Bron: BN-DeStem

 

Een treurig unicum

 

 

villa

 

Dinsdag 1 september 1987.

Het vonnis wordt aan Sunny Cottage voltrokken.

 

 

Er was een tijd, helemaal niet zo lang geleden,

dat het beroerd gesteld was met het Bredase monumentenbeleid.

 

 

Allerbelabberdst is een nog beter woord. Prachtige panden zijn we kwijtgeraakt. Schrijnende voorbeelden als het Dameshuis aan de Nieuwstraat en de rijksmonumenten in de Veemarktstraat heb ik op deze plaats al eens genoemd. Maar het allerdiepste dieptepunt beleefde de stad in september 1987, met de sloop van Sunny Cottage, een in esthetisch en architectonisch opzicht zeer fraaie villa op de hoek van het Wilhelminapark (nr. 1) en de Parkstraat. Bijzonder ook, want het huis was in 1900 opgetrokken in de voor ons land nagenoeg unieke Engelse cottage-stijl. Een villa in die bouwstijl was dus een landelijk unicum en alleen dat was al reden tot koestering. Los daarvan was het ‘Zonnige Paviljoen’ ook nog eens van historische waarde. Immers het pand maakte deel uit van een groep panden die de stedenbouwkundige ontwikkeling van Breda direct na de wallensloop van 1870 markeerde. Het voorname en sierlijk aangelegde Wilhelminapark is Bredaas eerste ‘wijk’ buiten het vroegere stadswater, de singels.

 

 

sunny cottage

 

Sunny Cottage in 1911

 

 

Maar nóg iets maakt het met rijksgelden aangelegde woonpark bijzonder, namelijk zijn verleden als middel tegen kapitaalvlucht. Want met deze riante woonomgeving hoopten de stadsbestuurders van de jaren 1890 vermogende en derhalve ook fiscaal hoog aangeslagen lieden aan de stad te kunnen binden. Die zouden anders wel eens op een steenworp afstand in de landelijke randgemeenten kunnen neerstrijken, omdat de belastingen in Ginneken, Teteringen en Princenhage vele malen lager waren. Het park sorteerde het beoogde (neven)effect en Sunny Cottage was een van de sprekendste herinneringen aan deze historie. Kortom, redenen te over om het pand tot monument uit te roepen. Ware het niet dat - ongelooflijk maar waar - Breda anno 1986 helemaal geen eigen monumentenlijst had. Bredase cultuur- en dus ook monumentenwethouders waren tot voor zeer kort ook áltijd economisch wethouder en zulks in de eerste, tweede en derde plaats. Dan dénk je nog niet eens aan zo'n lijst. Hun bestuurlijk oog taxeerde monumenten slechts met een koopmansblik. Overtroffen de restauratiekosten de marktwaarde, kon het monument het zogezegd wel schudden. Stond het op een perceel met een hoge grondprijs, was het eveneens ten dode opgeschreven. In een dergelijke sfeer van perverse belangenafweging was er al een sloopvergunning voor Sunny Cottage afgegeven, toen er vanuit de burgerij stevig aan de politieke bel werd getrokken. Hoogtijd voor de hoge hoed. Het konijn heette ‘nieuw beleid’ en in mei ‘86 plaatste het stadsbestuur Sunny Cottage als eerste op de nieuwe monumentenlijst. Nu was oprechte bezorgdheid over de toekomst van monumenten inderdaad een bestuurlijk novum in Breda. En te mooi om waar te zijn. Zodra de projectontwikkelaar even met een schadeclaim dreigde, sloeg de wethouder met de gespleten politieke persoonlijkheid fluks met zijn economische hersenhelft aan het denken. In december ‘86 werd de villa van de monumentenlijst geschrapt en op en 1 september ‘87 was de sloop een feit. Behalve het eerste, moet Sunny Cottage ook Bredaas kortst beschermde monument óóít zijn. Zeven maanden! Een unicum.

 

 

7 november 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN