Bron: www.bndestem.nl

 

Cipier: “Drie van Breda

waren trieste oude mannen”

 

 

“Ze hadden ze na 1945 meteen moeten doodschieten!”

 

 

“Dat was beter geweest. Zó lang mensen opsluiten heeft geen zin. Zo dacht ik er toen over en nog steeds. De meesten van mijn collega's in die tijd ook. Ook Aus der Fünten heeft me gezegd dat het beter was geweest als hij na zijn veroordeling tot de doodstraf gelijk de kogel had gehad.” Ton Mink (62) uit Dongen was vanaf 1971 bewaker in de Koepel. Hij was een groentje van 25 toen hij in de Bredase gevangenis kwam werken en daar op de eerste etage de Drie van Breda leerde kennen. Tot zijn vervroegd pensioen in 2005 werkte hij in de Koepel.

 

Hij heeft als gevangenbewaarder achttien jaar lang zo intensief contact gehad met Joseph Kotälla, Ferdinand Aus der Fünten en Franz Fischer, dat hij zegt ‘de bodem van hun ziel te hebben gezien.’ “Ik vond het trieste, oude mannen. Als bewaker heb ik altijd bewust de mens achter de gevangene gezocht, ook om het werk niet te zwaar te laten worden. Dat is je taak, gestraften zo humaan mogelijk behandelen en voorbereiden op hun terugkeer in de maatschappij. Nee, dat laatste bij hen dus niet.” In 2006 schreef Mink een boek over De Drie van Breda zoals hij die had meegemaakt. “Ze intrigeerden mij vanaf dag één. Het waren unieke mannen in een unieke situatie. Ze hadden een aparte status, mochten ook veel meer dan de normale bevolking in de Koepel. Ze stonden als het ware onder en boven de wet. Ze mochten vrij door het hele complex, ook buiten in de tuin. Daar waren ze wel vier uur lang zonder enig toezicht. Zeker in de beginperiode waren er dan volop kansen om met hulp van buiten weg te komen. Ik heb ze dat wel eens gevraagd. Ze zeiden dat ze dat niemals zouden doen, omdat ze de eed als Duits officier hadden afgelegd.”

 

Ton Mink staat de dag dat de laatste Twee van Breda vrij kwamen nog goed bij. “Het was spannend, wij wisten 's morgens al dat er grote kans was dat de twee vrij zouden komen. De uitslag van de stemming in de Kamer kwam al in de ochtend. Er stond binnen een ambulance klaar. De mannen zelf beseften dat het voor hen erop of eronder was: als ze nu niet vrij zouden komen, zou het nooit meer lukken. We wisten van de portier dat er buiten mensen voor de poort stonden, demonstranten met spandoeken. Niemand anders dan wij wisten dat op de torens de vaste bewaking was vervangen door politie, met geweren en scherpe munitie. Die konden de Nassausingel en omgeving bestrijken.” Hij ziet De Twee nog gaan op 27 januari 1989. “Fischer liep door de Koepel, zag mij in de centraalpost zitten. Hij zette zijn koffertje neer, liep naar me toe, gaf me een hand en zei in zijn mengelmoes van Duits en Nederlands “Danke für die gute Sorgen.”

 

 

Nadat de demonstranten buiten hun woede met stokken op de eerste, lege ambulance hadden gekoeld – een krijgslist – was de feitelijke vrijlating ‘een fluitje van een cent.’ “Voor de demonstranten zich konden bedenken waren ze met de tweede ambulance weg, rechtstreeks naar de grens bij Venlo.” Nederland kan niet trots zijn op die 44 jaar gevangenschap, vindt Ton Mink. “Dat heeft ook geen land in Europa gedaan met oorlogsmisdadigers, zó lang. Zo'n lange straf heeft geen zin. Voor niemand.” Weet hij of de Drie van Breda, die hij zo goed kende, hun nazi-overtuiging zijn blijven koesteren? “Daar wilden ze nooit over praten. Maar afstand hebben ze er nooit van genomen. Ze werden ook van buiten financieel gesteund, door ex-nazi's en sympathisanten uit de hele wereld, zoals uit Zuid-Afrika. Het was niet onaanzienlijk wat ze kregen. Intussen bietsten ze wel sjekkies bij ons.”

 

“Vlak voor hun vrijlating hebben ze een spijtbetuiging geschreven aan het Nederlandse volk. Maar ik vraag me af of ze daar echt achter stonden. Ik denk dat dit hen gesouffleerd is. Ze beseften wel dat ze een wreed regime gediend hadden. Maar ze bleven tot hun laatste dag volhouden dat ze niet meer dan hun plicht gedaan hadden en opdrachten uitgevoerd. Inderdaad, Befehl ist Befehl.” Ton Mink, De Drie van Breda, € 13,50, via de boekhandel of via www.gopher.nl.

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Twee van Breda waren eerst Elf van Breda

 

Op 27 januari 1989 stemde een meerderheid van 85 tegen 55 Tweede Kamerleden tegen een motie om de laatste Twee van Breda niet vrij te laten. Eerder die maand had een groep van negentien vooraanstaande Nederlanders een oproep gedaan na 44 jaar een eind te maken aan de gevangenisstraffen van de twee laatste nog gedetineerde Duitse oorlogsmisdadigers. Al in 1951 krijgt de groep van elf oorlogsmisdadigers gratie: KVP-minister Struycken van Justitie zet hun doodstraf om in levenslang. Kerst 1952 weten zeven SS'ers ongestoord over de muren van de Bredase gevangenis te klimmen; ze zitten al in Duitsland als het alarm klinkt. In 1966 wordt Willy Lages (hoofd Sicherheitsdienst in Amsterdam) over de grens gezet, omdat hij doodziek zou zijn; in Nederland zou geen arts hem willen opereren.

 

Hij leeft, na een operatie in de Heimat, nog vijf jaar. Joseph Kotälla (“beul van Amersfoort”) sterft in de gevangenis in juli 1979. De op 27 januari 1989 vrijgelaten Ferdinand Aus der Fünten, in de oorlog leider van de Zentralstelle für Jüdische Auswanderung (‘emigratie’) in Amsterdam, overlijdt al drie maanden later aan een hersenbloeding. Franz Fischer, die in Den Haag in de leiding zat van het Judenreferat en eveneens ‘administratieve moordenaar’ die het oppakken, transport en vernietigen van tienduizenden joodse Nederlanders had geregeld, overlijdt in september van hetzelfde jaar.

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Vrijlating van laatste Twee was zo voorbij

 

BREDA - Het was zó voorbij. Demonstranten, die uit het hele land naar Breda waren getrokken met spandoeken, hadden nauwelijks de gelegenheid hun woede te uiten. Echt massaal was het ook niet, voor de poort van de Koepel. Het was meer een landelijke affaire en de protesten speelden zich vooral in Den Haag af. In Breda was de vrijlating van de laatste Twee van Breda zelfs een anticlimax. De Stem van destijds schrijft in een verslag over de vrijlating van “de Schande van Breda” dat het rond twee uur op de Nassausingel flink druk is, in afwachting van de ‘abjecte grijsaards’ Aus der Fünten en Fischer. De 87-jarige ‘juden-Fischer’ zou in zijn cel 's ochtends zijn persoonlijke papieren vernietigd hebben – iets dat oud-bewaker Ton Mink twintig jaar later bestrijdt.

 

Om tien voor half vier nadert een konvooi de hoofdpoort: motoragenten, arrestantenwagen en een met papier geblindeerde oude ambulance. Een klein half uur later gaat de poort open, flitsen de blauwe zwaailichten en verschijnt het konvooi. De agenten op straat hebben moeite de weg vrij te maken. Tientallen vuisten beuken op de geblindeerde ambulance, de wagen wordt bespuwd en geschopt. Als veel mensen al vertrekken, zwaait de poort weer open en vertrekt het tweede konvooi, ditmaal met de twee Duitse oorlogsmisdadigers in de ambulance, met hun verzorgster zuster Salvatrix van de Bredase Mater Dei. Ze komen, achter een politie-Mercedes en motoragenten, moeiteloos weg. Het gaat rechtstreeks naar de Duitse grens.

 

 

 

 

27 januari 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN