Bron: BN-DeStem

 

Er vliegen in West-Brabant

exotische vogels rond

 

De winter is een uitgelezen tijd om eens beter naar vogels te kijken.

 

 

Rondom het huis, in de polder of in het bos. Dat levert geheid verrassingen op, zonder dat er het geoefende oog van een ornitholoog aan te pas komt. Er vliegen in West-Brabant exotisch ogende vogels rond, die er vroeger nooit waren, zoals de opvallende zilverreiger. Wie voor het eerst door een huis-tuin-en-keuken verrekijker naar een ‘saai grijsbruin zangvogeltje’ kijkt, ontdekt bovendien dat het beestje beschikt over een verbazingwekkend veelkleurig verenkleed. Winterse botvinken, pimpel- en koolmezen, ze doen in pracht en praal niet onder voor menig tropisch gevederde.

 

 

 

zilverreiger

 

Zilverreiger

 

 

Weliswaar overwinteren veel Nederlandse broedvogels in warmere oorden, tal van andere strijken juist in ons natte kikkerlandje neer om de barre (noordse) winter te overleven. Die trekvogels zijn nu ook nog eens optimaal waarneembaar omdat akkers en bomen kaal zijn. Wie in de tuin of op een wandeling door het West-Brabantse platteland zijn ogen een beetje de kost geeft, komt letterlijk heel wat vreemde en onverwacht mooie vogels tegen. Onze tocht door de polder begint goed. Bij Standdaarbuiten klapwiekt meteen een opvallende, spierwitte reus traag over een grasland vol grazende knobbelzwanen. Van camouflage heeft deze soort kennelijk nooit gehoord. De grote witte zilverreiger, want daar gaat het om, was vroeger een zeldzame verschijning in onze contreien, die vooral leefde in warme landen (Afrika en Zuid-Europa). De laatste jaren, misschien wel door de opwarming, is hij tot ons polderbeeld gaan behoren.

 

 

 

wulp

 

Wulp

 

 

Op de dijk langs de Mark, tussen Standdaarbuiten en Dinteloord, foerageert een groepje wulpen. De kromgebekte steltlopers vliegen telkens vijftig meter op als we te dicht naderen, totdat de dijk ophoudt en ze definitief het luchtruim moeten kiezen. Het doet een beetje dom aan. Links en rechts zien we duizenden wilde ganzen op de landerijen: vooral grauwe ganzen. West-Brabant en Tholen en dan met name het kleigebied rond de rivieren en de Rijn-Scheldeverbinding, vormen van oudsher een belangrijk overwinteringsgebied voor ganzen die broeden in Scandinavië en Rusland. Maar ook voor talloze soorten steltlopers en eenden.

 

 

 

brandgans

 

Brandgans

 

 

Bij natuurgebied Malta, langs de oevers van het Hollandsch Diep tussen Heijningen en Willemstad, zijn het ineens brandganzen met hun typische, witte koppen die massaal de show stelen. Vanuit de vogeluitkijkpost in de dijk laten ze zich comfortabel bespioneren. De enorme zwerm vliegt plotseling luid gakkend op als een helikopter laag over scheert: de grootste ‘roofvogel’ die de schepsels ooit zagen. De schrik zit er zo te horen goed in. Langs de dijk van Willemstad naar Tonnekreek hopen we een glimp op te vangen van de zeearend die hier recent door boswachters is gesignaleerd en gefotografeerd. De vliegende schuurdeur, de grootste (roof)vogel in onze avifauna, laat zich echter niet verrassen: waarschijnlijk weer teruggevlogen naar de Oostervaardersplassen, waar een paartje standvogels leeft.

 

 

 

buizerd

 

Buizerd

 

 

Op een weidepaal bij Oudemolen staart een buizerd stuurs voor zich uit. Als ik een andere vogel was, zou ik het wel weten: niet in de buurt komen. Maar een paartje eksters laat zich niets gelegen liggen aan de reputatie van de roofvogel. Het pikt pal onder zijn paaltje brutaal in de grond. Veertig jaar geleden waren buizerds nog een zeldzaamheid, tegenwoordig zijn het bijna ordinaire vogels geworden. Op weg naar de Hoevense en Ettense Beemden rijden we door het natte natuurgebied langs de Mark richting Prinsenbeek. Hier bivakkeren op dit moment warempel meer exotische zilverreigers dan inlandse blauwe reigers. Een jonge, onervaren blauwe reiger zit ineengedoken. Het hoopje ellende vliegt pas op als we hem tot op twee meter zijn genaderd en dan nog met moeite. Die haalt het voorjaar niet. De natuur is hard en wie niet eet, sterft jong.

 

 

 

kramsvogel

 

Kramsvogel

 

 

Onder de rook van de Zwartenbergse molen is er volop leven tussen de graspollen. Vanuit de verte lijkt een zwerm spreeuwen ijverig aan het pikken. Een glimp door de verrekijker bezorgt ons een leuke verrassing: er blijken tientallen kramsvogels tussen te lopen. Deze luidruchtige wintergasten met hun schitterende blauw-grijze en bruine verenkleed broeden in het hoge noorden, bijvoorbeeld op de Russische taiga, maar nemen in de winter beslag van onze voedselrijke polders. Vaak vliegen ze samen op met spreeuwen of met koperwieken, ook zo'n lijsterachtige trekker uit het noorden. Vogels kijken niet naar landsgrenzen. Ze dragen geen paspoorten en migreren dat het een lieve lust is. Zo vrij als een vogeltje scharrelen ze op het ene moment hun kostje bij elkaar tussen de bolussen van Afrikaanse olifanten en op het andere tussen originele Hollandse koeienvlaaien. En dat zonder airmiles!

 

 

 

roodborst

 

Roodborst

 

 

Thuis genieten we nog even na aan de keukentafel, de kijker dit keer routineus gericht op de voerplek in de tuin. In amper een uurtje noteren we behalve de gebruikelijke hordes mezen, botvinken, groenlingen, roodborstjes, merels, winterkoninkjes en heggenmussen ook een koperwiek en een keep. En dat allemaal op een gewone winterdag in West-Brabant.

 

 

 

 

4 februari 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN