Bron: BN-DeStem

 

Bredaas plakboek:

 

Een ouderwets partijtje golf

 

 

 

speelhuis

 

Het achtkantige Speelhuis stond tot de sloop in 1824 twee eeuwen lang in de Belcrumpolder.

 

 

De Bredase Nassaus waren vooruitstrevende types en mega-ambitieus.

 

Breda heeft prachtige monumenten als de Grote Kerk aan hun pronkzuchtige dadendrang overgehouden. Graaf Hendrik III (1483-1538), een van Europa's hoogste edelen, was zelfs je reinste modernist. Hoogstpersoonlijk importeerde hij de Renaissance vanuit Italië naar Noordwest-Europa, teneinde zijn hofstad - Breda - met veel smaak en allure ingrijpend te moderniseren. Omdat hij de eerste was die de verworvenheden van die Zuid-Europese vernieuwingsgolf in onze streken introduceerde, kun je gerust beweren dat de Noord-Europese Renaissance in Breda is begonnen. Dat doen de Denen en de Zweden ook. Die spreken al heel lang van de Hollandse Renaissancestijl en kennen het Kasteel van Breda als mooiste voorbeeld daarvan. Wat ook zou kloppen, als Hendriks palazzo niet in 1826-'28 met grof geweld tot cadettenkazerne was gereduceerd. Maar dat weten de meeste Scandinaviërs - gelukkig? - niet. Die statuszoekerij was een familietrekje van de Nassaus, wier eeuwenlange streberigheid uiteindelijk met een prinsentitel werd beloond. Ze zijn er nog lang aan verslingerd gebleven, net als aan hun moderniteit. Het was dan ook niet vreemd dat de halfbroers Filips Willem van Oranje en Maurits van Nassau besloten om conform de nieuwste ideeën van de Franse en Engelse adel een imposant recreatiepark voor privédoeleinden aan te leggen. Een lusthof. Er zou een warande - een bosachtig jagerspark met pauwen, herten en konijnen (nb. Konijnenberg!) - komen rond een sterrenbos: een stervormig bos met een padenstelsel als een achtspakig wagenwiel). Op de as daarvan kwam het “Speelhuis,” een achtkantig gebouwtje van vijftien meter doorsnee en drie etages in de vorm van inwendige galerijen. Hier konden de heren van Breda loungen, jagen en hun relaties onderhouden. Tegenwoordig heet zoiets: hospitality. De lusthof werd gesitueerd in de rivierpolder, Marckhoek, die even benoorden de kasteelgracht (nu: Academiesingel) begon en waarin ook het Belcrumse Bos lag. Van oost naar west liep de “Krogtdijk” door de polder. Filips Willem, die rond dezelfde tijd de Bouverij (= Bouvigne) als jachtslot aanschafte, deed ook hier vanaf 1614 grondaankopen. Mogelijk moest de bouw nog beginnen, toen hij in 1618 stierf, maar Maurits liet rond 1620 het Speelhuis voltooien. De Bredase historicus Frans Gooskens ziet althans architectonische gelijkenissen tussen het Speelhuis, de Nederlands Hervormde Kerk van Willemstad en het gemeentehuis van Klundert, die alle Maurits als bouwheer hadden. Gooskens vindt het bovendien aannemelijk dat bij het Speelhuis ook een maliebaan of palmalie is aangelegd - zeg maar: een golfbaan avant la lettre - destijds de nieuwste rage bij de Europese adel. Hij vond twee sterke aanwijzingen. Op een kaart uit 1625 is een palmage (= maliebaan) aangegeven met dezelfde ligging als de huidige Speelhuislaan. Bovendien is het westelijke straatdeel - van de knik tot aan de oude Speelhuislocatie - exact de maliebaan-lengte van 750 meter. Welnu, als je zulk duur en trendy vertier aan je internationale relaties kon bieden, dan was elk partijtje jeu de mail natuurlijk statusverhogende hospitality. Klinkt bekend, niet?

 

 

13 september 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN