Bron: www.bndestem.nl

 

Een winkel voor tweedehands kleding

 

“Te gek, een Gucci-rokje voor 32 euro!”

 

 

Handen in de zij, linkerbeen voor rechterbeen,

180 graden draaien en nog even achterom kijken.

 

Wat Gerdien Claas in de spiegel ziet, bevalt haar zichtbaar. “Superjasje!” Toch hangt ze het weer terug. “Zonde, hè, maar ik heb het niet nodig. Ik stik al van de jassen.” Claas (52 jaar, maatje 36) is weer eens aan het passen in Le Garage de Garderobe in het Bredase Ginneken. Ze komt er minimaal twee keer in de week voor uit haar woonplaats Tilburg rijden. In een gewone kledingzaak heeft dat geen zin, want die wisselt de collectie doorgaans niet meer dan vier keer per jaar. Le Garage de Garderobe is echter geen gewone kledingzaak. Het is een winkel voor tweedehandskleding en -accessoires, zoals schoeisel en tassen, waarvan er in Nederland en met name België veel zijn. Alleen Breda telt er al vier. Ze hebben wel elk een eigen signatuur. De een grossiert in kinderkleding, de ander zit in het lagere merkensegment.

 

Le Garage de Garderobe onderscheidt zich met duurdere merken en met herenkleding. Ongeveer vijfduizend stuks per seizoen gaan er in om. Wekelijks vervangt eigenares Kitty Nelemans zo'n tweehonderd stuks die al een paar maanden in de rekken hangen, door verse aanvoer. Die komt van klanten uit het hele land. Geen aftandse, oubollige troep, verzekert ze. “Liefst merkkleding, puntgaaf en beslist niet ouder dan twee jaar.” Niemand die beter dan Claas kan uitleggen wat er nou zo leuk aan is aan tweedehandskledingzaken. Zo'n uitleg is nodig, want lang niet iedereen is er gecharmeerd van. De meeste vrouwen lopen er met een wijde boog omheen, deels uit een soort gêne (“ik kan heus wel nieuwe kleren betalen”) en deels vanwege het idee dat een ander er al in gelopen heeft. “Ik weet het,” verzucht de Tilburgse. “Ik krijg mijn vriendinnen niet mee. Dat hygiënische argument vind ik zelf echt onzin. De kleding is even schoon als bij mij in de kast.”

 

Claas koopt ook nieuwe spullen, maar voor kledingzaken van het type Le Garage de Garderobe heeft ze een zwak. Het zijn voor haar net snoepwinkels. “De collectie hangt niet klaar voor jou, per kleur of set, zoals in gewone modezaken; nee, hier moet je graven. Het is hard werken, je moet al die rekken afstruinen. Je voelt je net een schatzoeker. En als je de schat gevonden hebt, sleep je hem naar je hol. Je bent blij, je hebt gescoord!” Zo werkt dat bij veel klanten, vertelt Nelemans. “Voor hen is het een hobby, een ontspanning. Ze komen hier op ontdekkingsreis: “O, wat hangt er voor míj bij?” “Ik heb veel vaste klanten die zeker één keer per week hier moéten komen.” Een lukrake greep uit de schatkist: schoenen van D&G, een jas van Burberry, een tas van Dior, een zonnebril mét etui van Chanel en sieraden van Donna Karan. Alles voor ongeveer een kwart van de nieuwprijs. Die loopt nogal eens in de honderden euro's, dus niet iedereen zal de vastgestelde prijs afdoen als een koopje. Vooral mannen zullen vrouwen als Claas voor modemaniakken verslijten, sterker nog: voor een ernstige soort verslaafden die onmiddellijk dient af te kicken. Gerdien Claas denkt daar anders over. Ze doet er niemand kwaad mee en ze is nu eenmaal dol op kleding, van jongs af aan al. Maar niet op alle kleding. De voormalige modejournaliste, afgestudeerd op de modeafdeling die St. Joost in Breda tot voor een paar jaar had, is kritisch. Als er geen kwaliteit en originaliteit aan te pas komt, heeft ze geen interesse. Eigenzinnige merken als Save the Queen en Girbaud, daar valt ze voor. “In de gewone winkels vind ik die veel te duur. Ik betaal er nooit de volle prijs voor.” Bij Le Garage De Garderobe gaat ze wel eens overstag. Maar niet altijd. “Nee joh, ik koop hooguit een van de zeven stuks die me aanstaan.”

 

Door zelf sinds twee jaar ook spullen waar ze vanaf wil, naar de zaak te brengen, kan ze weer wat terugkopen. “Dat werkt heel goed. Kijk zelf maar eens in je eigen klerenkast. Daar zitten geheid spullen bij die je al minstens twee jaar niet meer gedragen hebt. “O ja, maar die doe ik niet weg, die zijn zó mooi,” zeg je dan. Ik zeg: “weg ermee. Uit het oog, uit het hart!” Vanuit Roosendaal is Anneke van den Boom (56) komen snuffelen. “Het gaat om de kick, dat ze tegen je zeggen: “O, wat zie je er leuk uit!” En dat je dan bij jezelf denkt: En dat voor een paar euro! Van den Boom heeft een paar van haar vriendinnen wél zo ver gekregen om tweedehands te shoppen. “Zo nu en dan rijden we naar Antwerpen, naar Pardaf. Echt een uitje.” Pardaf is een begrip, al 35 jaar. Eigenaar Marc Vrijdaghs: “Het is de grootste zaak van Europa in haar soort, heb ik me laten vertellen.” Een paar getallen: het drie verdiepingen tellende pand aan de Gemeentestraat telt 1.400 vierkante meter aan winkeloppervlakte. Er hangen in het hoogseizoen, als de collectie op haar grootst is (vanaf begin maart tot eind juni en vanaf september tot december), 24.000 stuks. Die worden geleverd door een vast klantenbestand van 20.000 adressen, waarvan 95 procent particulier en 5 procent modezaken. Jaarlijks wordt Pardaf bezocht door een kleine 30.000 bezoekers, van wie naar schatting 20 procent (6.000) uit Nederland. Het aanbod kan tweedehands zijn en ook wel eens ouder dan twee jaar, of volledig nieuw, in het geval van winkeldochters waar modezaken vanaf willen. Dat maakt Pardaf tot een hybride vorm van outlet, tweedehandszaak en vintagewinkel. Waar je dan wel een wollen rokje van Gucci voor 32 euro of een shirt van Emporio Armani van 22 euro op de kop kunt tikken. “Daar is het succes van de zaak op gebaseerd, op het vinden van het ultieme stuk,” beaamt Vrijdaghs.

 

Toegegeven, het draait allemaal om ijdelheid. Om je goed te voelen, zeggen klanten liever. Om de gezelligheid, ook dat. Klanten helpen elkaar, geven adviezen. “Maar in laatste instantie gaat het ook om iets anders,” wil Kitty Nelemans nog kwijt. “Alles wat ik niet verkoop en wat klanten niet terug willen, gaat naar het goede doel. Laatst kreeg ik een kaart van een mevrouw uit een tehuis in Roosendaal. Ze bedankte me voor de schoenen die via stichting Amarant bij haar terecht waren gekomen. Kijk, hier heb ik het. Mooi, hè?” Haar ogen worden vochtig. “Hier doe ik het óók voor. Sterker nog: ik ga hier serieus meer werk van maken, zodat mensen uit de buurt er profijt van hebben, in plaats van ver van mijn bed.” Als straks oma in een vest van Armani loopt, weten we nu hoe dat komt.

 

 

 

 

5 februari 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN