Failliet

een boekintroductie

 

door Leo J.J. Dorrestijn

 

 

Wie meent in Nederland in een rechtsstaat te leven, moet zich werkelijk eens verdiepen in de gang van zaken rond faillissementen. Hoe ongeïnteresseerde rechters, corrupte curatoren, zakkenvullende advocaten, geflipte belastinginspecteurs, onbetrouwbare notarissen en incompetente rechter-commissarissen te werk gaan, valt namelijk te lezen in een boekje van tientallen gedupeerden: Het Verdriet van de Failliet.*

 

Maar dit is niet het ergste, want dat het gammele en deels verrotte justitie-apparaat soms een dekmantel is voor criminele praktijken en dat de kwaliteit van de rechtspraak afneemt, begint inmiddels ook bij de Hoge Raad door te dringen. Veel schandelijker is volgens het boekje het gedrag van de achtereenvolgende ministers van Justitie, van de premiers en de kamerleden. Een wet uit 1893 laten misbruiken door een netwerk van ‘onmisbare’ functionarissen, mede waardoor zich meer dan 400 zelfmoorden per jaar voordoen en 70 procent van de faillissementen onnodig blijkt, zou tot grote publieke en politieke verontwaardiging moeten leiden. Zelfs een serie publicaties in De Telegraaf heeft echter nauwelijks een reactie in Den Haag opgeleverd, evenmin als het boek van Prof. Tak (Maastricht) en een vonnissenonderzoek door Prof. Van Putten.

Sinds het verschijnen van de boeken van Paul Ruijs, Martin Dessing en Peter Siebelt over de verloedering van onze rechtsstaat, is dat ook niet verwonderlijk. Media, politiek en honderden stichtingen hebben meer belang bij vuurvaste doofpotten. Ook het feit dat vele rechters voortdurend de wet overtreden met hun ‘bijbanen’ bij advocatenkantoren, belangenverstrengeling met banken en verzekeringsmaatschappijen, belastingafspraken, intimidaties in de rechtszaal en bescherming van frauduleuze curatoren – zoals in het boek vermeld – blijkt geen aanleiding tot zichtbare actie door de politiek, laat staan een parlementaire enquête.

 

Wat is hier aan de hand? Is de macht van de justitiële ‘maffia’ al zo groot dat zelfs kamerleden bang zijn, of behoren deze – binnen de Vaste Kamercommissie – inmiddels ook tot het netwerk? Een land dat zich voortdurend profileert op het gebied van de internationale rechtsorde, blijkt niet in staat het schrijnende machtsmisbruik in eigen huis aan te pakken. De onbeschaamdheid van rechters die klagen over de werkdruk en tegelijk dikbetaalde nevenfuncties vervullen, die zich voor het leven laten benoemen en vervolgens dossiers niet eens lezen, die zich laten excuseren als er terreurzaken moeten worden behandeld, maar wel met droge ogen meineed, misleiding door advocaten en vervalste bewijzen accepteren, kenmerkt de huidige rechtsstaat. En geen ‘Fortuyn’ die opstaat en roept: “j’accuse!” Alleen enkele moedige, bijna moegestreden mannen die een boekje schrijven en hun tegenstanders uitdagen om de conclusies te weerleggen. Tegenstanders in toga of dure auto, die blijven zwijgen en gewoon doorgaan met hun machtsspelletjes en maffiapraktijken. Media die het liever over de volgende koninklijke zwangerschap hebben, dan over het onrecht dat in Naam van de koningin aan duizenden wordt gedaan. Politici die tijdens hun reces echt geen tijd hebben het boekje te lezen, want ze moeten vooral ‘contact blijven houden met de samenleving.’ Ministers die zich er niet voor schamen de feiten af te schermen of een onderzoek van 2 miljoen aan te kondigen naar details die allang bekend zijn. Andere ministers die kinderlijk verbaasd zijn over het gebrek aan jonge ondernemers, omdat ze zelf nauwelijks een echt bedrijf van binnen hebben gezien en nooit de druk hebben ervaren van al die controleurs, inspecteurs, adviseurs, banken, UWV-/CWI-bobo’s, vakbonden en bedrijfsschappen die vooral hun eigen belangen behartigen.

 

Dat de schrijvers niet helemaal alleen staan, blijkt onder meer uit het volgende citaat (blz. 111):

“Er zijn beduidend meer frauderende curatoren en rechters dan er ooit frauderende gefailleerden te vinden zullen zijn!”

(President van de rechtbank van Den Bosch bij zijn afscheidsrede in 1998; dus toen al...)

 

Uit recenter onderzoek is tevens gebleken dat vele vonnissen niet gebaseerd (kunnen) zijn op de bewijsstukken, want die zijn uit de dossiers verdwenen, dat handtekeningen vals zijn (door ambtenaren getekend) of geheel ontbreken en dat het vervolgen van meinedige getuigen geen prioriteit heeft (tenzij het slechts om de ongegronde verdenking van een lastige klokkenluider gaat). Publicaties van Peter R. de Vries, de stichting Worm en een aantal hoogleraren bevestigen het bovenstaand beeld, dat binnen Justitie criminele activiteiten plaatsvinden, waarbij - volgens het boek - ook geheime bankrekeningen, onduidelijke stichtingen en verdacht-goedkope hypotheken een rol spelen.

 

Wat te denken van 229 stichtingen waarbij deurwaarders, curatoren, rechters, rechter-commissarissen en soms zelfs presidenten belang hebben als bestuursleden. Wat daarmee allemaal (on)mogelijk is, wordt in het boek uit de doeken gedaan.

Daarnaast speelt de belastingdienst vaak een dubieuze rol, zoals het opleggen van fake-aanslagen. In dit kader is een geval bekend waarbij na vele jaren procederen een ondernemer eindelijk in het gelijk werd gesteld, maar genoegen moest nemen met een schikking voor 1/8 van zijn advocaatkosten. Ook laster en valse verklaringen worden zonder wederhoor of verweer gebruikt om een gefailleerde aan te merken als fraudeur en (ook) beslag te leggen op zijn privé-bezittingen. Dat de beschuldigde zich dan niet meer kan verdedigen omdat hij zijn advocaat en de griffiekosten - soms tot 10.000 euro! - niet kan betalen, ontgaat kennelijk elke verantwoordelijke, behalve de curator want die maakt daar ‘handig’ misbruik van.

Zelfs de ambtenaar van de Sociale Dienst verdiept zich niet in de ontrechting van mensen met een Nederlands paspoort, maar weigert eenvoudigweg een uitkering omdat de wet daarin niet voorziet. Dus ook de hypotheek kan niet meer worden betaald of de energierekening, waardoor iemand gemakkelijk privé failliet kan worden verklaard, want een persoonlijke lening afsluiten is eveneens onmogelijk. En dan komen de roversbenden van die 229 stichtingen in actie. Dankzij onder meer De Telegraaf wordt af en toe zichtbaar wat insiders allang wisten: rechters zijn in te veel gevallen belanghebbende of lui, zoals ook in Roermond is gebleken. Rechter-commissaris Dethmers zou zich daar moeten verantwoorden, mede omdat zijn ‘excuus’ was dat hij zijn controletaak op het handelen van de curator (bij herhaling) niet naar behoren had kunnen uitoefenen. Incompetent of mededader? Op dat antwoord wachten de slachtoffers al een jaar.

 

Begint u het al een beetje te begrijpen, dat van die vele zelfmoorden? Niet doordat ze failliet zijn of van de bijstand moeten leven of hun zelfrespect hebben verloren, maar omdat hun burgerrechten en vertrouwen in de overheid hen werden ontnomen door lieden die zelf in de gevangenis thuishoren.

 

Vanaf 1904 zijn er meer dan 42.000 verzoeken gericht aan de Raad van State of de Hoge Raad, om onderzoek in te stellen naar de handelwijze van bepaalde rechters, curatoren en/of andere ambtelijke schurken (blz. 181). Niet één keer werd de klager in het gelijk gesteld en de Hoge Raad hield vol dat er niets aan de hand is, waardoor meer dan 8000 beroepen nooit hebben geleid tot de veroordeling van een rechter. Prof. Polak en prof. Brenninkmeijer verklaarden in 2002 dat een beroep doen op de Raad van State in deze eveneens kansloos is.

De afgelopen 10 jaren zijn ook meer dan 5000 klachten op de bureaus van rechtbankpresidenten beland en - op een enkele uitzondering na - werd daar niets mee gedaan. Want rechters pakken elkaar niet aan en curatoren weten teveel. Zelfs met de beroepsgroep van louche advocaten wordt voorzichtig omgesprongen; het verzoek om een schandalig hoge rekening te specificeren moet per geval worden afgedwongen, zoals onlangs weer is gebleken.

 

Er zijn echter nog meer wolven in het bos (of zijn het hyena’s?). De rechtsbijstandsverzekering waarvoor jaren premie werd betaald, wordt eenzijdig opgezegd. En dat terwijl het zelfs voor een onervaren, onbesmette advocaat betrekkelijk eenvoudig moet zijn om de vervalste bewijzen van zgn. faillissementsfraude of ‘onzorgvuldig bestuur’ onderuit te halen, waarbij diens rekening bovendien laag blijft. In daadwerkelijk geval van opzettelijk onjuist handelen had de betrokken gefailleerde echter tijdig een beroep gedaan op schuldsanering, hetgeen uiteraard niet wil zeggen dat iedere gesaneerde opzettelijk failliet is gegaan. Zelfs voor een ‘geheime’ merking als (onbewezen) fraudeur schrikken sommige verzekeringsmaatschappijen niet terug en bij protest wordt door de maatschappij gedreigd met een proces. Het terugstorten van de premie over vele jaren komt helemaal niet ter sprake, evenmin als de schending van de privacybescherming door het opnemen van de gefailleerde in het register van het Verbond van Verzekeraars en vervolgens het doorsluizen van de gegevens naar een ‘onafhankelijke’ organisatie, Centraal Informatie Systeem genaamd. Blijven protesteren is onverstandig, want dan wordt het slachtoffer als ‘stalker’ aangemerkt. Voor die aangifte heeft de politie dan wél tijd, maar een aangifte over de systematische overtreding van de Wet Persoonsregistratie en de daarmee verband houdende afscherming is kansloos. Dezelfde tactiek als bij letselschade zorgt ervoor dat het slachtoffer nooit kan winnen, tenzij een moedige en onafhankelijke pro-deo advocaat zich het onrecht aantrekt. Ook het verbod van minister Donner op ‘no cure – no pay’ zal doorgaans voorkomen dat de slachtoffers juridische ondersteuning krijgen van ervaren advocaten.

 

Zelfs dit alles is geen reden tot zelfmoord, want men heeft nog een dak boven het hoofd en het gezin heeft nog steeds hoop. We leven immers in een rechtsstaat... en voor een echtscheiding is de situatie in die fase niet uitzichtloos genoeg. Dit verandert echter snel als de bank zijn ‘belangen’ gaat behartigen en de cliënt gaat belasten met kosten voor het instandhouden van zijn rekening. In werkelijkheid zijn dit kosten die de bank zelf wenst te maken om de gefailleerde meer dan normaal in de gaten te houden. Heel begrijpelijk als u beseft hoeveel rechters commissaris zijn bij een bank of verzekeraar, dan wel participeren in een van de stichtingen voor faillissementsafwikkeling. Het opzeggen van rekeningen, het onrechtmatig blokkeren ervan en het uitwisselen van informatie met verzekeraars worden dan ‘normale’ procedures, waartegen geen verweer mogelijk is. Een renteverhoging tot 17,5 % of het beslag leggen op een huis of een levensverzekering behoren tot de denkbare vervolgstappen. U ziet, de financiële maffia heeft een waterdichte ‘oplossing’ om 70 % onnodige faillissementen, honderden echtscheidingen en zelfmoorden, evenals de ruimhartige vernietiging van arbeidsplaatsen te bewerkstelligen. En de politiek kijkt toe, bang om ooit zelf slachtoffer te worden?

Zelfs tot 4 maanden na het OPHEFFEN van een faillissement kan een rekening geblokkeerd blijven door middel van een ‘code,’ zodat het slachtoffer definitief failliet gaat en de roversbende alsnog aan de slag kan gaan. Snel de deurwaarder informeren, deze opnieuw beslag laten leggen op de rekening en daarmee onmogelijk maken dat (privé)schulden op tijd worden voldaan. Dat is voor sommigen het moment om van 10-hoog te springen, hetgeen niet goed valt te begrijpen omdat dan wordt nagelaten eerst met de schuldigen af te rekenen.

 

Zo kan het gebeuren dat de openstaande rekening voor een kopieermachine van 1800 euro wordt opgeblazen tot een vordering van 63.000 euro (blz. 197) of dat de ‘kosten’ bij de verkoop van een bedrijf bijna de gehele opbrengst omvatten. Voor het wegwerken van hun eigen fouten of betrokkenheid bij kredietrisico’s hebben de banken een intimidatiemethode ontwikkeld, waarbij de cliënt ‘vrijwillig’ zijn krediet wenst te beëindigen: telkens de kredieteisen verder opschroeven zodat er niet meer aan kan worden voldaan.

Dus zal de gefailleerde ondernemer zijn recht willen halen via een rechtszaak met een toegevoegde advocaat. Daar heeft de Raad voor Rechtsbijstand het volgende op gevonden: de aanvraag wordt meestal afgewezen en wie daar bezwaar tegen maakt, wordt bedreigd met een vervolging voor ‘fraude’ (blz. 207). Presidenten van rechtbanken misbruiken daartoe hun invloed en adviseren de Raden voor Rechtsbijstand indringend. De Raad van State onderschreef in 2000 de houding van de Raad voor Rechtsbijstand uit vrees voor precedentwerking, zonder acht te slaan op het grove onrecht dat daarmee voortduurt. Anders gezegd: het is niet de bedoeling dat iemand die als ondernemer miljoenen aan belasting heeft betaald, nu een gratis advocaat krijgt om het laakbare gedrag van rechters, banken en curatoren aan de kaak te stellen. Van verzekeraars was dat al bekend uit honderden andere rechtszaken. Het aantal miljarden dat onze falende rechtspraak ons kost, wordt nog eens verhoogd met de inkomsten uit torenhoge griffierechten en met de rekeningen van frauduleuze advocaten. Opdat geen burger op het idee zal komen zich te verzetten tegen het ‘netwerk.’ Een vergelijking leert dat in de omringende landen en zelfs in de VS de omvang van de elite die uit deze ruif vreet, kleiner – ja veel kleiner – is dan in Nederland.

 

Wat blijft er dan nog over? Een verzoek aan de rechter-commissaris, die de misdragingen van de curator dient te bewaken (neen, niet goed te keuren), om een deel van het vermogensbeslag op te heffen, zodat uit eigen middelen een advocaat kan worden betaald, is in vele gevallen eveneens kansloos. Ook het verzoek aan de president van een rechtbank om met hem/haar te spreken over de gedragingen van de rechter-commissaris of de curator wordt in beginsel terzijde gelegd. Het argument dat de president onbevangen wil zijn bij een eventueel hoger beroep, weegt kennelijk zwaarder dan het tegengaan van malversaties waardoor zo’n hoger beroep niet nodig is. Overigens is er sinds 1904 nooit een appèl in hoger beroep gedaan; u kent nu de redenen. Dan zijn er nog zgn. Pro Bono Commissies, in het leven geroepen om hun moraliteit aan te tonen aan het onwetende publiek, die juridische bijstand weigeren omdat dit mogelijk strijdig zou zijn met het belang van andere (betalende?) klanten of groepen van klanten (verzekeraars?) van het betrokken advocatenkantoor. Dus niet omdat het misschien strijdig kan zijn met het belang van plaatsvervangend rechters, die bij het kantoor werken of van commissarissen? De wet op de Rechtsbijstand kent gewoon geen voorziening voor gevallen waarin beslag is gelegd op inkomen en vermogen. Toeval? Neen natuurlijk, want dan was de wet allang gewijzigd!

Dit systeem past naadloos bij de wettelijk verplichte procesvertegenwoordiging en bij de afwijzing van een klacht door het Europese Hof. Ook de tarieven van de advocatuur zijn daar helemaal op afgestemd en de onvermijdelijke veroordeling om tevens de gigantische rekening van de tegenpartij te betalen, doet de rest.

Wie zou eigenlijk de ‘regel’ hebben bedacht dat de NMa de dossiers van de bouwfraude niet mag doorgeven aan de belastingdienst of de officier van Justitie? (toch niet de commissarissen van de bouwbedrijven?).

 

De curator heeft er alle belang bij om zijn beschuldiging van fraude of onzorgvuldig bestuur in stand te houden. Met het beslag kan hij immers zijn eigen (ongecontroleerde) rekening voldoen en handel drijven met de bezittingen van een gefailleerde, zonder dat deze een rechtszaak kan bekostigen. Deze kan niet eens in zijn levensonderhoud voorzien omdat de eerste 3 jaren geen bijstandsuitkering wordt verstrekt. Daarom geven de schrijvers het advies een faillissementsaanvraag vóór te zijn en eerst een beroep op schuldsanering te doen. Het alternatief is natuurlijk scheiden, zodat de echtgenote en kinderen tenminste te eten hebben via hun bijstandsuitkering. En dan zelf de straat op, want voor een baas gaan werken betekent loonbeslag waardoor de huur niet kan worden betaald of medicijnen of vervoer. Wie het geluk heeft in een gemeente te wonen, die aandacht heeft voor armoedebestrijding zonder onderscheid, treft het in vele gevallen beter dan degene die een beroep op de Kerk of een politicus doet.

 

Niet dat er geen aandacht voor de gefailleerde is... integendeel, in een beschreven geval werden door de FIOD, ECD en CrID 1126 uren aan onderzoek besteed, gevolgd door 90 uren verhoor op het politiebureau (blz. 215). En toen na deze kostbare maatregelen niets was gevonden, werd de beschuldiging geseponeerd. Rehabilitatie was echter te veel gevraagd; rechters en ambtenaren maken toch geen opzettelijke fouten. Dat hadden ze al geregeld in de Pikmeerarresten, uitgesproken door - inderdaad - rechters. En een rechter of rechter-commissaris benaderen om informatie uit te wisselen over de uitspraak ‘voor zover bij voorraad uitvoerbaar’ of over de curator en zijn ‘getuigen’ is eveneens uit den boze. Die praten alleen met de advocaat die er dus niet is.

Overigens hebben de curatoren een eigen belangenvereniging, al was het maar om te zorgen dat de regels niet veranderen en dat de gefailleerde niet kan beschikken over de bewijsstukken die zijn onschuld aantonen. Want verantwoording laten afleggen door een curator aan de gefailleerde is uiteraard onmogelijk gemaakt. De gefailleerde wordt handelingsonbekwaam gemaakt en eigendomsakten kunnen ongeldig worden verklaard. Let wel, zonder tussenkomst van de rechter; zo hebben de amices en confrères dat afgesproken. De verkoop van ondernemingen en bezittingen ver beneden de waarde is eerder regel dan uitzondering.

 

Dan komt de vraag, waar de opbrengst blijft (met name indien het goed kort daarna wordt doorverkocht tegen een veel hogere prijs). In eerste instantie niet bij de schuldeisers, die vervolgens na iedere vijf jaren hun openstaande vordering kunnen bevestigen. Daarmee wordt in elk geval voorkomen dat de gefailleerde na 20 jaren schuldenvrij zou zijn en wellicht over genoeg geld zou kunnen beschikken om een tegenaanval op de curator of de rechter in te zetten. Het is altijd interessant te bezien wie de wet in het nadeel van de gefailleerde heeft gewijzigd en welke verjaringstermijnen worden gehanteerd, met name nu in enkele rechtszaken het selectieve geheugenverlies van rechters, bankmanagers en curatoren zichtbaar is geworden. Dit gecombineerd met opgeschoonde dossiers waarvan zelfs geen verifieerbare inhoudsopgave bestaat, tekent de morele armoede van onze rechtsstaat. Ook beroepsgroeporganisaties, Kamers van Koophandel en ministeries spelen het spel mee. De laatstgenoemden – zoals Justitie, Economische Zaken en Volksgezondheid – erkennen wel dat er problemen zijn, maar durven de beerput kennelijk niet te openen (blz. 213, 219).

 

Een eigen onderzoek van de schrijvers leverde niet alleen 500 lotgenoten op, die inzage gaven in hun dossiers, maar tevens bewijzen van zwartgeldcircuits bij curatoren, chantagebrieven, niet-opgegeven bijverdiensten van politici, vreemde transacties, geheime en spookrekeningen, alsmede schendingen van het ambtsgeheim en van de wettelijke procedures, zelfs op het niveau van het Europese Hof voor de rechten van de mens (blz. 220, 221). Ook foto’s en verklaringen met betrekking tot ambtsdragers die zich op kosten van ... tegoed doen, het is allemaal beschikbaar (blz. 237). Zoals eerder vermeld heeft het doen van aangifte tegen het OM of het ministerie van Justitie echter geen enkele zin, want de politie beoordeelt zelf wel of het om strafbare feiten gaat. Dat er van de overleden gefailleerden bij 100 willekeurige gevallen, niemand een natuurlijke dood is gestorven, zet normale mensen aan het denken maar niet de overheid.

Indien de gefailleerde uiteindelijk het moede hoofd heeft gebogen voor zoveel machtsmisbruik, is hij nog steeds vogelvrij. De curator kan het paspoort innemen, getuigen manipuleren (vooral als ze spijt dreigen te krijgen van hun valse verklaring?), uitschrijving bij de Kamer van Koophandel beletten en daarmee al hun handelingen als curator toeschrijven aan de verantwoordelijkheid van de gefailleerde!

 

De eerder vermelde stichtingen – zoals Cura, Cursafe, Insolad, Insolventie en 225 anderen – bieden onderdak en bescherming aan rechters en curatoren die niet alleen bestuurslid zijn (blz. 230). Bij het uitvoeren van hun zelfbedachte ‘wettelijke’ taken worden boedels afgeroomd en zelfs gratis rechtsbijstand op kosten van de overheid geclaimd voor de verdediging van hun eigen wandaden. Hun ‘boedelkosten’ zijn onverminderd hoog terwijl de overheid ook nog eens meebetaalt aan hun kantoorkosten. Bovendien zijn deze stichtingen vrijgesteld van belastingen en voorts verzekerd bij een maatschappij die ... ach, leest u het boek zelf maar. Want het gaat elk voorstellingsvermogen te boven en het gebeurt allemaal met toestemming van het ministerie van Justitie.

Deze stichtingen zijn voorzien van een bestuur dat meestal bestaat uit de rechter-commissaris (die toezicht moet houden op de curator), de rechtbankpresident (die toezicht moet houden op de rechter-commissaris), de deken der Orde van Advocaten (die toezicht moet houden op het gedrag van toegelaten advocaten) en enkele curatoren. En wie bepaalt de financiële verdeelsleutel voor het gedeeltelijk voldoen van de vorderingen, de boedelkosten en curatorvergoedingen. En wie wijst de curator aan en beslist over een conflict tussen curator en gefailleerde. Wie zijn de voorzitter en vice-voorzitter van de stichting, die zelf brieven schrijven aan de gefailleerde. Kunt u dat echt niet raden na al het voorgaande?

 

De terechte conclusie is dan ook dat de politiek verantwoordelijk is voor deze schrijnende toestanden, maar het kabinet is onschendbaar; aangifte is dus onmogelijk en het Europese Hof omvat ook Nederlandse rechters...

Een klacht tegen het OM (Openbaar Ministerie) is eveneens zinloos: wegens capaciteits- en tijdsproblemen wordt het dossier gesloten (met name indien de officier van Justitie nog carrière wil maken?). Prof Hamelink wees er op dat de leugen regeert, ondanks alle informatie en bewijzen die beschikbaar zijn en dat de verantwoordelijke nietsdoeners in feite medeplichtig zijn. En dreigt een minister zich toch met het OM te bemoeien, dan is er wel een super-PG zoals De Wijkerslooth die zich daar tegen verzet. Daarmee wordt duidelijk dat het justitiële apparaat haar eigen wetten maakt en geen boodschap heeft aan politieke controle of aan de bevoegdheden van een minister.

 

In heel de wereld is er geen ander land dat zoveel advocaten en juristen heeft per 1 miljoen inwoners: het is 5 keer zoveel als in de VS (blz. 239). En dan hebben we het nog niet over het aantal wetenschappelijke adviseurs van de overheid. Ook de belastingdienst speelt soms een kwalijke rol (blz. 239), waarbij de maatschappelijke verantwoordelijkheid – net als bij banken en verzekeraars – ver te zoeken is. Individuele ambtenaren zijn best bereid dit toe te geven, maar niet in de rechtszaal.

Dat de echte schuldeisers ontevreden zijn over de grote verdwijntrucs van de curatoren, laat zich raden. De schulden blijven dus openstaan, mede omdat een herstart als ondernemer feitelijk onmogelijk wordt als het Bureau Krediet Registratie (ten onrechte) ‘fraude’ heeft genoteerd. Verzekeren en herverzekeren zijn dan eveneens onmogelijk, tenzij exorbitant hoge premies worden betaald. Bescherming tegen nieuwe aasgieren en nalatige leveranciers of debiteuren is onmogelijk gemaakt door de Grondwet en het Wetboek van strafrecht. Aangifte van strafbare feiten is aan gefailleerden in feite niet toegestaan. Slim hè. De Nationale Ombudsman mag zich tot zijn ‘spijt’ hierover niet uitlaten, maar kamerleden wél! Want zelfs een belofte van premier Kok bleek niets waard te zijn (blz. 242), maar dat is achteraf niet zo verwonderlijk. In een land waar sommige rechters X maal zoveel in hun nevenfuncties verdienen als in hun ‘hoofdfunctie’ en Commissarissen van de Koningin hun inkomsten wensen te verzwijgen, moet niemand verbaasd staan als ook daarover een afspraak is gemaakt met de belastingdienst. Wat voor een eed hebben al die rechters en advocaten ooit afgelegd: een meineed? En hoe lang duurt het nog voordat de stal wordt schoongeveegd? Want er zijn veel meer terreinen waarop laksheid, machtsmisbruik en mogelijke corruptie bij Justitie een rol spelen, zoals de vele bouwfraudes, het onderzoek naar oorlogsmisdadigers, het onderzoek naar de moorden op officieren en burgers in Nederlands-Indië, de intimidatie van klokkenluiders, het gedogen van gevluchte terroristen, de afdoening van drugs- en pornozaken, de affaire De Kroes, de ‘nalatigheden’ bij het melden van nevenfuncties, de ‘onmacht’ om de terroristische acties van Ra-ra en van dieren- en milieubeschermers aan te pakken, de weerstand tegen nieuwe terreurwetgeving, de weerstand tegen controle door de minister op het functioneren van de rechterlijke macht, het dossier Marianne Vaatstra, het onderzoek naar de hbo-fraude, het vrijlaten van Oost-Europese criminelen, het gegraai door topambtenaren, de PARMALAT-miljarden, de verdwenen miljoenen bij ministeries, de Schiphol-affaires, de zgn. kinderbescherming, de arrogante houding van sommige PG’s, de afdoening van aandelen- en beursvoorkenniszaken en vooral de inhoud van vele vonnissen en bewijsstukken waar een ‘luchtje’ aan zit.

 

*Het verdriet van de failliet

door Arnold N.M. van der Voort, ing.

Prijs: E 25. ISBN 90-807477-1-8

Stichting (ideële) Dienstverlening Aan Gefailleerden

Girorekening 333.63.43 t.n.v. A. van der Voort, Zwolle

 

Inmiddels is ook verschenen: Rechtspraak in opspraak, uitgegeven door dezelfde stichting.

 

P.S. Indien u meent dat dit het ergste is wat u over de Nederlandse rechtsstaat ooit heeft gelezen, dan moet u zich eens verdiepen in de website www.sdnl.nl Deze staat vol met de maffiapraktijken van de justitiële, financiële, ambtelijke en politieke elites die Nederland (en Europa) hebben gekaapt. De vrijwillige ‘omerta’ van de media, politici, wetenschappelijke wereld en ervaringsdeskundigen wordt slechts door enkelen doorbroken. Hun moed en optimisme worden mede gevoed door de hoop dat de kwezels in het kabinet ooit hun zielige partijbelangen opzij schuiven en de rechtsstaat opnieuw inhoud geven.

 

 

Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

1 september 2007

 

Home

 

stats count

 

 

 

 

 

 

 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN