Bron: BN-DeStem

De zonden van een ‘pater’

 

 

janssen

 

Gerard Janssen, redacteur van de Nieuwe Bredasche Courant, met zijn gezin in of omstreeks 1896.

 

Twee weken geleden beloofde ik - als vervolg op de

‘gemaskerde’ journalisten van Breda - wat meer te

vertellen over Gerard Janssen (1859-1932).

 

 

Met hem haalde het toen nog neutrale weekblad de “De Nieuwe Bredasche Courant” (een directe voorganger van deze krant) in 1890 geheel onwetend een echte ‘rooie rakker’ als redacteur binnen de muren. Tegenwoordig staat G.L. Janssen te boek als de pionier van het Staatspensioen, voorloper van de AOW. Maar die reputatie stamt uit zijn post-Bredase jaren, toen de veelzijdige veelschrijver inmiddels een stuk gematigder was geworden. En voltijds in verzekeringen was gegaan. Maar vóór die tijd was de geboren Hagenaar een radicaal van het zuiverste water. Daarover valt te lezen in Peer Corstiaan en 't Zondig Paterken, een vorig jaar bij uitgeverij Van Ierland verschenen biografie door Janssen’s achterkleinzoon, Hans Verhoeff. Aanvankelijk was Gerard Janssen beroepsmilitair, maar zijn rebelse gedrag leidde tot een ‘verbanning’ naar het ‘donkere Zuiden.’ De Haagse sergeant-majoor kwam in Bergen op Zoom terecht, waar hij al snel correspondent werd van de “De Nieuwe Bredasche Courant.” Zijn even gepeperde als amusante raadsverslagen hielpen hem per 1 februari 1890 aan zijn benoeming tot eerste fulltime-redacteur van de drie maal per week verschijnende Bredase stadskrant. Maar zijn nieuwe broodheren konden niet bevroeden dat Janssen zijn scherpe pen ook aanwendde voor publicaties in landelijke socialistische periodieken. Zo had hij in 1887 - met een niet-ondertekend spotschrift op koning Willem III in het blad Recht voor Allen - zijn redacteur F. Domela Nieuwenhuis wegens majesteitsschennis voor zeven maanden achter de tralies geschreven. Andere stukken ondertekende hij als Peer Corstiaan. In Breda bedacht Janssen als alter ego 't Zondig Paterken. Onder dat pseudoniem schreef hij vier jaar lang in De Volkstribuun, socialistisch weekblad voor Zuid-Nederland, wat hij in zijn eigen krant niet kwijt kon. Hij hekelde de autoriteiten en signaleerde sociale misstanden. Dat was allemaal niet zonder risico's, in een tijd dat het gevestigde liberale burgerdom socialistische activiteiten nog als staatsondermijnend beschouwde, ‘rooie’ oproerkraaiers gemakkelijk in het gevang belandden en werknemers überhaupt nog weinig rechtsbescherming genoten. Daarbij had Janssen ook nog een - aan de Nassausingel wonend - gezin te onderhouden. Allemaal redenen voor de broodschrijver uit de Reigerstraat om - met de binnenstebuiten gekeerde dekmantel van de dubbelspel speler - zijn status als burger-van-aanzien te benadrukken. Met hoge hoed en al poseerde hij bij plechtigheden temidden van de notabelen en tijdens een koninklijk bezoek in 1894 reed hij, evenals zijn gezinsleden in oranje getooid, mee in de stoet. Door de hierover verontwaardigde rode pers werd hij ontmaskerd en aan de schandpaal genageld. Toen zijn krant ook nog een roomse signatuur kreeg, vertrok Janssen in 1897 uit Breda. (Overigens meldt Maarten Bruna, zoon van wijlen Jan Bruna, dat hij “altijd verondersteld heeft” dat zijn vader na 1943 niet meer illegaal heeft gepubliceerd).

 

 

 

 

13 februari 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN