image005

 

De telefooncel verdwijnt:

 

 “waarom, waarom?”

 

 

telefooncel

 

De geschiedenis van de Nederlandse telefooncel in beeld (vlnr):

 de Engelse modellen uit 1931 (eerste twee), de “koudebenencel” (eveneens uit 1931),

twee modellen van architectenbureau Brinkman en Van der Vlugt,

 (nummer 4 en 5) wiens ontwerpen zo'n vijftig jaar meegingen en het “driekantmodel” (geïntroduceerd in 1983).

 

 

Een hindoestaanse vrouw van een jaar of 50 in een grote gele jurk

vult samen met haar tienerdochter, in spijkerbroek,

een van de telefooncellen voor het station.

 

Ze geven aan een andere dochter door dat ze net met de trein zijn gearriveerd. “Ik zag vanochtend al op teletekst dat de telefooncellen gaan verdwijnen,” vertelt ze behoorlijk geagiteerd. “Waarom, waarom?, vroeg ik daarna de hele tijd.” Want inderdaad, zij heeft geen mobieltje. “En als het dringend is, moet ik naar een telefooncel.”

 

Natuurlijk, het beeld van ongure types in regenjassen die vanuit een telefooncel hun obscure belletje plegen, was allang vervlogen tijd. Of dat van de rij ongeduldigen, wachtend op hun beurt om te telefoneren. Toch was ook Janneke Hermans gisteren enigszins onaangenaam getroffen, door het bericht dat de telefooncel grotendeels uit het straatbeeld gaat verdwijnen. De conservator telecommunicatie bij het Museum voor Communicatie in Den Haag geldt als de kenner bij uitstek van telefooncellen in Nederland. Ze promoveerde op telecommunicatiemiddelen in de Nederlandse effectenhandel en hoe die in de sector in het verleden werden ingezet “Natuurlijk weet je dat er langzaamaan minder telefooncellen overblijven. Maar zolang wettelijk is vastgelegd dat er nog een bepaald aantal cellen moet staan, zullen ze niet verdwijnen, dacht ik altijd. Dat de wet nu is veranderd, heeft me wel verbaasd,” zegt Hermans. “Ik vind dat er toch altijd wel een paar telefooncellen moeten overblijven.”

 

“Van de week begaf mijn mobiel het en toen was het toch handig dat er een cel in de buurt was.”

 

De telefooncel is door de opkomst van de mobiele telefoon voor een groot deel overbodig geworden. Exploitatie van de cellen is daardoor niet langer rendabel. “Zo'n 95 procent van de Nederlandse bevolking maakt er géén gebruik meer van,” zegt KPN-woordvoerder Marinus Potman. “In een enquête gaven veel ouderen aan, dat de cellen moeten blijven. Maar in de praktijk blijkt dat zij er het minst gebruik van maken.” Overigens zijn Noorwegen en Finland Nederland al voorgegaan, niet toevallig allemaal landen die op het gebied van (mobiele) telecommunicatie voorop lopen. Staatssecretaris Frank Heemskerk van Economische Zaken heft de wettelijke verplichting van KPN op om een telefooncel per 5.000 inwoners te handhaven. KPN heeft nog 4.000 telefooncellen staan. Daarvan zijn er 1.800 niet rendabel. Over het blijven of verdwijnen van elke cel gaat het telecombedrijf overleg voeren met de gemeenten. Daarbij heeft KPN een bonus-malusregeling bedacht, waarbij gemeenten bij winst een vergoeding krijgen en bij verlies mede opdraaien voor de kosten.

 

De telefooncellen van KPN die blijven staan, zullen vooral te vinden zijn op drukke plaatsen zoals treinstations en vliegvelden.

 

Volgens Janneke Hermans beleefden de telefooncellen hun toptijd in de jaren zeventig en tachtig. Naast de opkomst van de gsm heeft ook een ander aspect volgens haar mogelijk voor de neergang gezorgd: de telefoonkaart. Die werd aanvankelijk ingevoerd om het kraken van de cellen tegen te gaan. Begrijpelijk, vindt Hermans, maar om één telefoontje te plegen moest je wel meteen een kaart aanschaffen van meerdere euro's. De cellen bleken door de jaren heen erg vandalismegevoelig. “Ongeveer één op de drie cellen wordt in de oudjaarsnacht vernield. Uit bedrijfsmatige overwegingen kan ik begrijpen dat KPN van de cellen afwil. Maar gevoelsmatig vind ik het toch wel jammer, misschien vooral uit nostalgie.” De opmars van de gsm ten spijt, zelfs mobiele bellers zitten regelmatig verlegen om een telefooncel, blijkt op het station. Zoals Agib en Reggi uit Arnhem. De twee 17-jarige jongens verblijven nog geen minuut in een van de cellen voor het station, om vervolgens buiten een mobieltje tevoorschijn te halen. “Als je iemand wilt bellen en je hebt geen beltegoed, ga je naar een telefooncel. Je belt hem gewoon op en zegt dat hij je op je mobieltje moet terugbellen. Dat kost dan maar 20 cent.”

 

 

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

5 juli 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN