Bron: www.bndestem.nl

 

De Christoffel

was grondig weggemoffeld

 

Schatgraverij in de witkalk

 

 

Over de Christoffelschildering in de Grote Kerk van Breda

die momenteel haar zoveelste restauratie ondergaat

is meer te vertellen.

 

 

Bijvoorbeeld dat ze dik tweeënhalve eeuw verdwenen is geweest. De kolossale Christoffel was zo grondig weggemoffeld dat hij vergeten was, toen ‘ie werd teruggevonden. Zijn reputatie, dat zijn aanblik de gelovige van een plotselinge dood vrijwaarde, had de beschermheilige de das omgedaan. Toen zijn beeltenis in de laatste fase van de 16e-eeuwse kerkvoltooiing (circa 1535) op de westelijke kerkmuur verscheen, was de Grote of O.L.V.- Kerk nog een rooms-katholiek gebedshuis. Maar in 1637 kwam het gebouw definitief in handen van de protestanten en die moesten niets hebben van heiligenverering. Al helemaal niet van een heilig verklaarde sterveling met een levensreddend dus bovenmenselijk gelaat. Hop, een dikke laag witkalk er overheen. Binnen de kortste keren ging de acht meter hoge Christoffelschildering, samen met veel kleinere fresco’s, op in een spierwit kerkinterieur. Het duurde tot 1906 vooraleer de verdonkeremaande kerkschat werd herontdekt. Nu was in 1902 de eerste van de drie 20e-eeuwse restauraties van de Grote Kerk begonnen en dat had in het noordertransept al bijna meteen de eveneens weggekalkte Annunciatie-schildering (Mariaboodschap) opgeleverd. De tweede vondst van vier jaar later moet de ontdekkers helemáál met het gevoel van succesrijke schatgravers vervuld hebben.

 

Het zal de bovenmenselijke glans op Christoffels aangezicht beslist even teruggebracht hebben, aangezien hij van oudsher ook van schatgravers de schutspatroon is. Maar lang kan dat niet geduurd hebben, want de fresco kwam schrikbarend vaal onder de calvinistenkalk vandaan. De Roermondse schilder Helwegen, die in het atelier van restauratiearchitect Cuypers werkte, ontfermde zich erover. Iets te goed, vinden de geleerden nu, want ofschoon Helwegen terughoudendheid beleed, is hij volgens de huidige opvattingen niet zo te werk gegaan. Of tijdens de restauratiewerkzaamheden van de jaren ‘30 de Christoforus opnieuw aan de beurt is geweest, valt gek genoeg niet na te gaan, maar na de Tweede Wereldoorlog brak de volgende episode in dit wonderlijke verhaal aan. De gezichten van Christoffel én het door hem getorste Christuskind bleken geheel in vocht te zijn opgelost. In 1956 begon de bekende Bredase kunstschilder en kerkrestaurator Dio Rovers (1896-1990) aan een zevenjarige reddingsactie van de heiligenafbeelding. Dat was niet zonder ironie. De onkerkelijke grondlegger van de Bredase kunstacademie had in 1949 het directeurschap van zijn school er aan gegeven, toen het bisdom erin slaagde er blijvend de naam van een (andere) heilige - St.-Joost - aan te verbinden. Geen wonder, zou je bijna zeggen, dat het ook Rovers niet lukte recht te doen aan het heiligentafereel. Althans volgens de nieuwste - 45 jaar jongere - wetenschappelijke inzichten. Maar restaurators doen het in de ogen van hun opvolgers nou eenmaal nooit goed. Het is dus maar afwachten wat het Belgische restauratieatelier Burgin er deze ronde van bakt. En hoe de volgende generatie daarover zal oordelen.

 

 

 

8 mei 2009

 

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN