Bron: BN-DeStem

 

De nieuwste expositie

van het Breda’s Museum

 

Van grazende koeien tot functioneel naakt

 

 

klikkenberg-1

 

Johannes Klinkenberg, boerderij in Dongen, ca. 1880

 

 

 

klikkenberg-2

 

Theun Hocks, 1999

 

 

BREDA – “Kijk, Jan Theuns,” wijst Jeroen Grosfeld,

directeur van Breda's Museum, op een portret.

 

 

“Een schilder waar Breda mee wegliep.” En dus, vindt hij, hoort zijn werk thuis in de nieuwste expositie van het museum. “Het is misschien geen topper, maar wel van belang voor wat Breda aan kunst heeft voortgebracht.” Tweehonderd jaar kunst uit Breda en omgeving. Daar draait het de komende maanden om in Breda's Museum. Een expositie die een boeiende wandeling biedt door niet alleen de ontwikkeling die Breda doormaakte, maar ook een beeld geeft van dat wat in de wereld op kunstgebied gebeurde. Immers, al liep Breda niet vaak voorop, van alle stromingen uit de mondiale kunstwereld zijn Bredase voorbeelden te vinden.

 

En dus is er romantisch werk uit de negentiende eeuw. Neem dat van Remigius Haanen. Dramatische landschappen compleet met bergen en angstaanjagende wolkenluchten. Het impressionisme, post-impressionisme, het expressionisme met werk als dat van de destijds in Breda wonende Hongaar Richard Peskovsky. Modern, post-modern tot aan het werk van de ‘Nieuwe Wilden.’ Het is allemaal wel eens in Breda gemaakt. Natuurlijk, Breda kende niet louter trendvolgers. “Integendeel,” wijst Grosfeld op de uitgebreide collectie van Petrus van Schendel die zijn museum rijk is. En hij vertelt hoe deze negentiende eeuwse schilder thuishoorde in een groep Nederlandse kunstenaars die de grootheid van hun illustere voorgangers uit de gouden eeuw wilden herontdekken. Van Schendel concentreerde zich op de kaarslichttraditie. Of dan de typische Brabantse landschapsschilders. Grosfeld: “In Breda werd aan de Koninklijke Militaire Academie tekenonderwijs gegeven.” Militairen, zo was het idee, moesten hun omgeving goed in zich kunnen opnemen, hem kunnen weergeven. “Bij de mobilisatie in 1830, bij de Belgische opstand, waren in deze omgeving flink wat officieren gelegerd. Ze verdreven de tijd met tekenen.” Onbelast met de regels van de kunst, registreerden ze wat ze zagen, maakten tekeningen waarop het boerenleven was verbeeld. “Dat pittoreske leven inspireerde op zijn beurt Brabantse kunstenaars tot schilderijen waarop het gewone boerenbestaan was uitgebeeld.”

 

Een ophemeling van het oprechte, eerlijke leven. “Een stijl die typisch voor deze streek is en die later, bijvoorbeeld in het werk van iemand als Gustave Courbet en ook in dat van Van Gogh, was terug te vinden.” In Breda's Museum is het terug te vinden in werk van August Allebé. Het boerenleven, geïdealiseerd na werk dat militairen maakten. En daarmee volledig passend bij wat in Breda van invloed is geweest op de ontwikkeling van de kunst: het onderwijs. En Grosfeld begint te vertellen. Over de kunstenaars die tot in de achttiende eeuw wegtrokken uit het Bredase om elders het vak te leren. Er waren nou eenmaal geen goede docenten in de omgeving. Over de verlichting, de Bataafse republiek, die maakte dat in 1799 de eerste tekenacademie in Breda kwam. Over de stadstekenacademie die in 1825 werd opgericht, de KMA die het vak doceerde vanaf 1828. En over al die kunstdocenten die op de banen afkwamen, die naast nuttig, ook vrij wilden werken en er zo voor zorgden dat in Breda kunst werd gemaakt.

 

Kunst die aan de scholen vaak als ‘nuttig’ werd onderwezen. Zoals die militairen die met het tekenen hun strategie leerden bepalen. Toegepaste kunst die aanvankelijk ook de insteek was op Sint Joost, de opleiding die na de Tweede Wereldoorlog in Breda werd gevestigd. Nuttige kunst, tot de jaren zestig aanbraken, de roep om vrij denkende kunstenaars klonk, Sint Joost hervormde. “Het leidde in de jaren zeventig tot een explosie van talent in Breda.” Voorbeelden van dat talent zijn goed vertegenwoordigd op de expositie “Signatuur” in Breda's Museum. Een complete zaal laat zien wat Breda de laatste decennia voortbracht. Bijzonder, vervreemdend soms. En inmiddels met namen die internationaal klinken als een klok. Teun Hocks, Pieter Laurens Mol, Jaap de Vries.

 

Tweehonderd jaar beeldende kunst uit Breda. Veel heeft Breda's Museum inmiddels zelf in bezit. Verkregen na het opheffen van de Artoteek, van kunsthal De Beyerd en uit de Stadscollectie. En, zo vertelt Grosfeld, veel is ook zelf aangekocht. Breda's Museum wil zich immers steeds meer toeleggen op het exposeren van beeldende kunst. Van moderne werken. “Deze expositie past daarbij. Hiermee laten we zien dat we een stevig fundament bezitten. Dat wij in staat zijn om naast de geschiedenis ook aan te tonen waar Breda staat als het gaat om beeldende kunst.” De expositie Signatuur, kunstenaars en collectie, 1800-heden, is al ingericht, maar opent formeel op 7 maart. Breda's Museum, Parade 12-14, Breda.

 

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Tweehonderd jaar kunst uit Breda zij aan zij in Breda’s Museum

 

 

anna-1

 

Portret van rechtersvrouw Anna Sassen-Borel.

In 1905 geschilderd door Antoon van Welie.

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

13 februari 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN