Bron: www.bndestem.nl

 

Rinie Maas en de strijd

tegen het vergeten

 

 

BREDA - En de schrijver, hij ploeterde voort.

“Beulswerk” noemt Rinie Maas het zelf.

 

 

Maar ook wel “de strijd tegen het vergeten.” Zestig uur per week besteedt de Bredanaar aan het schrijven. Onderzoeken, interviewen, checken, double checken en regelmatig een duik in het stadsarchief. En dan ook nog eens de reacties van de lezers verwerken. Zijn wekelijkse pagina “Breda van Weleer” in de Bredase Bode is razend populair bij de wat oudere Bredanaar. Daarvan getuigen de vele, vele brieven die hij krijgt. “Je geeft wat, maar krijgt er zoveel voor terug. En die paar centen die ik ervoor krijg? Daar kan mijn vrouw Coby de benzinetank van volgooien.” Ooit was Rinie Maas loopjongen en correspondent tegelijk van toen nog Dagblad De Stem. Mede door Gerard van Herpen, destijds chef van de stadsredactie en bekend van zijn vaak prachtige stadskronieken, is zijn liefde voor het schrijven ontstaan. Met echt schrijven voor de Bode begon hij in 1996, toen hij nog ambtenaar was van welstand. In 1972 kwam hij bij de gemeente en in 1998 mocht hij weg met een goede wachtgeldregeling. “Tropenjaren waren het, maar de gemeente heeft me heel goed behandeld.”

 

En nu schrijft hij al 12,5 jaar continu, niet alleen voor de Bode, want onlangs is al zijn twaalfde boekwerk uitgekomen: “Stadshelden.” Over Janus Voeten, de trommelaar van het Zesde. Over broeder Alphonso. Over de broers Sjef en Wim van Eekeren, ijscomannen in hun koetsje met een paard ervoor. Ze verdienden zoveel geld dat ze de centen, stuivers, dubbeltjes en kwartjes wogen in plaats van telden. En wat ze overhielden, ging naar het seminarie. Over Slim Keeke uit Princenhage, Belze Marie uit het Ginneken en nog veel meer ‘helden.’ Smullen voor de liefhebber. Maar niet iedereen is liefhebber van Rinie Maas. Hij zou te veel van de hak op de tak springen, te bombastisch schrijven, met te veel details. En te lang. Maas kent de kritiek en legt die ook niet helemaal naast zich neer. “Aan alleen complimenten heb je niks. Maar mijn lezers zijn gediend met een taal die ze begrijpen. Op school kreeg ik voor opstellen al complimenten, maar ook kritiek. “Stijlvol, maar waak voor overdrijving,” schreef de meneer. Maar ik kan van mezelf zeggen dat ik wel literair kan schrijven. Mijn boek Janske is toch niet voor niets genomineerd voor de Brabantse Letterenprijs 2009. Ik zou ook best een mooie roman kunnen schrijven, maar dan moet ik stoppen met de Bode en dat vind ik zonde.”

 

Relativeren, dat kan Maas ook, want hoe trots hij ook kan zijn op zijn werk, zijn twee dochters Yvonne (30) en Ingrid (32) en zijn vrouw komen op de eerste plaats. “Mijn gezin is mijn alles. Als het daar maar goed mee gaat. Zo'n letterenprijs hoeft voor mij helemaal niet. En rijk word ik van het schrijven toch niet. Dat zegt me ook helemaal niets. Het klinkt wel clichématig, maar het is waar. Schrijven is ook wel een beetje een toevlucht zoeken. Zoals een boer naar zijn veld gaat. Ik ben trots op mijn gezin en op mijn vader en moeder. Maar ook trots dat ik geen slappe knieën heb en doorzet. Je wordt wel eens van alle kanten belaagd, maar ik blijf de dingen doen zoals ik ze doe. Ik laat me niet afleiden. Ik buig alleen voor het argument. En voor God. Los van het feit of die nou bestaat of niet. Als er niet zoiets als een gedegen religie zou zijn, zou de mens denken dat hij zelf God is.” Wethouder Marja Heerkens verwoordde het onlangs tijdens een bijeenkomst in de Waalse Kerk erg goed: Rinie Maas is onlosmakelijk verbonden met Breda en met de historie hiervan: “Jij verstaat de kunst zó te schrijven dat je me meeneemt met jouw verhalen, dat ik de mensen die je beschrijft bijna kan aanraken.” Maas koestert die woorden van de wethouder en geeft een voorbeeld uit zijn Stadshelden: “Slim Keeke uit Princenhage had aan de Doelen geen deur voor haar plee, terwijl ze die zo graag had. Herhaalde verzoeken haalden niets uit. Toen een kapelaan op huisbezoek zou komen, ging ze in de stal op de open plee zitten, zodanig dat hij behoorlijk in verlegenheid werd gebracht. Onder het stro had Keeke een bezem gelegd waar hij overheen viel en de woontoestand bij haar in ogenschouw kon nemen. Bij haar zag het kapelaantje niks. Daar had ze voor gezorgd. Maar slim Keeke kreeg de deur voor de plee.”

 

Rinie Maas, Stadshelden - Uitgeverij Vorsselmans - ISBN 978-90-806566-7-3

 

 

 

8 januari 2009

 

Home

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN