image005

 

Een Indiaan in Breda

 

 

indiaan

 

 

Azteek Cheko Mosqueira in vol ornaat en Esther van Son

in hun rijtjeshuis in de Bredase wijk Haagse Beemden.

“Onze liefde overwint elke vorm van heimwee,” zegt Cheko.

 

 

Cheko groeide op aan de voet van de Popocatepetl,

de beroemde Mexicaanse vulkaan.

“We stookten houtvuur en hielden kippen, koeien en

kalkoenen die we slachtten en op dat vuur bereidden.”

 

 

“We aten er maïs, courgette of avocado bij. Alles kwam van de natuur. Maar ik ben er niet gebleven. Mijn ouders scheidden en mijn moeder trok met haar negen kinderen – ik heb een broer en zeven zussen – naar Mexico-Stad. Eens per twee weken keerde ik terug naar het dorp, dat Tepetlixpa heet. Naar mijn vader en vooral ook naar mijn oma, die er nog steeds woont. Ze is 92 en leeft geheel volgens de tradities van de Azteken, het volk waartoe wij behoren. Ik ben er in maart nog geweest. Het dorp blijft de basis van mijn leven.”

 

Cheko Mosqueira woont echter niet meer in Mexico. Hij woont aan de Raaimoeren in de Bredase wijk Haagse Beemden. In een rijtjeshuis. Samen met Esther van Son en hun zoontje Moshe van zeven. Toch blijft hij een trotse Azteek, die de geschiedenis van zijn volk kent en die de tradities inmiddels wereldwijd heeft uitgedragen. Maar eerst moest hij als jochie met zijn moeder mee naar Mexico-Stad. “Op school in de stad werd ik gediscrimineerd. Iedereen deed minachtend tegen ons, indianen van het platteland. Thuis hadden we het niet breed. Moeder moest hard werken om voor ons de kost te verdienen. Op mijn achtste ging ik op het station brood verkopen. 's Ochtends moest ik werken, 's middags ging ik naar school.” Het leven in de stad viel hem zwaar. De vijandschap die hij er ontmoette, kostte hem zelfs bijna het leven. Een racistisch treffen liep zozeer uit de hand dat Cheko zwaargewond, in coma, moest worden afgevoerd. Sinds die dag mist hij een oog. Het dorp, de familie, zijn oma, dáár vond hij troost. “Ik was heel onzeker geworden.” Maar mijn oma zei: “Als iemand van je houdt zoals je bent, houdt hij ook van je met één oog.” Als oudste moest Cheko zijn talenten benutten en hij werd naar het grafisch lyceum gestuurd. Maar er moest ook geld op de plank komen, dus ging hij ramen lappen bij de zaken van de Amerikaanse modeketen Guess. Daar ontdekten ze zijn talent en hij werd financieel geholpen om grafische vormgeving aan de universiteit te studeren. “Uiteindelijk kreeg ik de verantwoordelijkheid voor de inrichting van een aantal zaken. Vijftien jaar heb ik keihard gewerkt om mijn moeder te steunen.”

 

Wel merkte hij dat er in zijn geboortedorp vreemd tegen de veranderde Cheko werd aangekeken. “Ik kwam er minder, had het te druk. Mijn oude vrienden en dorpsgenoten kenden de oude Cheko niet meer terug.” Maar de Amerikanen voor wie hij werkte, vonden hem ook maar vreemd. “Ik bleef een indiaan en werd niet voor vol aangezien. Wat ik maakte, werd niet voldoende commercieel gevonden en aangepast aan de Amerikaanse smaak. Ze gunden me bovendien het succes niet, wat erg frustrerend was.” 's Avonds in bed dacht hij aan het Azteekse dorp, het boerenleven, de solidariteit op het platteland. “Op een dag ben ik naar mijn baas gestapt en heb mijn ontslag ingediend. Alle kleding heb ik weggegeven, als prijzen in een loterij. Ik heb mijn oorspronkelijke kleding aangetrokken en ben naar mijn dorp gegaan. Mijn oma was de eerste die me in haar hart sloot. “Ik heb mijn kleinzoon weer terug,” zei ze. Maar ze raakte hem ook weer kwijt. Hij trok met de dansende muziekmakers van Xipe-totek (Heer van de Lente) niet alleen langs dorpsfeesten in heel het land, maar ook naar Europa. “Vijfhonderd jaar nadat Columbus Amerika had onderworpen, wilden wij Europa veroveren. En we wilden onze cultuur uitdragen. Ik kwam met zes andere stamgenoten. Zestig dollar had elk van ons op zak. We toerden in Duitsland, Italië, Zwitserland, Denemarken, Finland, Zweden, Noorwegen. En we gingen terug met drieduizend euro.” “Ik ben toen naar de Maya's gegaan, want ik wilde meer weten van hun cultuur. De rijkdom van de Maya's op spiritueel en geneeskundig gebied boeide me mateloos. Ik leefde met hen in de jungle van Yucatan. Maar om geld te verdienen, moest ik met mijn Azteekse broeders blijven optreden. En op een groot feest op het strand in Tulum, aan de Caraïbische Zee, gebeurde het. Ik ontmoette Esther.”

 

Esther van Son, een onderwijzeres uit Utrecht, was op vakantie in de Caraïben. Ze volgde de Mayaroute door Guatemala, Belize en Mexico, met aan het einde van de reis een paar dagen strand. Muziek, palmbomen, een hutje op het strand, nieuwe ontmoetingen, Cheko... Esther: “De vlam sloeg meteen over. Ik heb hem aangesproken na het optreden. Maar helaas, Cheko moest weer ergens anders optreden en ik moest weer naar huis.” Cheko: “Op zeker moment vroeg een Azteek me mee voor een tournee in Duitsland. Die nacht belde ik naar Esther: “Ik kom eraan!” Later vertelde Esther me dat ze nog nooit zo blij was geweest.” De hereniging met Esther vond plaats in Eisenach, in het Ponderosa-cowboydorp waar Cheko optrad. “Het wachten was beloond. Onze relatie had de lakmoesproef doorstaan en ik reisde Esther achterna naar Nederland.” Om aan de kost te komen, ging hij werken voor een Italiaanse stichting die zich inzet voor de Indiaanse straatkinderen van Mexico-Stad. Hij deed projecten op scholen, trad op culturele festivals op en organiseerde spirituele workshops.

 

In 1999 waren Cheko en Esther zo overtuigd van hun liefde voor elkaar, dat ze een verblijfsvergunning in Nederland aanvroegen voor Cheko. Esther: “Een lang en frustrerend proces was dat, maar het is uiteindelijk gelukt.” In 2000 bleek Esther zwanger en ze wilde met haar kind in de buurt van haar ouders in Breda wonen. Zo kwam Cheko wederom naar Nederland. In januari 2001 werd hun zoon geboren en dat betekende de definitieve vestiging van een Mexicaanse indiaan in een Hollands rijtjeshuis. Weliswaar was hij vele maanden van huis voor optredens in Italië, maar de standplaats was vanaf toen Breda. Sinds 2005 heeft hij de buitenlandse presentaties eraan gegeven. Nu verzorgt hij gastlessen, meditatietrainingen en voordrachten. “Door de komst van Moshe, onze zoon, ben ik alles heel anders gaan zien. Moshe is blind geboren. Hij is het belangrijkste dat we hebben. Ik heb nog wel heimwee naar mijn familie, vooral naar mijn ouders en mijn oma. Maar we zijn hier met z'n drieën als gezin zo hecht met elkaar, onze liefde overwint elke vorm van heimwee. Al ga ik wel nog elk jaar een paar weken naar Mexico. En als het lukt, gaan we ook één keer in de twee à drie jaar met z'n drieën naar mijn familie.”

 

Esther: “Cheko leert me iedere dag weer nieuwe inzichten. We zijn hier compleet versteend. Niet alleen het landschap, maar ook de innerlijke mens. Als Cheko wakker wordt, leert hij Moshe de zon te groeten. Ze gaan dan de warmte tegemoet. Twee handen naar de zon, dan een hand op het hart. En een hardop uitgesproken groet aan de zon. Zo heeft Cheko in huis ook een altaartje. Driemaal per dag vraagt hij daar moeder aarde en vader zon om hun gunsten. Water, aarde, vuur en wind vormen immers samen de bestaansbasis voor het vijfde element: het leven.”

 

Cheko: “Hier gaat alles te snel. Mensen genieten niet van het moois. Ze staan er te weinig bij stil. Geld is hier voor velen belangrijker dan spiritualiteit. Maar als de laatste boom gekapt is, de rivier droog staat en de laatste vis is gevangen, dan besef je pas dat je het daarmee verdiende geld niet kunt opeten. En als de laatste boom door mensenhand gekapt is, valt de hemel op ons.”

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

8 mei 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN