Bron: BN-DeStem

 

Doe je offline

eigenlijk nog wel helemaal mee?

 

 

internet

 

Hoewel Nederland het hoogste percentage huishoudens met internettoegang heeft,

is nog niet iedereen actief op de digitale snelweg.

 

 

 

Wie niet hyvet, bestaat niet. Bloggen is een mensenrecht.

En wie nu nog niet twittert, is toch echt van een andere planeet.

 

 

De wereld is in no-time een website geworden. En wij Nederlanders surfen er graag overheen. Nederland heeft het hoogste percentage huishoudens met internettoegang in de Europese Unie, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). We liggen nipt voor op Zweden en Denemarken, maar mijlenver voor op Roemenië, waar maar een derde van alle huishoudens überhaupt een pc heeft. Toch hebben nog 1,2 miljoen Nederlanders thuis geen internet. Een half miljoen kan thuis wel online, maar doet het niet. Kan dat nog wel in een wereld waarin in bijna elk reclamespotje verwezen wordt naar een internetadres en veel overheidsdiensten alleen nog maar digitaal bereikbaar zijn? Of ben je dan al snel een wezensvreemde kluizenaar?

 

Hans Adriaansens, socioloog op de Roosevelt Academy in Middelburg, ziet in Nederland geen groep mensen die door al dit digitale geweld buiten de maatschappij komen te staan, omdat ze geen internet thuis hebben. “Die mensen redden zich op dezelfde manier als vroeger, toen er nog geen internet en e-mail waren.” Volgens Adriaansens is het aantal contacten via e-mail wel toegenomen, maar vaak gaat het om mededelingen tussen mensen die elkaar regelmatig zien en niet ver uit elkaars omgeving vertoeven. “Boodschappen die je op de gang bij de koffieautomaat ook had kunnen uitwisselen.” Hij heeft niet de indruk dat er bijvoorbeeld minder brieven geschreven worden: “Een brief schrijf je als je elkaar wat beter kent of als je iets officieels wilt meedelen. Daarin is niet veel verandering gekomen.”

 

Aan de andere kant schrijf je volgens hem eerder een e-mail dan een brief. Dat leidt er ook weer toe dat je makkelijker je netwerk uitbreidt. Adriaansens krijgt wel eens studenten aan zijn bureau die in bijvoorbeeld Amsterdam verder willen studeren. Daar kent hij wel mensen. Als hij een e-mailtje naar Amsterdam stuurt, komt daar vrij snel antwoord op: “Wil je zo iemand in Amsterdam per telefoon bereiken, dan krijg je die niet aan de lijn. En voor zoiets stuur je dan niet zo snel een geschreven brief.” Een maand geleden is hij er zelf toe overgegaan om niet meer dan 30 e-mails per dag te beantwoorden. Dat heeft hem al reacties uit Amerika opgeleverd, met de vraag of hij de e-mail soms niet ontvangen had. Het moet via internet en e-mail allemaal wel veel sneller gaan. En daar is niet iedereen van gediend. Adriaansens staat niet zo te kijken van de resultaten van onderzoeken zoals die het CBS over het internetgebruik heeft gepubliceerd. “Het zegt wat mij betreft meer over hoe snel de ontwikkelingen gaan, dan over het percentage mensen dat niet internet. Je kunt op allerlei manieren communiceren of op publieke plaatsen internetten. Er is een grote dichtheid ontstaan in een korte tijd.”

 

Hij ziet ook geen groepen mensen geïsoleerd raken omdat ze niet internetten. “Mensen die niet internetten hebben van oudsher op andere manieren hun netwerken opgebouwd. Er zijn ook mensen die geen auto hebben of geen telefoon en die functioneren ook gewoon in deze maatschappij.” Hij erkent wel dat leeftijd een rol kan spelen. Uit eigen ervaring weet hij dat hij vroeger nieuwe apparatuur zonder het lezen van de handleiding wel aan de praat kreeg. Dat lukt hem tegenwoordig niet meer, maar zijn kleinkinderen bijvoorbeeld weer wel. Op die manier kan op een zekere leeftijd ook een drempel ontstaan voor het gebruik van nieuwe communicatieapparatuur. Daar zegt het CBS onderzoek ook iets over: Personen die thuis geen internet hebben, maken ook minder gebruik van andere moderne media zoals de mobiele telefoon.

 

 

 

CBS en internetgebruik

 

 

Het CBS heeft in zijn onderzoek naar internetgebruik gekeken naar personen tussen de 12 en 75 jaar. Van hen heeft 87 procent internettoegang thuis; 9 procent niet en 4 procent heeft wel toegang, maar die wordt niet gebruikt. Een miljoen huishoudens zijn niet online. Het gaat daarbij om 1,2 miljoen personen: dus voornamelijk alleenstaanden. Redenen om niet te internetten: geen interesse of niet zinvol (58 procent); financiële redenen (11 procent); onvoldoende kennis of vaardigheden (17 procent) en gevaar voor privacy (3 procent). De personen tussen de 12 en 59 jaar zonder toegang tot internet zijn voor bijna 60 procent mannen. De niet-internetters hebben vaker een lagere opleiding dan degenen die wel internetten.

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

“Die scholier kwam niet meer opdagen”

 

 

riet_991560b

 

Riet Lauwen.

 

 

Naam: Riet Lauwen Woonplaats: Roosendaal “We hebben een computer. Wel een oudje hoor. Het is de oude pc van m'n dochter. Ik heb er wel eens spelletjes op gespeeld, maar daar vind ik eigenlijk niets aan. Net zoals ik geen interesse heb in internet. We kunnen best zonder. Als we eens een keer wat moeten opzoeken op internet, doen we dat bij mijn dochter thuis. Buitengesloten voel me ik niet. Ik merk eigenlijk alleen dat we geen internet hebben als ze in een winkel om je emailadres vragen en je dat niet kunt geven.

 

We hebben ook geen mobiele telefoon, heel ouderwets. Maar heerlijk rustig. We hebben toch altijd zonder dat soort dingen gekund? Ik ben opgegroeid in een tijd dat er thuis nog niet eens televisie was. Ach ja, het is snel gegaan. Als ik nu met m'n kleinzoon door de stad loop en zeg: “Hé, is dat geen leuke game?” Dan zegt-ie: “Oma, die is al heel oud hoor.” Een tijdje geleden was hier een paar keer een scholiere om uit te leggen hoe de computer werkte. Dat ging uit van haar school. Maar na een paar keer is ze niet meer gekomen. Op school had ze gezegd dat het niet meer hoefde van ons. Maar dat was een beetje ‘n leugentje van haar.”

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

“Internet in buitengebied? Dat ligt een beetje lastig”

 

 

lucienne_991568b

 

Luciënne Verheijen.

 

 

Naam: Luciënne Verheijen Woonplaats: Castelré, een gehucht tussen Baarle-Nassau en de Belgische grens “Internet, ik zou het graag hebben. Maar dat ligt hier in het buitengebied een beetje lastig. Lang niet alle woningen hier hebben een adsl-aansluiting en de gemeente vindt het te duur om nieuwe kabels te trekken.

 

We hebben er nog voor gedemonstreerd met spandoeken en al, maar tevergeefs. Mobiel internetten kan vaak ook niet omdat er niet overal een even goede dekking is. Ik viel er net buiten. Veel mensen hadden een verbinding via de vaste telefoonlijn, maar dat was traag en heel duur omdat je door de lage snelheid heel veel telefoontikken kwijt was. Er is wel een andere, snellere oplossing, maar die is ook duur: je kunt een satellietschotel kopen en aan je huis hangen. Daarmee kun je dan via de Astra-satelliet internetten. Maar zo'n schotel kost wel 800, 900 euro. Toch ga ik dat wel doen als mijn nieuwe huis klaar is, denk ik. Als mijn kinderen nu internet nodig hebben, dan gaan ze naar de boerderij van oma. Die woont een paar honderd meter verderop. Zij heeft wel een satelliet opgehangen, want op de boerderij heeft ze absoluut internet nodig. Om te telebankieren, de gehaltes van de melk bij te houden of voer te bestellen.”

 

 

 

29 december 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN