Bron: http://www.bndestem.nl/regio/breda/7025629/Dochter-Duitse-soldaat-zoekt-Bredase-halfbroer.ece

 

 

Dochter van Duitse soldaat zoekt

Bredase halfbroer

 

 

 

WEHRMACHT

 

 

BREDA - Ulrike Hasse-Wesselmann is van Bielefeld (D) naar Breda gereisd. 61 is de Duitse lerares en ze wil niets liever dan haar onbekende Bredase halfbroer ontmoeten. En hem leren kennen. Voor beiden begint de tijd te dringen. De onbekende man, zoon van een Duitse militair en diens Bredase verloofde, moet nu rond de 65 zijn. De man is omgeven door raadsels en slechts half vertelde verhalen. Zijn halfzuster kent zijn naam niet eens. Dus Ulrike Hasse begrijpt ook wel dat ze naar een speld in een hooiberg aan het zoeken is.

 

Niettemin speurde ze vorig weekeinde met haar man door de Bredase binnenstad. De afgelopen week stapte ze bij de krant binnen. Voorzien van één scherpe jeugdherinnering, losse flarden informatie, een fotoalbum en vooral veel optimisme - tegen beter weten in. Eén keer heeft ze hem gezien, die naamloze verwant uit Breda. Het moet 1954 zijn geweest. “Ik was vijf jaar en zat bij mijn oma thuis, in Bielefeld. Mijn vader was er ook, met een vreemde vrouw. En een jongen, die wat ouder was dan ik. Hij zal acht of negen zijn geweest. Steeds zat ik maar naar hem te kijken. Ik vóelde dat er wat was, dat er iets voor me verborgen werd gehouden en dat het met hém te maken had. Toen stuurde oma mij weg. Ze zei: - en ik zal het nooit vergeten - “Je hebt ‘t recht niet om zo naar hem te kijken.” “Het recht niet! Zo gek...” Jarenlang berustte Ulrike erin dat die naamloze jongen - van wie ze zeker is dat het haar halfbroer was - een onbekende voor haar bleef. Om haar moeder te ontzien. De vrouw placht hardnekkig te zwijgen over zowel de oorlog als haar mans voorechtelijke relatie. Haar vader, Heinz Wesselmann (1922-2008), bleef daarentegen altijd over zijn Nederlandse dienstjaren spreken. Al heeft hij kennelijk ook veel verzwegen. De oorlog zat hem heel hoog.

 

Vader Wesselmann, die op zijn 17e al het leger inging, was als Wehrmachtsoldaat bijna geheel de bezetting door in Breda gelegerd. Hij had hier ook een verloofde, Liesbeth. De vrouw, wier achternaam Heinz in zijn graf heeft meegenomen, was twee jaar ouder dan hij en woonde hoogstwaarschijnlijk aan de Prinsenkade 16. Althans, kiekjes in het meegebrachte fotoalbum - dat Ulrike pas na haar vaders dood tussen diens spullen vond - lijken ons daar op te wijzen. Meestal met een terriër, poseert de vrouw veelvuldig voor het pand waarin sinds 1940 ook de Handelsmaatschappij Frans van Heijst Hzn gevestigd was. Slechts één - wat onscherp - kiekje toont het verloofde paar. Heinz staat er zowaar in burger op. Dat pand, dat een karakteristieke, gebeeldhouwde entree met leeuwenkoppen had, stond volgens onze naspeuringen op de hoek van de Prinsenkade met de toenmalige Zoutstraat. Het is zo’n veertig jaar geleden gesloopt, om plaats te maken voor het langgerekte appartementengebouw op de hoek van de huidige Adriaan van Bergenstraat.

 

Een ander fotootje toont de vrouw met een aangelijnde terriër tegen de achtergrond van het Spanjaardsgat, schuin aan de overkant. Je reinste Aha-Erlebnis voor de Bredanaar die zo’n plaatje in een buitenlands familiealbum aantreft. Een portretfoto van de bekende Bredase fotograaf Anton Henning geeft het duidelijkste beeld van de vrouw. Een foto van het kind dat Liesbeth van Heinz Wesselman had, heeft Ulrike niet kunnen vinden. Het blijft bij de ene, dubbelzinnige aanwijzing die haar vader haar soms over het geslacht van het buitenechtelijke kind gaf: “Je hebt beslist geen zúsje in Nederland.” Het begint haar intussen steeds duidelijker te worden dat haar vader, die na zijn diensttijd handelsreiziger werd, een dubbelleven leidde. “Hij was vaak lang van huis, kon overal en nergens zijn. De eerste tien jaar van zijn huwelijk met mijn moeder heeft hij niet eens bij ons thuis gewoond. Mogelijk had hij een tweede gezin. Misschien leefde hij al die tijd nog met Liesbeth samen.”

 

Beducht voor wraak, had hij de Bredase vrouw al in 1944 naar Bielefeld gebracht. “Mijn vader wist dat Duitsland de oorlog ging verliezen. Zoveel was hem wel duidelijk geworden uit de berichtgeving van de BBC, die hij illegaal beluisterde. Hij voorzag dat, als het eenmaal zover was, Liesbeth het erg zwaar zou krijgen. Dat had ie goed gezien. Weet u, wij weten óók wat er hier met moffenmeiden gebeurde. In Breda is Heinz Wesselmann, die in 1944 naar Arnhem werd gestuurd en daar de bekende slag meemaakte, blijkbaar nooit meer teruggeweest. “Angst,” weet zijn dochter, “en schaamte. Hij durfde de Nederlanders niet meer onder ogen te komen.” Hij zei wel eens: “Na wat wij hun in de oorlog hebben aangedaan, durf ik geen Hollander meer in de ogen te kijken.” Hij had ook vaak heel erge huilbuien. Mijn moeder wilde daar nooit iets over vertellen.”

 

Hoe lang Liesbeth in Bielefeld is gebleven en wat er van haar en het kind is geworden, weet Ulrike niet. Een man die een volmaakt dubbelleven leidt, weet van geheimen bewaren. En Heinz Wesselmann had veel geheimen. Hoe kon hij tientallen jaren later zo pertinent zeker weten dat Liesbeth dood was? “Mijn vader leek soms dingen te weten, waarvoor hij geen verklaring gaf. Bleek ie ineens Liesbeth weer ontmoet te hebben. “Toevallig op de Kurfürstendam tegengekomen.” “Jawel, de drukste straat van Berlijn.” Maar tegen elke kansberekening in, houdt zijn dochter de hoop dat ze de speld in de hooiberg kan vinden. “Misschien zijn er lezers die zich nog iets herinneren, waarmee ik toch mijn broer kan vinden.”

 

 

 

 

24 juli 2010

 

Home

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN