Bron: http://www.bndestem.nl/regio/roosendaal/5343650/De-Rucphense-heide-na-de-brand.ece

 

De brand op de Ruphense heide

was aangestoken

 

De Rucphense heide, na de brand

 

 

image074

 

Café Jagersrust – Schijf (aan de rand van de Rucphense Bossen)

(Foto: Kees Wittenbols – 30 maart 2009)

 

 

Klompen aan, petje op. Mans de Jong is er klaar voor om mee de Rucphense hei op te gaan. Vorige week zag ik het verbrande deel, acht voetbalvelden groot, dat op 9 mei door een felle brand in de as werd gelegd. De brand was aangestoken door een jonge knaap. Nu staat er vooral gras, het wijd uitwaaierende pijpenstrootje. Maar ik zag ook hier en daar een minuscuul groen varentje tussen verbrande takjes door piepen: scheuten van jonge hei. Dus toch! De hei kan terugkomen. Hoe erg is het als er een stuk hei afbrandt; voor de natuur, voor de mens? Natuurman Mans de Jong, vooral bekend van de Heemtuin Rucphen, geeft tijdens ons ‘kuierke’ zijn visie en vertelt en passant veel mooie dingen over de natuur, die volgens hem stukken ingenieuzer is dan de mens. “Tja, wat is erg? Het ligt eraan in welke periode er brand is op de hei. In de winter is vuur een stuk minder schadelijk dan in het voorjaar, want dan beleeft de natuur haar orgasme. De brand was op 9 mei, in het broedseizoen. Vogels als de tapuit, nachtzwaluw en geelgors broeden op de grond. Ze zijn wellicht hun broedsel kwijtgeraakt. En konden de hagedissen ontkomen? Vuur gaat zo snel, als een lopend vuurtje.”

 

 

pijpenstrootje

 

Pijpenstrootje

 

 

Aangekomen bij het verbrande stuk, zien we aan de ene kant van het pad de ongeschonden paarse hei, de VVV-hei in Mans’ woorden en rechts het verbrande deel, dat helemaal is vergrast. Hier kraait het pijpenstrootje victorie. Mans: “Ik heb hier geen moeite mee, de tranen springen me niet in de ogen.” Mans blijkt een voorliefde voor deze grassoort te hebben. Arme mensen gebruikten het dorre blad vroeger als stro, vertelt hij. “En ken je een pannensponsje? Mensen maakten dat van de wortels, gingen ermee langs de deuren.” Dat pijpenstrootje is zo sterk, omdat het zowel van natte als droge voeten houdt. “Het vuur raast erover heen, maar de groeipuntjes worden niet aangetast, die schieten uit. En omdat het pijpenstrootje geen concurrentie heeft van de hei, krijgt-ie alle ruimte.” De struikhei daarentegen, al jaren niet meer afgeplagd, is verhout en daardoor verbrand. Sommige slapende knoppen ontwaken nog wel, maar de heidezaden moeten opboksen tegen die dikke bodemlaag en het pijpenstrootje. Als de hei weer wordt afgeplagd, zullen de heidezaadjes in de grond weer uitkomen, zegt Mans. “Brand hoeft dus geen ramp te zijn, maar de natuur is wel haar variatie kwijt. Vergelijk het met elke dag aardappelen eten met sla.” Eigenlijk heeft Mans maling aan paarse hei en dan doelt-ie op de VVV-hei, uit de folder. “Wij mensen zijn zo geïndoctrineerd. Let eens op de kleine dingen. We zagen net een boerenzwaluw. Als je beseft dat-ie over een tijdje naar Afrika vliegt, duizenden kilometers, zonder TomTom. En die keizerlibel, zestig kilometer per uur vooruit, opzij, omlaag én achteruit. Heel wat anders dan dat getob van die Apache die overvliegt. Als je de lat in het leven laag legt, kun je er altijd overheen.”

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Als we niks doen, verandert hei in bos

 

Ze zijn vaak ontstaan onder invloed van de mens die door schapenteelt de heide openhield. Tot 1900 bestond Nederland voor twintig procent uit heide, nu is er nog een tiende van over. De Rucphense Bossen zijn 1300 hectare groot, 70 hectare is hei. Op 9 mei jongstleden brandde enkele hectare heide af. Nu groeit hier vooral het pijpenstrootje. Als we vijftig jaar niks aan de heide doen en er ook geen brand is, verandert ze in een eikenberkenbos.

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

“Heide spil in landbouw”

 

RUCPHEN - De heide is zo’n vijfduizend jaar geleden ontstaan, toen de mensen besloten hun zwervende bestaan op te geven en te gaan boeren. Ze streken neer langs beekjes (water! vis!) en staken het eikenberkenbos in brand. Op de open plekken gingen ze spelt verbouwen, de voorloper van graan. Als er niks meer groeide, staken ze weer een stuk bos in brand om een nieuwe akker te maken. Op de oude, in de steek gelaten akkers begon heide te groeien. Mensen gingen er schapen op houden. De schapenkeutels gebruikten ze als mest voor hun akkers, vermengd met plantenresten. Daarvoor plagden ze de hei af: ze staken de planten weg tot op de zandbodem. Volgens Mans de Jong was de hei dus de spil in het landbouwsysteem. “Hoe meer mensen er kwamen, hoe meer hei er ontstond. Tot rond 1900, toen de kunstmest werd uitgevonden. Toen verdween de hei in Nederland.” Bestond ons land in 1900 nog voor twintig procent uit hei, nu is er nog maar een tiende van over. In Rucphen is zo’n zeventig hectare hei te vinden.

 

 

dopheide

 

Dophei

 

 

 

klokjesgentiaan

 

Klokjesgentiaan

 

 

 

zonnedauw

 

Zonnedauw

 

 

Bijna alle heide in Rucphen bestaat uit dwergstruiken. Die zijn wat benepen, volgens De Jong. Ze houden alleen van droge voeten en voedselarmoe. Vroeger was er ook dopheide te vinden, die op natte grond gedijt. “Maar omdat wij ons oppervlaktewater vervuild hebben, onttrekken we nu ons drinkwater aan het grondwater. Daardoor is het waterpeil wel een paar meter gezakt, waardoor ook de dopheide verdween.” En met de dophei verdwenen ook de zonnedauw, een vleesetend plantje en de klokjesgentiaan.

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Zie ook:

 

Rucphen in beeld

Rondje Rucphense Bossen in beeld

 

 

5 augustus 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN