Bron: www.bndestem.nl

 

Emerput als vogelplas

 

“Hé, daar zwemt een dodaars!”

 

 

 

BREDA - Als we zondagochtend de vogelkijkhut beklimmen,

is een man net klaar met het opruimen van z’n beddengoed.

 

 

Hij heeft op het rooster de nacht doorgebracht en vertrekt weer, met z’n rugzak. De stalen hut biedt hooguit enige bescherming tegen de regen. En het is vandaag nul graden en nat. We gaan vogelen onder leiding van Hans van der Sanden van de West-Brabantse Vogelwerkgroep. Eens in de zoveel tijd leidt hij liefhebbers rond de plas. Een dozijn liefhebbers, laarzen aan en de meesten gewapend met verrekijker, zien als eerste een tafeleend voorbij zwemmen. Mooie bruine kop en nek, grijs van boven. Even verderop in de plas dobbert een gezelschap geoorde fuutjes, volgens Van der Sanden een van de zeldzaamste futensoorten. Vorig jaar telde de vogelwerkgroep hier zeven broedende paartjes. “Ze blijven vaak in de buurt van de kokmeeuw.” Niet om mee te eten, maar omdat ze gebruik maken van de alarmering door deze meeuwen. Die vervullen op de plas de rol van Oom Agent. Kortgeleden is de negen meter diepe Emerput als biotoop voor de meeuwen minder aantrekkelijk geworden. CSM heeft de zuurstofinlaten, ooit op verzoek van vissers aangebracht, verwijderd. De drijvende eilandjes waar ze aan hingen, zijn weg en daarmee de nestplaatsen voor de meeuw.

 

De kokmeeuw kreeg hier trouwens toch opvallend weinig jongen. Van der Sanden vermoedt dat die, nog voor ze zich zelfstandig konden redden, van de vlonders afkieperden en niet meer tegen de rechte, hoge zijkanten op konden klimmen. Hé, een dodaars. Een eend met een wit dotje veren op zijn kontje waaraan hij volgens de kenner zijn naam dankt. “Die witte in de verte zijn de kuifjes,” vertelt Hans’ eega Agnes. De kuifeend leeft van de driehoeksmossels in de plas. Ook op de oever, in de ruige en dichte begroeiing, leven heel wat vogels. De rietvogels zijn nu even naar warmer streken, maar pimpelmeesjes, heel wat merels, vinkjes, tjiftjafs, een putter op zijn tijd en ook de ijsvogel is waargenomen. Lucien en Wil Mathijssen kijken dagelijks uit op vogels: meerkoeten in het water in het Westerpark waar ze wonen. “Die worden een beetje te veel gevoerd. Dat kan de waterkwaliteit verpesten en zelfs botulisme veroorzaken.” Antoinette van der Wildt en partner Jos Koeken vinden het erg leuk om over vogels te leren. Antoinette: “We gaan regelmatig op pad. Zo leer je elke maand wel nieuwe vogels kennen.” Jos: “We leren ook vogels herkennen aan het geluid.” Antoinette: “Ik herken een koekoek tegenwoordig metéen.”

 

Hans vertelt hoe de vogelwetenschap dankzij GPS - via de satelliet vogels volgen die met een zendertje zijn toegerust - vooruit snelt. “We waren deze week op een congres van Vogelonderzoek Nederland. Daar hoorden we het verhaal van een roze grutto die in één ruk van Alaska naar Australië was gevlogen. Dat weet je nu met GPS. Ongelofelijk trouwens, 11000 kilometer vliegen voor zo’n beestje. En dat is geen watervogel!” We komen terug in de hut. Op een balk staat: “Charlotte I - getekend hartje - Timo.” Dus toch ook vogels ín de hut: tortelduifjes?

 

Meer informatie: www.westbrabantsevwg.nl

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Emerput: tarraput met turbulent stukje natuurhistorie in Breda

 

 

BREDA - De Emerput: een zandafgraving was het,

ontstaan in 1965 om industrieterreinen op te hogen.

 

 

Een recreatieplas daarna. In 1972 barstte een hels debat los: de gemeente bleek van plan de plas te verpachten aan suikerfabrikant CSM en die vergunning te geven om zijn afval van de bietenwasserij in de put te lozen. Dus: afgelopen met pootje baden, zwemmen en misschien ook vissen in de put die ‘tarraput’ zou worden. Natuurbeschermers, Baroniesche Hengelaars die kort tevoren nog een paar honderd kilo forel in de plas hadden uitgezet en zelfs Tweede Kamerleden kwamen in het geweer. Toenmalig minister (en Bredanaar) Tjerk Westerterp van Verkeer én Waterstaat verwees naar het Waterschap als beherende instantie en merkte op dat de put te zijner tijd toch wel weer zou worden gedempt om nog meer industrie te kunnen huisvesten. CSM kreeg z'n zin.

 

Niet geheel helder werd het plasverhaal toen de gemeente de niet immer welriekende en schuimende Emerput halverwege de jaren ‘70 een recreatiebestemming wilde geven. CSM moest als de wiedeweerga aan de slag om de stort zo ‘schoon’ mogelijk en reukloos te laten geschieden. Later kwam CSM ook met zuurstofinlaat, nadat vissterfte was geconstateerd. Intussen is ook CSM geschiedenis, voor zover het suiker en bieten betreft. De lozing is opgehouden. Het pachtcontract eindigt in 2010. De gemeente gaat dus met CSM over de overdracht praten. Natuur en water moeten de nieuwe bestemming worden. Over dichtgooien heeft niemand het meer.

 

 

 

1 december 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN