Bron: www.bndestem.nl

 

De oudste geridderde oorlogsheld

van Nederland

 

“M’n boordschutter lag dood achterin ’t vliegtuig”

 

 

De benoeming van kpt. Marco Kroon tot Ridder in de Militaire Willems-Orde, de eerste benoeming sinds 1952, maakt de 38-jarige Bosschenaar per 29 mei tot lid van het hoogst selecte groepje van negen Nederlandse oorlogshelden. De oudste van deze ridders is voormalig gevechtsvlieger Frits Jan Willem den Ouden (94) uit Breda.

 

De oudste geridderde oorlogsheld van ons land straalt tegelijk eenvoud en waardigheid uit, als hij in zijn woning aan de rand van het Mastbos voor de fotograaf poseert. Op de hoogbejaarde borst prijken zijn eretekens, waaronder de Militaire Willems-Orde en het Vliegenierskruis. 27 jaar was Frits den Ouden (23 juli 1914), toen hij zich in januari 1942 door “moed, beleid en trouw” en door “initiatief, moed en volharding” onderscheidde tijdens luchtgevechten tegen de Japanse bezetter van het vroegere Nederlands-Indië. Onmiskenbaar draagt de nestor van de vaderlandse ridderschap zijn versierselen met trots, maar ophef is hem vreemd. Zijn stille maar onmiskenbaar aanwezige zelfbewustzijn wordt verre overtreffen door bescheidenheid. Er komt hem niet één superlatief over de lippen, als hij in eenvoudige bewoordingen over zijn dertien dienstjaren verhaalt.

 

Als artillerist was hij in 1936, meteen na zijn voltooide officiersopleiding aan de KMA, naar de Oost vertrokken, om zich bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) te voegen. Maar al snel belandde hij bij de Vliegdienst. Drie jaar later had hij het groot militair vliegbrevet op zak. “Net op tijd voor de Tweede Wereldoorlog.” De jonge luitenant-vliegenier mocht en ging een Glenn Martin besturen. “Ik mocht kiezen: een jachtvliegtuig of een bommenwerper. Ik koos voor de laatste. Daarmee kon je de vijand de meeste gevechtsschade toebrengen.” Hij werd ingedeeld bij de Eerste Vliegtuigafdeling van de 36 toestellen (drie squadrons) tellende Eerste Vliegtuiggroep van de KNIL, die op de vliegbasis Andir bij Bandoeng gestationeerd was. Enkele maanden later werd eerste-luitenant Den Ouden als patrouillecommandant – “ik had drie vliegtuigen onder me” - overgeplaatst naar een geheime basis in hartje Borneo, om verkenningsvluchten boven de Straat van Makassar uit te voeren. Het was 1 december 1941. Zes dagen later was het oorlog: Japan bombardeerde Pearl Harbor.

 

Op of rond de eerste januari (‘42) stoomden de Japanse oorlogsbodems door de zeestraat op naar het noorden, om de oliebronnen van Tarakan, een eilandje voor de noordoost-kust van Borneo, in bezit te krijgen. “Die dag heb ik mijn eerste luchtaanval op de Japanse vloot uitgevoerd. Dat was pittig, want de Jappen hadden meteen jachtvliegtuigen in de lucht. We kregen ze onmiddellijk achter ons aan, op vier kilometer hoogte. Mijn kist alleen telde naderhand al honderd kogelinslagen. Ik voelde de mitrailleurkogels langs mijn wangen suizen. Met mijn aan flarden geschoten luchtroer kon ik slechts met grote moeite landen. Pas toen bemerkte ik dat mijn boordschutter dood achterin het vliegtuig lag.” Den Ouden werd gedecoreerd met het Vliegerkruis.

 

Enkele weken later zette de Japanse vloot koers naar Balikpapan, de grootste oliehaven van Borneo. Drie dagen lang, van 23 tot en met 25 januari, hesen vier squadrons van de tot commandant bevorderde luitenant keer op keer hun bommenlast de tropenhemel in, om ze op de vijandelijke vaartuigen los te laten. “Ik herinner me dat we een slagkuiser zwaar hebben beschadigd en twee transportschepen tot zinken hadden gebracht. Maar de derde dag kregen we behoorlijke tegenaanvallen van Japanse jagers te verduren.” De Nederlanders hadden intussen de oliebronnen in brand gestoken. “De rook steeg wel tien kilometer op. Die kon ik gebruiken om in weg te duiken. Ik hoor nog mijn boordschutter steeds weer roepen: “De wolken in, luit, de wolken in.” De mannen brachten het er levend van af, maar de vijand had intussen hun basis ontdekt - en gebombardeerd. “We landden daarom bij Makassar, maar binnen een uur waren we opnieuw achterhaald.” Ditmaal weken de manschappen uit naar Zuid-Borneo, waar ze met camouflagenetten hun kisten aan het vijandelijk oog wisten te onttrekken, totdat ze naar Java konden doorvliegen. Daar had een vijandelijke invasievloot inmiddels ook de aanval ingezet en op dat nieuwe doelwit richtten de bombers van commandant Den Ouden keer op keer hun raids. “Totdat de Jap kans zag onze toestellen op de grond in brand te schieten.” Toen was het spel uit. Bij Koninklijk Besluit van 12 februari ‘42 werd Lt. Den Ouden de Militaire Willems-Orde in de 4e klasse toegekend.

 

“Dat ging snel in die tijd,” glimlacht de drager zo’n kleine zeventig jaar na dato. Maar de oorlog was nog niet voorbij voor hem. “Op 28 februari werd ik naar Australië gestuurd. Om mijn oorlogservaring aan onze Vliegschool door te geven. “Je mag je vrouw en vijf kilo bagage meenemen,” luidde de instructie.” Met achterlating van al zijn verdere bezittingen - huis, auto - stapte Den Ouden luttele uren vóór de capitulatie in het allerlaatste Nederlandse vliegtuig. “We stegen op van een met lampjes verlicht stuk weg bij het vliegveld van Andir, met maar amper genoeg brandstof om de Noordwestkust van Australië te halen. Halverwege Darwin en Perth zijn we op het strand geland, zonder nog één druppel in de tank.” De Vliegschool van de KNIL verkaste al snel naar de VS, maar in 1944 keerde Den Ouden terug Down Under, als kapitein-vlieger bij het 18e KNIL-squadron binnen de Australische luchtmacht (de R.A.A.F.). In zijn Mitchell B25 voerde hij vanuit Darwin verkennings- en bombardementsvluchten boven ondermeer Nieuw-Guinea en Timor uit. Na de Japanse capitulatie in augustus 1945 maakte hij op Java en Sumatra de twee Politionele Acties mee. Toen was het mooi geweest. De kapitein-ridder vroeg en kreeg in 1950 eervol ontslag. Hij maakte carrière in het bedrijfsleven, richtte in 1970 de (inmiddels voormalige) scheepswerf De Amer in Drimmelen op en pensioneerde in 1974. Tegenwoordig legt Frits den Ouden als oudste en vitaalste der Ridders twee maal per jaar een krans namens de Militaire Willems-Orde: op 4 mei tijdens de Nationale Dodenherdenking op de Dam en op 15 augustus in Den Haag bij de herdenking van de Japanse Capitulatie.

 

 

 

De Militaire Willems-Orde:

 

 

Kort na zijn kroning heeft Koning Willem I (1815-1840) de MWO in 1815 ingesteld.

 

De onderscheiding wordt verleend wegens betoonde “moed, beleid en trouw” in oorlogstijd.

 

Er bestaan 4 klassen: Ridder Grootkruis, Commandeur, Officier, Ridder der 3e en der 4e klasse.

 

De MWO is ruim zesduizend keer uitgereikt.

 

De regerend vorst(in) is grootmeester van de orde.

 

Bekende dragers: de latere koning Willem II (de eerste drager), generaal Chassé, prins Bernhard, Erik Hazelhoff Roelfzema alias “Soldaat van Oranje.”

 

Maar twee vrouwen zijn geridderd: koningin Wilhelmina en verzetsheldin Jos Gemmeke.

 

De medaille combineert een Maltezer- met een Bourgondisch kruis onder een koningskroon.

 

Dragers hebben een eigen plaats bij militaire plechtigheden en bij de opening van de Staten-Generaal.

 

Ook twee Canadezen en een Amerikaan zijn Ridder in de Militaire Willems-Orde.

 

 

 

jos gemmeke

 

Jos Gemmeke

 

 

 

 

Vliegenierskruis:

 

 

De onderscheiding is ingesteld op 11 juni 1940 en wordt uitgereikt sinds 1941.

 

Dit ereteken wordt verleend wegens “initiatief, moed en volharding,” betoond tijdens een vijandelijke actie.

 

Tot 2007 zijn 735 luchtvaartmilitairen ermee gedecoreerd.

 

Het Vliegerskruis is ook aan geallieerde militairen toegekend.

 

Bekendste dragers zijn prins Bernhard en Erik Hazelhoff Roelfzema (“Soldaat van Oranje”).

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Koninklijk_Nederlandsch-Indisch_Leger

http://nl.wikipedia.org/wiki/Jos_Gemmeke

 

 

 

 

13 maart 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN