alles nagegaan en alles klopte.’ En dat terwijl later nog ontbrekende - mogelijk vervalste - vrachtbrieven in de VS werden aangetroffen... Overigens was dat niet de enige onwaarheid van minister Jorritsma.

 

11. Een onnozele ‘deskundige’ van het Energieonderzoek Centrum Nederland (Petten) werd gebruikt om aan te tonen dat het verarmde uranium dat als ballast (balansgewichten) werd gebruikt in het vliegtuig, geen gevaar voor de gezondheid opleverde en niet kon verbranden beneden 1132 graden. In wiens opdracht werd dit opgedist? In werkelijkheid bleken er al internationale waarschuwingen te bestaan, bekend bij de RLD, terwijl 227 kg verarmd uranium niet in de wrakstukken werd teruggevonden. Het ministerie van VROM had dan ook een geheel andere mening over het gevaar, maar deed daar weinig mee, terwijl men aanvankelijk zweeg over de ontbrekende hoeveelheid.

 

12. Tijdens een persconferentie op 11 december vertelde de heer Wolleswinkel onwaarheden, hetgeen hij moest toegeven tegenover de commissie-Meijer. Op 14 oktober had hij al verzwegen dat 70 % van de ophangbouten voor de motoren vervangen had moeten zijn. Ook de leugen dat de gefotografeerde scheefstand van motor nr. 3 ‘normaal’ was of gezichtsbedrog, werd ontzenuwd.

 

Waarom het zwaar gesubsidieerde TNO zich liet gebruiken om die scheefstand te verdoezelen, laat zich raden.

 

13. RLD-onderzoeker Van Klaveren ging in Tel Aviv bij de technische dienst van El Al de onderhoudskwaliteit controleren, maar bekeek daarbij alleen papieren. Vervolgens werd een gedetailleerde brief over het tekortschieten van de onderhoudsdienst van El Al, verzwegen.

 

14. Het OM in Haarlem wist al snel dat er geen verwijtbare schuld was vast te stellen bij het vermissen van (originele) vrachtbrieven en het aantreffen van afwijkende brieven.

 

De brief over de onderhoudsdienst van El Al, de geconstateerde nalatigheid bij het vervangen van de ophangbouten en de (opgedragen) afzijdige houding van de inspecteurs van de RLD bij ‘militaire’ El Al vliegtuigen, vormden nog geen reden voor nader justitieel onderzoek, omdat het lopende luchtvaartonderzoek naar de oorzaken van het ongeval niet tot de vaststelling van een ‘schuld’ mocht leiden. Het OM in Amsterdam (hoofdofficier Vrakking) maakte het wél erg bont; daarover later meer.

 

15. De heer Hoekstra was bij het ministerie van Algemene Zaken de coördinator voor de Nederlandse veiligheids- en geheime diensten. Juist hij werd later benoemd tot voorzitter van een commissie die alleen onderzoek moest doen naar de vrachtpapieren en niet naar de lading.

 

16. Minister Borst weigerde een jaar lang een grondig onderzoek te laten uitvoeren naar alle medische signalen. In maart 1998 werd duidelijk dat ook een grote groep mensen die in KLM-hangar nr. 8 hadden gewerkt of waren geweest, nadat de restanten van het vliegtuigen daar werden verzameld en bewaard, ongewone ziekteverschijnselen vertoonde.

Het ging inmiddels om tientallen mensen waarvoor door het Zweedse Biospectrum een onderzoek werd uitgevoerd. Daarbij trof men bijzonder hoge concentraties verarmd uranium aan, maar ook mycoplasma-bacteriën. Eerst nadat de verwijzing van mevrouw Borst naar de nietszeggende resultaten van de commissie-Hoekstra, in de media als een overduidelijke vertragingstaktiek werd aangemerkt, kreeg het AMC een onderzoeksopdracht. Dit flut-onderzoek leverde slechts een waarschuwingsbrief van de Hoofdinspectie Gezondheidszorg aan alle Nederlandse huisartsen op. Waarom?

 

17. Waar de Amsterdamse GG&GD en de betrokken huisartsen – met enkele uitzonderingen – alle gezondheidsklachten afdeden als ‘psychisch’ ging het AMC nog een stap verder en richtte zich vooral op psychische problemen en verklaringen. In wiens opdracht of had de leiding van het AMC gewoon geen zin om de vingers te branden aan dit onderwerp? Uiteraard kwam hieruit geen serieuze conclusie omtrent de 2324 geregistreerde medische klachten.

 

18. Intussen was het liegen gewoon doorgegaan. De heer Knook over de toch aanwezige (‘vergeten’) geluidsbanden. En minister Sorgdrager over vermoedelijk Israëlische mannen in witte beschermpakken. De commissie-Meijer zou haar misleidende uitspraken alsnog aan de kaak stellen.

 

19. Het OM in Amsterdam maakte zich verdienstelijk door het bestaan van een tweede ‘Franse’ bergingsploeg te ontkennen en adjudant Nix van de Rijkspolitie (luchtvaart) gaf een verklaring over zijn handelingen op de rampavond, die bewijsbaar onjuist was en in strijd met getuigenverklaringen. Desondanks bleef hij het onder ede volhouden, zonder dat iemand werd gearresteerd wegens meineed.

 

20. Dat in de vroege ochtend (05.30 u) een onbekende bergingsploeg aan de slag ging en omstreeks 06.00 u een deel van de staart meenam op een dieplader, werd eveneens ontkend. Een dergelijke niet-bestaande ploeg ‘Israëliërs’ werd eveneens gesignaleerd in hangar 8 bij de wrakstukken.

 

Waarom deze samenvattende en daardoor enigszins onnauwkeurige opsomming? Hij toont aan waarom een parlementaire enquête noodzakelijk was en tevens waarom die mislukte. Dat het daarbij wellicht minder ging om landsbelangen dan om partijbelangen, volgt niet alleen uit het gedrag van de PvdA maar ook uit het optreden van het commissielid Van den Doel (VVD). Later zal de CDA-fractie die de voorzitter van de commissie-Meijer leverde, opvallen door de herhaalde weigering om nader onderzoek naar de vele ziektegevallen te eisen.

 

 

De commissie-Meijer

 

Nadat eindelijk, mede onder druk van de media, in 1998 een vooronderzoek was gehouden ten behoeve van een parlementaire enquête, bleek de weerstand uit de Tweede Kamer(!) zo groot dat de feitelijke enquête slechts drie maanden mocht duren. Het werden er uiteindelijk zes en zelfs dat was nog veel te kort. Met name de tegenwerking van kamervoorzitter Van Nieuwenhoven (PvdA) en van een belangrijk deel van de PvdA-fractie was opvallend. Hierbij wordt opgemerkt dat de heer Kok tijdens de ramp premier was en Ed van Thijn burgemeester van Amsterdam.

Doch ook intimidatie door bewapende(!) Israëlische veiligheidsagenten op Schiphol bleef de commissie niet bespaard.

 

De weigerachtige houding van het ministerie van volksgezondheid om aan waarheidsvinding te doen, werd nu versterkt doordat ambtenaren en bestuurders die door de commissie onder ede konden worden gehoord, in ‘training’ gingen hoe vragen te omzeilen en dingen te verzwijgen. Het was helemaal niet de bedoeling dat de parlementaire enquête de waarheid boven tafel zou brengen en de weigering van de RLD om bij de verzekeraar in Londen naar de vrachtpapieren te laten zoeken, bevestigde dat slechts.

 

De rol die Theo van den Doel in de commissie speelde was een heel bizarre; zoals een geselecteerde getuige, waarmee reeds een voorgesprek was geweest, opzettelijk ongeloofwaardig maken en dat tot twee maal toe. Bovendien redde hij het hoofd van de BVD, Docters van Leeuwen en de genoemde nationale coördinator Hoekstra van verhoor.

Ook een belangrijke ontkennende getuige, politie-officier Wels, werd door de commissie niet meer opgeroepen voor verhoor onder ede, terwijl de leugenachtige verklaringen van commissaris Welten onbestraft bleven, evenals de leugens en verdraaiingen door hoofdofficier van Justitie Vrakking.

 

Voorts steunde Meijer Van den Doel bij het met rust laten van weigerachtige of liegende getuigen. Kennelijk voelde Van den Doel zich hierdoor gesterkt, want hij onderscheidde zich door steeds wijzigingen in de tekst van het eindrapport te willen aanbrengen. Bovendien schreef hij een achterbakse brief aan de kamervoorzitter over de activiteiten van de commissie.

 

In het rapport dat op 22 april 1999 gereed was, stonden vele onjuistheden, tegenstrijdigheden en onwaarheden; een schoolvoorbeeld van politieke lafheid. De PvdA-fractie liet getuige en woordvoerder Van Gijzel gewoon vallen, evenals een andere insider, commissielid Oudkerk. Naar verluidt in opdracht van premier Kok.

 

De fractievoorzitters Melkert en Dijkstal achtten de belangen van hun ministers kennelijk urgenter dan de erkenning van de slachtoffers. Inmiddels waren er al 60 KLM-ers met medische klachten, zoals chronische vermoeidheid, waaronder een aantal met dezelfde ziekteverschijnselen (bloed) als Amerikaanse veteranen uit de Golfoorlog en voorts tenminste één met de diagnose mycoplasma-bacteriën (net als in de Bijlmer)!

 

De leugens over de ‘Franse’ bergingsploeg en de aanwezige onbekende (Israëlische) veiligheidsmensen, nam de commissie gewoon over. Ook de Israëlische ambassadeur had een leugenachtige verklaring gegeven over de (geheime?) aanwezigheid van Israëlisch (veiligheids)personeel. En dit terwijl enkele van deze onbekenden waren herkend als leden van El Al Security en de Mossad, zich met pasjes als zodanig hadden aangediend en er zelfs een gemengd onderzoeks- en bergingsteam RLD/El Al was aangemeld.

 

Ook de logische verklaring waarom El Al gebruik mocht maken van andere landings- en startbaanprocedures (premier Kok) werd door de commissie genegeerd. Bovendien beperkte de commissie ‘vrijwillig’ haar opdracht door alles wat met de geheime handel en wandel van El Al te maken had, er buiten te laten.

 

En daar ging het juist om v.w.b. de slachtoffers en de leugens.

Door deze houding kon de commissie het niet bij één onwaarheid laten of weigerde in te grijpen bij liegende getuigen. Telt u even mee.

 

1. Over het aantal helikopters dat bij de rampplek is geweest. Nadat een onbekende heli er was geland, werden ook daar mannen in witte beschermpakken waargenomen. De onware ontkenning over het nog aanwezig zijn van de vluchtgegevens van de ingezette helikopters, sloot hier naadloos bij aan.

 

2. Waarom bagatelliseerde de commissie het aantal getuigen dat onbekende mannen in beschermende pakken had zien rondlopen, waarvan sommigen al aanwezig waren vóórdat de brandweer van Schiphol arriveerde en waarvan de taal volgens een betrouwbare getuige Hebreeuws moet zijn geweest?

 

3. Van deze ‘niet-bestaande’ mannen waren er zelfs ’s avonds nog aanwezig toen niemand meer bij de puinhopen mocht komen en ze gingen nog minstens een uur door met zoeken. De leugen dat ook RIT-ers (rampenidentificatieteam) in witte overalls én witte jassen liepen, was volstrekt overbodig omdat deze aantoonbaar pas later arriveerden.

 

4. Terwijl van tenminste drie verschillende Israëlische veiligheidsdiensten mensen werden herkend, ging ook de commissie uit van het ‘feit’ dat er géén Nederlandse en Israëlische veiligheidsdiensten op de rampplek zijn geweest.

 

5. Het feit dat meteen na de ramp - met extra vluchten - vrachtgoed was weggehaald van Schiphol, deed de commissie af met de bewering dat die lading ‘niet van bijzondere aard’ was. Dat vrachtbrieven de werkelijkheid niet weergaven, was kennelijk niet van belang.

 

Op het gebied van de relatie tussen werkelijke lading en vrachtpapieren spreekt de commissie zichzelf tegen in het eindrapport, zonder dat dit door de Tweede Kamer werd aangemerkt als onkunde of misleiding.

 

6. Verder beweerde de commissie ten onrechte dat voor het vertrek van het El Al toestel de gemelde defecten werden verholpen. En ook dat een voorbeeld van de ‘vermiste’ cockpit voice recorder was getoond door de politie, maar zelfs dat was onjuist.

 

7. De verklaring van adjudant Nix over zijn verblijfplaats en activiteiten op de avond van 4 oktober, is een ander voorbeeld. En een luitenant van de Rijkspolitie verzweeg onder ede dat in de vroege ochtend (05.30 u) reeds met ‘bergingswerkzaamheden’ werd begonnen, terwijl hij dit in het voorgesprek wel had vermeld.

 

Liegen in opdracht van de baas?

 

8. Dat de commissie alle 89 ‘theorieën’ over de werkelijke toedracht had onderzocht en ontzenuwd, sloeg helemaal nergens op. Juist die theorieën en de bijdragen van journalisten, advocaten en privé onderzoekers hadden de leugens aan het licht gebracht.

 

De irritatie van de commissie over de rol van journalisten, suggereert dat waarheidsvinding niet het eerste doel was van de parlementaire enquête, maar daaraan is de burger inmiddels gewend.

 

9. Zoals eerder vermeld, was ook de belangrijkste onafhankelijke onderzoeker (Wolleswinkel) besmet met het misleidingsvirus. Hij probeerde tot twee maal toe de bediening van de flaps (vleugelkleppen) door de bemanning, als onmiddellijke oorzaak van het neerstorten van het Israëlische vliegtuig, te verdoezelen en moest later ook toegeven dat het verdwijnen van één van de motoren wél zichtbaar moest zijn geweest vanuit de cockpit.

 

10. De ‘bewerking’ op ministerieel niveau van de schriftelijke beweringen van Wolleswinkel, moet een reden hebben gehad en dus toestemming van de minister. Het fenomeen werd echter gewoon ontkend, in strijd met betrouwbare verklaringen.

 

Over de ‘onafhankelijke’ Wolleswinkel werd door onderzoeker Groeneweg namelijk verklaard: ‘hij komt hier (bij de Raad voor de luchtvaart) zijn antwoorden halen, hij maakt daar een tekst van, maar herkent die later niet meer terug. Omdat, zoals hij mij heeft gezegd, lui van het ministerie er nog weer mee aan het sleutelen gaan.’ Ondanks twee getuigen van deze uitspraak, ontkent de voorzitter van de Raad in 1996 dat onderzoeker Groenendijk dit kan hebben gezegd, want het was niet waar.

 

11. Commissaris Welten loog eerst over zijn activiteiten op de avond van de ramp, hetgeen bleek uit een geluidsband van de meldkamer en voor de commissie kwam hij met andere onware verklaringen.

Hoofdinspecteur Caron van de Rijksrecherche loog nog maar eens over de meldingen van onbekende mannen in witte pakken.

 

12. R. Wijbrandi loog over fotokopieën van vrachtpapieren die hij mee naar huis had genomen. Hij had ze aan een neef in ‘bewaring’ gegeven, maar die kreeg ongenood bezoek van Israëlische veiligheidsagenten.

 

Ook de Amsterdamse wethouder Jonker deed mee aan het spelletje ‘hoe houd ik de burgers voor de gek.’ En de leugens over het opgelegde spreekverbod van alle betrokken instanties en het moeten tekenen van een geheimhoudingsverklaring door ambtenaren, waren van een ongehoorde brutaliteit.

 

Over het ‘abusievelijk’ wissen van een geluidsband van 4 oktober werd in 1999 de waarheid evenmin verteld. Verder werd in 1998 nog ontkend dat de mobilofoonopnamen en ‘meldbriefjes’ waren bewaard, terwijl ze daarna aan de commissie werden verstrekt!

Andere bewijsstukken bleken later eveneens verdwenen, gewist of overgedragen aan een dienst die er GEHEIM op zette.

Bijna hetzelfde geldt voor 42 beeldbanden die in werkelijkheid bewaard werden bij het KLPD en daar vernietigd. In wiens opdracht?

 

Maar vooral opmerkelijk was de houding van huisartsen die alle bijzondere klachten en aandoeningen bleven bagatelliseren. Toeval? De bedrijfsarts van de brandweer noemde de tientallen gevallen van ziekteverschijnselen ‘niet verschillend met voorgaande jaren.’

 

 

Kanttekeningen

 

Dat ook onderzoekers van de Raad voor de Luchtvaart, brandweerofficieren en rijkspolitiemensen hadden meegewerkt aan het verzwijgen of ontkennen van belangrijke informatie, lijkt er op te wijzen dat gebrek aan integriteit en het stempel ‘landsbelang’ meer invloed hebben gehad dan de factor toeval of onbetrouwbaar geheugen.

 

Onduidelijk bleef voorts waarom het juiste verloop van de vliegroute zo belangrijk was en de informatie daarover aanvankelijk werd achtergehouden. Uit de reconstructie in het boek kan worden opgemaakt dat het in nood verkerende toestel eerst recht over Amsterdam is gevlogen in noordelijke richting en bij de tweede nadering over de Bijlmer moest koersen. Wellicht door de hydraulische besturingsproblemen kwam het toestel wederom niet recht voor de gekozen landingsbaan uit, maar boog boven de Bijlmer af.

 

De leugens hierbij betroffen de ontkenning dat de piloot kon hebben geweten dat hij tenminste een motor miste en het verwerpen van de uitvoerbaarheid van een noodlanding in het IJsselmeer (een optie die volgens Heijboer bij de piloot niet bekend was en dus ook niet werd overwogen). Waarom de herhaalde ontkenning dat een der motoren scheef hing, zo belangrijk was en in strijd met de waarheid, ontgaat de leek eveneens. Het is bewijsbaar dat dit reeds vóór de start het geval was (maar werd verzwegen?) en later ontkend.

 

De scheefstand van de motor en de algehele onderhoudstoestand vormden mogelijk de condities die - reeds vanaf de start - via een fatale reeks van gebeurtenissen tot de ramp ‘moesten’ leiden, zoals de helderziende voorzag. Alleen ‘niet starten’ zou hiertegen een remedie zijn geweest, afgaande op haar latere voorspellingen.

 

Dat er allerlei bewijsstukken en dossiers zijn verdwenen of geschoond - en geluidsbanden werden bewerkt of gewist - en beeldbanden vernietigd, kan op nog iets heel anders duiden: onverantwoordelijke zorgeloosheid voorafgaand aan de ramp, waarvoor wel degelijk bewijzen bestonden en schuldigen waren aan te wijzen Of chantage door terreurorganisaties die op de hoogte waren van de geheime (illegale) afspraken met El Al, waaraan de regering had toegegeven.

 

Voor het laatste zijn immers hele andere onderzoeksvragen nodig, maar alle leugens, misleiding en opzettelijke tegenwerking leidden de aandacht prima af. En dat de Nederlandse regering zich laat chanteren, zelfs bij ontvoeringen, is reeds verschillende malen gebleken. Overigens werd vanuit Israël iedere bruikbare medewerking aan de enquête geweigerd.

 

Directeur-generaal Weck ontkende onder ede dat voorlichter Knook hem telefonisch had geïnformeerd over gevaarlijke stoffen aan boord van het vliegtuig. Maar ook Knook werd niet gearresteerd wegens diens tegenovergestelde verklaring.

Deze houding van de commissie en van haar voorzitter wordt des te onbegrijpelijker, doordat de heer Meijer zelf een spelletje speelde tijdens de verhoren en in het eindrapport. Hij verklaarde namelijk, in strijd met de waarheid, dat de vermiste gegevens over 20 ton vracht alsnog waren opgehelderd. De papieren in de VS, waaruit dat moest blijken, betroffen slechts ongeveer 10 ton, mochten niet worden gekopieerd en waren vermoedelijk vervalst.

Dat in ieder geval alle explosieven werden uitgeladen(!) op Schiphol, lijkt in tegenspraak met duidelijke waarnemingen op de rampplek. Doch de vraag blijft waarom dit ‘uitladen’ dan noodzakelijk was, als het waar is.

 

Ook de opvatting van de commissie over de verzwegen Israëliërs is niet goed te plaatsen. Niet hun identiteit was belangrijk, natuurlijk waren het Israëliërs, maar de combinatie met het feit dat zij als enigen vanaf het begin wisten dat beschermende kleding noodzakelijk was. Het bergen van een langwerpig donkerrood voorwerp, van andere gevonden ladingonderdelen, van de staart van het vliegtuig en zeer waarschijnlijk ook van de cockpit voice recorder, kan allemaal vaste ‘routine’ zijn, maar er moet nog iets aan boord zijn geweest dat beslist niet in handen van Nederlandse bergers mocht vallen. En dat had vermoedelijk niets te maken met het voorkomen van mogelijke schadeclaims tegen El Al of met materiaal waarvan de berging niet kon wachten, totdat er daglicht zou zijn of met explosieven.

 

Tegen deze ‘theorie’ moesten politici en topambtenaren kennelijk worden beschermd, met name indien het om biologische of chemische strijdmiddelen zou gaan dan wel om onthullingen over de stompzinnige afspraken en dat mag in dit land zelfs een paar doden kosten. Desnoods verklaar je dossiers of getuigen ‘geheim’ of ontken je het bestaan ervan. En dan worden ook de ‘omerta,’ de indoctrinatie met de ‘landsbelang-mythe’ en de vele meinedige getuigen verklaarbaar, evenals het opzettelijk verstrekken van valse informatie, want het werd nog erger voor de commissie.

 

De rol van het Openbaar Ministerie is hierbij zo ongeloofwaardig gebleken, dat ernstig mag worden getwijfeld aan de uitkomsten van andere recherche-onderzoeken. Hetzelfde geldt voor de leiding van de Amsterdamse politie en de Amsterdamse brandweer, de Rijksluchtvaartdienst, de Raad voor de Luchtvaart en de Dienst Luchtvaart van de rijkspolitie. Zelfs de dossiers van het Amsterdamse stadhuisarchief bleken uitgedund, evenals bepaalde radar-tracks van de Rijksluchtvaartdienst. En dat allemaal vanwege ‘landsbelangen?’ Ja, stelt Heijboer in zijn boek. Al dan niet verkeerd begrepen landsbelang, gekoppeld aan een dociele vorm van gehoorzaamheid bij tal van ambtenaren.

 

De indruk ontstaat dat de integriteit van de politiekorpsen ernstig is aangetast door mensen die, ook onder ede, leugens vertelden en dat allerlei recente onthullingen daarover wellicht reeds een lange voorgeschiedenis hebben. Dat hoofdcommissaris Welten - die zulke extreme beloningseisen aan de PvdA-burgemeester durfde te stellen bij zijn terugkeer naar Amsterdam - indertijd leiding gaf op de rampplek, zal wel toeval zijn. Diens leugenachtige verklaring over zijn eigen functioneren, was echter geen toeval, hetgeen werd aangetoond door een geluidsband van de meldkamer. En onder ede kwam hij weer met andere onwaarheden.

Helaas heeft de vervolging van meineed weinig prioriteit bij onze rechtbanken, tenzij het als pressiemiddel tegen een klokkenluider kan worden gebruikt.

 

De leugens en halve waarheden vanuit de ministeries in brieven en antwoorden aan de Kamer, doen volgens het boek niet onder voor die van de hoofdofficier van Justitie en de leiding van de Amsterdamse brandweer. Meerdere namen springen er in het boek uit, zoals Frans Erhart, een onderzoeker met een merkwaardig onbetrouwbaar geheugen. Tegenover de commissie liegt hij in het voorgesprek nog steeds.

 

Zelfs premier Kok verklaarde bij de commissie iets anders dan in zijn schriftelijke notitie. En brandweercommandant Ernst, die kort na de ramp een geheim overleg met burgemeester Van Thijn had, bleef evenmin vrij van leugens. Op 7 oktober meldde hij dat de cockpit voice recorder was gevonden, maar trekt dit later in zonder aantoonbare reden. In 1993 verspreidde hij een brief met drie onwaarheden. Hetzelfde deed de stadsdeelraad van Amsterdam-zuidoost.

 

Alle hints om valse getuigenissen door te prikken lijkt de commissie te hebben genegeerd, waarbij niet valt uit te sluiten dat dit paste in het beeld van onbekwaamheid, naïviteit, gebrek aan durf en integriteit, innerlijke verdeeldheid, verborgen agenda’s (Van den Doel?), focus op de politieke en bestuurlijke aspecten, evenals van gebrek aan steun vanuit de Tweede Kamer en het genoemde tijdgebrek. Want de lijst is nog langer en omvat ook de eerdergenoemde Amsterdams hoofdofficier Vrakking.

 

Heijboer veronderstelde dat de overheid vreesde voor onthullingen omtrent het overtreden van (inter)nationale wetten. Maar daar offer je toch de gezondheid en zelfs het leven van tientallen mensen niet aan op? Bovendien heeft de overheid er geen enkele moeite mee om aan de schandpaal te worden genageld, als het gaat om eigen overtredingen van de Wob (Wet openbaarheid van bestuur) of van de Comptabiliteitswet of van de wet op gemeentelijke jaarrekeningen of van de wet op de waterschappen of van de Faillissementswet of van internationale afspraken over steun aan terroristen en opstandelingen.

 

Tot slot een andere vraag. Welke schade werd met al deze leugens voorkomen: gezichtsverlies? En welke schade werd aangericht als het gaat om het verlies van integriteit, van vertrouwen in de overheid, van vertrouwen in ‘onafhankelijke’ instanties (Wolleswinkel, TNO, OM), van vertrouwen in politici en parlementaire enquêtes, van vertrouwen in het justitiële en politie-apparaat en van vertrouwen in ons medische wereldje. Was het dit allemaal waard, om vervolgens ook nog de latere gebeurtenissen rond hangar nr. 8 te verzwijgen, die in het boek niet verder konden worden behandeld?

 

 

KLM-hangar nr. 8

 

Het verouderde toestel had veel gemelde gebreken – wel 25 pagina’s vol – waaronder een trillingsindicator die om die reden werd uitgeschakeld. Maar die waren niet de hoofdoorzaak van de ramp en de gevolgen daarvan. Het onderzoek van alle wrakstukken in hangar nr. 8 moest daarover klaarheid brengen, waarbij onder meer werd ontdekt dat een groot aantal ophangbouten had moeten zijn vervangen.

 

Er werd nog iets ontdekt: 227 kg van de vermoedelijk ongeveer 282 kg (of veel meer?) verarmd uranium die als balansgewichten in het vliegtuig waren aangebracht en eigenlijk al vervangen hadden moeten zijn door wolfram, ontbraken. Verbrand, verpulverd tot stof? In ieder geval werd op verschillende plaatsen uraniumstof aangetroffen, ook bij latere patiënten die in de hal hadden gewerkt. Twee schoonmakers zijn inmiddels overleden, anderen kregen kankerverschijnselen en het aantal doden na de ramp bedraagt reeds enige tientallen.

 

Dat uraniumstof giftig is, was al bekend uit een ‘adviescirculaire’ uit 1984 van de Amerikaanse Federal Aviation Administration, ook in bezit van de RLD (Rijksluchtvaartdienst). Tevens was bij de zgn. Batelle-poef vastgesteld dat verarmd uranium al bij ca. 600 graden verbrand. Een onderzoek door TNO naar straling kon dus alleen vaststellen hoeveel stof was achtergebleven (28 maal de normale stralingswaarde) nadat de hangar reeds meerdere malen was schoongeveegd. Over de aanzienlijke vergiftigingsrisico’s vóór die tijd werd opzettelijk geen mededeling gedaan.

In maart 1987 werd ook in een Navo-voorschrift gewaarschuwd voor de gevaren van een brand waarbij verarmd uranium is betrokken: Brandweerpersoneel zonder bescherming op 1000 meter afstand houden.

 

Reeds op 5 oktober, de dag na de ramp, realiseerde een hoofd onderzoek van de KLM, de heer Geleyns, zich dat de balansgewichten niet waren vervangen. Hij waarschuwde mevrouw Middelkoop van het ministerie van VROM en maakte vervolgens een veiligheidsinstructie die in de hangar werd opgehangen. En daarbij bleef het totdat een zieke medewerker, Van Os, zelf op onderzoek uitging met een Geigerteller (meter voor radioactieve straling). De regering verschool zich achter een vage en onjuiste verklaringen van zgn. deskundigen, de RLD bleef intussen zwijgen over de giftigheid van uraniumoxide, de bedrijfs- en arbo-artsen hielden eveneens hun mond (beroepsgeheim?). En wat deed VROM? Inderdaad, hetzelfde.

 

Nadat medisch onderzoek uitwees dat ca. 150 KLM-ers en bezoekers van hangar nr. 8 dezelfde afwijking in hun bloed hadden opgelopen, kreeg journalist Emmer van De Telegraaf opdracht hier niet meer over te schrijven. De arbodienst van de KLM had uiteraard geen reden hierin verandering te brengen door middel van eigen publicaties en ook in het personeelsorgaan ‘De Wolkenridder’ werden geen waarschuwingen opgenomen. De eed van artsen, politie-officieren en kamerleden komt bij deze tweede Bijlmerramp wel in een bijzonder daglicht te staan.

 

Ook de huisartsen in de omgeving werden niet in kennisgesteld van de mogelijke verschijnselen van de ‘hangarziektes.’ De klachten waren al bekend sinds de Golfoorlog en de Balkanoorlog: rheuma-achtige aandoeningen, gedeeltelijk wegvallen korte-termijngeheugen, kanker in diverse organen, miskramen en gehandicapte baby’s.

Aantasting van DNA en genen doet zich naar verluidt eveneens voor, overdraagbaar op volgende generaties. De commissie-Meijer en de regering hebben met hun knoeiwerk wel een zeer grote verantwoordelijkheid op zich geladen. Hoe gewetenloos kun je zijn zonder als ‘tuig’ te worden bestempeld?

 

Het CDA gaat sinds 23 februari 2001 de beantwoording van de vraag uit de weg op welke wijze de voormalige bezoekers van hangar nr. 8 zijn/worden gewaarschuwd voor eventueel optredende ziektes. Het sterke vermoeden bestaat dat het aantal latere doden al groter is dan de slachtoffers bij de ramp. Ook de gemeente Haarlemmermeer, recentelijk in het nieuws vanwege de beschuldiging haar jaarrekeningen te hebben vervalst, deed mee aan de ‘omerta,’ wellicht aangemoedigd door de leugenachtige antwoorden op kamervragen.

 

Daarbij werd in 1997 door minister Jorritsma beweerd dat pas later is vastgesteld dat (ook) de RLD in het bezit was van de waarschuwing van de FAA uit 1994 en dat de ontkenning daarvan in het voorjaar van 1997 een abuis was geweest. Hoe kan dit als reeds bij VROM en de KLM op de dag na de ramp bekend was, waarom verbrand uranium gevaarlijk werd geacht (Geleyns/Middelkoop) en wie had sindsdien de regie over de betrokken ministers? Inderdaad, premier Kok.

De Raad voor de luchtvaart beweerde in 1998 nog: ‘het staat vast dat het advies van de FAA op 4 oktober 1992 niet bekend was.’ Niet bekend of genegeerd? En wanneer was het dan wel bekend, zodat effectieve actie kon worden ondernomen, op 5 oktober?

 

 

Nog meer leugens?

 

Bovendien was er in hangar nr. 8 over gesproken, waar onderzoekers van verschillende diensten aan het werk waren en de waarschuwingen door Geleyns werden opgehangen. Ook het ministerie van Defensie was op de hoogte, inclusief de brandweer op militaire vliegvelden. En hoe zat het met de andere brandweerkorpsen en met de bazen daarvan, zoals dhr. Ernst?

De FAA-waarschuwing was namelijk niet de enige geweest. US Army – 1990; Los Alamos National Laboratory – 1991; US Army Report to Congress – 1994.

 

Huisarts Makdoembaks had van zijn Bijlmer-patiënten inmiddels een dossier aangelegd dat steeds dikker werd. En toch weigeren om de huisartsen en het KLM-personeel te waarschuwen! De Raad voor de luchtvaart beweerde in een interview dat uranium niet bij een felle brand kan verdampen. Over verbranden of verpulveren tijdens brand en explosies werd verder gezwegen. Tja, zwijgen is geen liegen, nietwaar...

 

Het is daarbij opvallend dat er geen gezondheidsklachten van de brandweer van Haarlemmermeer naar buiten zijn gekomen, maar sommige gegevens spreken voor zich. Wat te denken van de volgende ziekteverzuimpercentages onder de brandweermensen van de afdeling proactie/preventie: 24 % in 2000 en nog bijna 13 % in 2001.

De Amsterdamse brandweercommandant Ernst verklaarde in 1998 dat een vrijwillige brandweergroep uit de Haarlemmermeer slechts zijdelings en voor korte tijd bij het bergingswerk betrokken is geweest. Een pertinente leugen en waarom? En hoe is het dan afgelopen met de groepen die niet ‘zijdelings’ maar intensief werden ingezet?

Ook een lid van de luchthavenbrandweer loog; in dit geval over het hem opgelegde spreekverbod. In wiens opdracht?

 

In oktober 1998 komt een krankzinnig ‘studieresultaat’ van het RIVM naar buiten. De zware metalen en andere giftige stoffen die bij de Bijlmerramp zijn vrijgekomen... kunnen leiden tot 1 – 2 gevallen van kanker per 10.000 blootgestelden. Maar hoe kon het RIVM weten welke én hoeveel giftige stoffen waren vrijgekomen? En als onder veel minder dan 10.000 blootgestelden zich veel méér gevallen van kanker voordoen, wat zegt dat dan over het ‘deskundige’ oordeel of over de lading of over verarmd uranium?

 

In België werd in 2000 een onderzoek gestart naar kanker en chronische vermoeidheid onder militairen die op de Balkan waren ingezet. Ook Spanje en de VS werden geconfronteerd met opvallende aantallen zieken met overeenkomende verschijnselen. De verdenking viel daarbij op munitie die verarmd uranium bevatte. En wat deed Nederland? Gewoon doorgaan met het vernietigen van bewijzen.

 

Om te beginnen het in alle stilte (en zonder vergunning?) slopen van de hangar toen niet langer kon worden ontkend dat TNO én de KLM én de overheid het publiek jarenlang hadden bedrogen. De duizenden bezoekers van de hangar tussen 1992 en eind 2000 mochten het verder zelf uitzoeken.

Daarna het weigeren van een grondig bodemonderzoek en het verzwijgen van de vele ziektegevallen. In 2001 bedroeg het aantal door het AMC geregistreerde zieken al ca. 2200! Het ministerie van VWZ schoof elke verantwoordelijkheid door naar de gemeente Haarlemmermeer en de KLM.

 

Het slopen van de hangar was op grond van een rapport van de KLM uit 1997 ook helemaal niet nodig, want er waren slechts 4 m2 radiologisch besmette vloer vastgesteld, waarmee niet meer dan 10 medewerkers in aanraking konden zijn gekomen. Gegeven de grondige schoonmaak daarna en de medische controle van het betrokken personeel, was er niets aan de hand. Voor het feit dat er reeds metingen hadden plaatsgevonden meteen na de afvoer van de wrakdelen, zonder een besmetting te constateren, had de KLM geen verklaring. Maar wie die metingen toen had uitgevoerd, stond niet vermeld.

 

De provincie Noord-Holland geeft in 1999 in een brief toe dat het verdwenen uranium (152 kg?) mogelijk gedeeltelijk is verbrand. Dat was tijdens het parlementaire onderzoek. Maar hoe de provincie aan de bewering kwam dat de totale ballast slechts 282 kg omvatte, is onduidelijk of het gevolg van een ‘abuis’ in de opgave van Boeing en El Al. Dat zou immers betekenen dat slechts 130 kg is teruggevonden, maar niet dat de opgave van Boeing juist was. Een raadsel blijft hoeveel verarmd uranium in het vliegtuig aanwezig was en hoeveel daadwerkelijk werd vermist (152 of 227 kg)?

 

 

Conclusies

 

Het ‘excuus’ voor het falen van de overheid en deels ook van de commissie, namelijk het belang van geheimhouding, is een beetje onzinnig of zelfs misdadig in het licht van de gevolgen voor duizenden. De betekenis van Schiphol voor de Israëlische defensie kan men wel willen verbloemen voor de Nederlandse bevolking en het parlement, maar – nogmaals – niet voor de inlichtingendiensten uit het Midden-Oosten. Niet vóór de ramp en na de ramp zeker niet.

 

De behandeling van klokkenluiders binnen de overheid of binnen een kamerfractie, is een effectief middel gebleken om bijna iedere insider af te schrikken en de mond te snoeren, evenals het wegwuiven van aangiftes en het intimideren van onafhankelijke onderzoekers. Ook de weigering om bepaalde getuigen te horen of een liegende getuige te arresteren wegens meineed, wekt de suggestie dat alles is toegestaan, behalve de waarheid vertellen.

 

Helaas past bij het voorgaande slechts één conclusie: iedere Nederlander mag zich schamen voor alle onweerlegbare bewijzen dat onze zogenaamde rechtsstaat is gekaapt door gewetenloze schurken.

En een minister-president die dit over zijn kant laat gaan, moet nooit, nooit meer over waarden en normen praten. Het valt te hopen dat er onder de velen die wegens eigenbelang of ‘landsbelang’ leugens hebben verteld, of zelfs meineed hebben gepleegd, een paar nog wél een geweten hebben en hun afgedwongen geheimhoudingsverklaring zullen beschouwen als een onwettige vorm van machtsmisbruik. Alleen dan is er nog uitzicht voor de slachtoffers van de tweede Bijlmerramp én voor ons land.

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

1 september 2007

 

Home

 

stats count