logo (7)

 

Een (bijna?) verloren Nassau

 

 

willem van oranje

 

Dit portret van Willem van Oranje hangt in het Stadhuis op de Grote Markt.

Het is geschilderd door C. de Visscher of Miereveld en maakt deel uit van

een reeks portretten van de Prinsen van Oranje Nassau als heren van Breda.

 

 

Over Willem van Oranje valt veel te schrijven

en dan aanzienlijk meer over zijn rol als de

‘Vader des Vaderlands’ dan als heer van Breda.

 

 

Maar over die laatste hoedanigheid blijft genoeg te melden over, om duidelijk te maken dat een kennelijk op dit vlak slecht-geïnformeerd stadsbestuur een van zijn grootste historische figuren niet zomaar kan ‘onterven.’ Weigeren een standbeeld van hem in de stad te plaatsen is één ding, hoe onbegrijpelijk op zichzelf ook. Maar die weigering te motiveren door Willem de Zwijger maar meteen uit de stadshistorie te schrappen, gaat te ver. Het gemak waarmee B en W afgelopen voorjaar het aanbod van het gratis standbeeld wegwuifden, leek daardoor niet enkel potsierlijk onbenullig, maar was bovendien een zelfblamage. Ervan uitgaand dat er geen verzwegen motief achter de afwijzing van ‘Vonhoffs’ Willem-I-standbeeld steekt, loont het daarom de moeite op deze plaats nog een paar punten aan te tippen.

 

Zo kan het misverstand hebben postgevat dat Willem een typische Oranje zou zijn, omdat alle prinsen van Oranje stadhouders waren. Dat waren ze ook wel, alleen was het slechts een toevallige combinatie van titel (prins) en functie (stadhouder). Willekeuriger nog dan bijvoorbeeld: sir Paul McCartney en musicus (omdat Macca zijn titel met zijn beroep heeft verdiend). Willems stadhoudersschap benadrukt juist zijn Bredase afkomst als edelman. Immers, sinds de Polanens - bouwers van het eerste stenen kasteel en de stadsmuur - waren de heren van Breda, op Engelbrecht I van Nassau na, allen stadhouder. Met dien verstande dat Jan IV zijn hele leven drossaart van Brabant heette. De beide Bredase Polanens waren namens de graaf van Holland stadhouders van de Grote Waard (die grotendeels verloren ging bij de St.-Elisabethsvloed, 1421). De Nassaugraven Engelbrecht II, Hendrik III en René van Chalôn gingen Willem van Oranje voor als stadhouders van vele gewesten namens het Habsburgs-Bourgondische huis. Kortom, zijn stadhouderschap kan Willem van Oranje dus net zomin van de Bredase Nassaugraven onderscheiden als zijn prinsentitel, die hij immers van René van Chalôn, de eerste Bredase Oranje Nassau, erfde. (Cora van Beek pleit dan ook niet zonder reden voor een Bredaas standbeeld van deze figuur).

 

Om de Oranje Nassaus op grond van hun geloofsovertuiging in gescheiden categorieën onder te brengen, lijkt mij trouwens even achterhaald als onwerkbaar. Immers René van Châlon was rooms-katholiek, maar de van huis uit lutherse Willem I was óók dertig jaar lang rooms, voordat hij zich in 1573 tot het calvinisme bekeerde, terwijl zijn oudste zoon, Philips Willem, die hem als prins van Oranje en heer van Breda opvolgde, zijn gehele leven katholiek bleef. Ook dat kan het stadsbestuur dus in zijn wonderlijke redenering niet baten. Hoogstens zouden we in Willem de Zwijger een overgangsfiguur in de Oranje-Nassautraditie kunnen zien. Maar om Breda daar nou een monument voor te ontzeggen dat ‘concurrenten’ als Delft, Dillenburg, Leiden en Antwerpen al op ons voor hebben...?

 

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

2 augustus 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN