Bron: www.bndestem.nl

 

De oude suikerfabriek van Breda

 

 

BREDA - De Bredase suikerfabriek ligt te wachten op haar slopers.

 

Binnen twee weken beginnen die met hun werk,

meldt slopersbaas Juan Stolwerk.

 

Dat karwei staat vooralsnog los van de silosloop, waarop het

stadsbestuur zich nog tot eind volgende maand beraadt.

 

 

 

 

suiker-4

 

1968, de eerste silo in aanbouw.

 

 

 

image003

 

De twee suikersilo’s verkeren in ‘deplorabele’ toestand, sinds vocht er vat op heeft gekregen.

De oudste (rechts) is al groen uitgeslagen.

(Foto: Kees Wittenbols – 2006)

 

 

Intussen ligt het CSM-complex tussen Markkade, Zoete Inval en de spoorlijn er al vijf maanden verlaten bij. Na het staken van haar suikerproductie in 2004 verhuurde de CSM haar pal achter de suikerfabriek gelegen specialiteitenfabriek nog tot november jongstleden aan de SuikerUnie. Die produceerde er gedurende anderhalf jaar suikers en stroop. Nu is het er doodstil. Op de portier na, is er geen levende ziel te bekennen. Het enige geluid komt van de wind die gierend langs de grote en kleine silo’s glijdt en zich fluitend tussen de merendeels onttakelde opstallen doorperst. CSM heeft de afgelopen jaren veel apparatuur aan Oost-Europa en Zuid-Amerika kunnen slijten. En de karakteristieke diffusietoren is door de Groningse zusterfabriek overgenomen. De rest is voor de slopers. Al is er heel af en toe een roekeloze bezoeker die - met lak aan eigen lijf en leden en hopend op een paar snel verdiende euro’s - het nachtelijk treinverkeer trotseert, om te zien of er nog wat te halen valt. Maar net als de incidentele zwerver die in de nabijgelegen daklozenopvang achter het net heeft gevist, stuit zo’n onverlaat doorgaans al snel op de 24-uurs bewaking.

 

Het geheel omheinde complex blijft de komende tijd met mensen, honden en camera’s beveiligd. De bedrijfsgebouwen zijn na vierenhalf jaar al danig aan het vervallen en de veiligheidsrisico’s worden bijgevolg steeds groter. De eigenlijke kaalslag, die negen maanden in beslag gaat nemen, begint pas deze zomer. De slopers hebben al wel de allerlaatste apparatuur zo goed als gedemonteerd en de meeste loodsen ontruimd. Over enkele weken komen ze, vermomd als astronauten, terug voor het afvoeren van asbest. Tot zolang heerst hier de leegte. En de schoonheid van het verval. De jarenlang met bedrijvigheid gevulde fabriekshallen zijn merendeels verworden tot halfduistere spelonken. Uitzondering is het voormalige kookstation, pal aan de Markkade. Dat staat nog vol met restanten markante machinerie. Het robuuste ijzer is evenwel onverkoopbaar. In een oude werkplaats even verderop hangt een poster van het piratenzendschip van Radio Veronica op volle zee, veertig jaar oud. Op de betonnen vloer slingert wat onbruikbaar gereedschap. Een belendend kantoortje oogt alsof het personeel bij een calamiteit lang geleden alles zó uit handen heeft laten vallen en er nooit is teruggekeerd. De tijd heeft een stoffig laken over het interieur gedrapeerd. Kortom, de oude suikerfabriek is mooi van lelijkheid en fascinerend als een filmlocatie. De desolate decors lenen zich voor de opname van een thriller. De fotograaf is in zijn element. Maar er is één contrast dat we te laat opmerken: de gemengde gevoelens van onze begeleider, de gepensioneerde fabrieksdirecteur Jacob Blok. “Als je weet hoe goed dit vanuit bedrijfsmatig oogpunt allemaal gewerkt heeft, is het intriest om aan te zien. Tot 2005 was dit een uitstekend draaiende fabriek.”

 

Blok heeft zich ook verbaasd over de suggesties voor herbestemming van de veertig jaar oude silo’s die de afgelopen weken her en der zijn geventileerd. “Zonder onevenredig hoge investeringen, valt daar niets van te maken. Bouwkundig verkeren ze in deplorabele staat. Van beide is het dak lek en er zit vocht tussen de buitenwand en de isolatielaag.” Het vorige week in BN-DeStem gepubliceerde ontwerp van architect Frank Toeset - met volop ramen in de silowanden - noemt Blok in constructief opzicht “volstrekt onmogelijk.” “De wanden zijn van voorgespannen beton, hebben een spiraalvormige wapening. ‘t Zijn als het ware drie ringen achter elkaar, met tussenruimte. Daar kun je niet straffeloos ramen in uithakken.” Juan Stolwerk rekent erop, dat de totale sloop van de suikerfabriek een jaar gaat duren, de silo’s niet meegerekend. De eerste drie maanden zullen opgaan aan de asbestverwijdering. Het ‘fijnknijpen’ van de bedrijfspanden wordt vervolgens ook geen fluitje van een cent.

 

“De fabriek is heel solide van bouw. Er zijn veel ijzeren balken bij gebruikt,” vertelt de sloper. “Ja, strikt bouwkundig gesproken, kun je inderdaad wel zeggen dat de suikerfabriek voor de eeuwigheid is gebouwd.” De fabrieksfundamenten vallen níet onder de sloop. Een toekomstige koper, meest waarschijnlijk een projectontwikkelaar, zou er nog wat aan kunnen hebben. Maar dat is allemaal toekomstmuziek. De gemeente voorziet de ontwikkeling van de locatie pas in 2015-‘25. Tot zolang blijft het CSM-eigendom waarschijnlijk braak liggen. Op zich ook al bijna een eeuwigheid. ‘Brussel’ versus Breda - De Europese landbouwpolitiek betekende per 2005 het einde van de Bredase suikerfabriek. ‘Brussel’ vond dat elke lidstaat in zijn eigen suikerproductie moest voorzien. Nederland produceerde daarentegen te veel en kreeg een productiebeperking opgelegd. CSM sloot de fabriek in Breda, wier bestaan teruggaat tot 1872. De twee silo’s dateren trouwens van 1968 en 1973.

 

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Van suikerbiet tot kristalsuiker

 

Suikerbieten bevatten wel suiker, maar dat is nog lang geen kristalsuiker. In de suikerfabriek gebeurt simpel gezegd het volgende:

 

De aangevoerde bieten worden gewassen in grote wastrommels en in snijmolens als het ware tot frites (reepjes) gesneden.

 

De van de bieten afgewassen aarde wordt verzameld voor onder meer dijkverzwaring. In Breda gebeurde dat in de Emerput.

 

In zogeheten diffusietorens wordt de suiker uit het snijdsel geloogd, door stomend heet water door de ‘frieten’ te persen.

 

Dit ‘suikerwater’ - het blauw zwarte ruwsap - wordt van de resterende pulp gescheiden.

De pulp wordt afgevoerd en tot veevoer verwerkt.

 

Met gebluste kalk wordt het ruwsap - dat 15 procent suiker bevat - van zouten, zuren,

eiwitten en andere stoffen gezuiverd. Zo ontstaat het geelgroene dunsap.

 

De uit het dunsap gefilterde kalk gaat als bodemverbeteraar (kalkmeststof) naar akkerbouwers.

 

In verdampers wordt het dunsap ingedikt tot zeventig procent suiker. Zo ontstaat diksap.

 

In zogenoemde kookpannen worden aan het diksap fijne kristallen (zeg maar: poedersuiker) toegevoegd.

Dit heet enten. Door steeds meer water te verdampen, groeien de suikerkristallen.

 

Nu moeten in centrifuges alleen nog de suikerkristallen van de stroopachtige vloeistof gescheiden worden.

De suiker wordt gedroogd en in silo’s opgeslagen totdat er de bekende kilopakken mee worden gevuld.

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

 

28 maart 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN