Bron: http://www.bndestem.nl/regio/breda/7093531/Een-beetje-buurten-en-schrijven-op-de-Haagdijk.ece

 

Geen straat die Bredaser is

dan de Haagdijk

 

 

image005

 

De binnenstad van Breda heeft eigenlijk alleen maar rechte straten.

De Haagdijk begint al meteen met een bocht naar links.

(Foto’s: Kees Wittenbols – 2006)

 

 

BREDA - Geen straat die Bredaser is dan de Haagdijk. Maar ook geen straat in Breda waar ik me meer in het buitenland voel. Welk buitenland? Nou, noem er maar een stuk of wat, want hoeveel nationaliteiten er rondlopen, is niet te schatten. Marokkanen, Turken, Irakezen, Iraniërs, Afrikanen, Duitsers, Belgen, Polen, Antillianen, Italianen, Chinezen, Pakistani. En o ja, ook nog een paar echte Bredanaars. Zoals Leo Ketelings, klasgenoot van de Lambertus lagere school, geboren in het prachtige bouwjaar 1953 op de Haagdijk. Hij las dat ik van plan was te wandelen van d’n Aodijk naar ‘t Aogje en belde meteen: “Ik leid jou wel rond in het eerste deel, tot het Dieststraatje.” Tot het Dieststraatje?, dacht ik nog. Als ik zulke kleine stukjes van de route pak, dan valt er niet veel te schrijven. Dacht ik nog. Fout, hartstikke fout.

 

Jaren liep ik al met het plan rond om mijn stadgenoten te laten zien wat er zoal gebeurt tussen de Haven en de Haagsemarkt. Maar nu ik eindelijk ben begonnen, denk ik: waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen. Zo’n 2700 stappen is het van Haagdijk nummer 1 naar Haagsemarkt nummer zoveel. Maar het lijkt wel alsof achter elke stap een verhaal zit. En 2700 verhalen is een beetje te veel van het goede. Maar goed, we zien wel waar het eindigt. En over al die nationaliteiten gesproken: het eerste gesprek is met een Oosterhouter die een Spaans restaurant runt. Egbert Fransen is van Sol y Sombra en zit in wat ooit De Gruyter was. En waar ooit de broertjes Meijer zijn begonnen. Egbert volgt met zijn zus Bea de droom van hun zes jaar geleden overleden zus Rita. Zij had Spanje en Spaans eten als passie. Bea ‘doet’ nu de keuken met authentieke tapas en paella, Egbert de bediening en de boekhouding. Tja, de Haagdijk kreeg zo’n honderd jaar geleden steeds meer winkels omdat de wijk Gerardus Majella toen werd gebouwd en het is nog steeds bij uitstek een middenstandstraat. Jos Nagtzaam van het Feesterijke heeft zijn winkeltje daar negen jaar. Hij heeft ook tien jaar bij het NAC-stadion een toko gehad, maar dat is voorbij. NAC is nog wel de kurk waar zijn winkel op drijft. Alles waar NAC op staat, heeft hij.

 

 

 

image004

 

Dieststraat in 1980

(Foto: Henk Wittenbols)

 

 

Terug naar Leo Ketelings. Geboren op nummer 4, zestien jaar later verhuisd naar nummer 10. Zijn ouders zaten in de bloemen, hijzelf nu in design met Hare Majesteit, een steenworp verder op de Lange Brugstraat. Leo is de enige op het eerste stukje Haagdijk die er zijn hele leven rondloopt. Voor hem hebben alle panden nog de namen uit zijn jeugd. Christine le Duc bijvoorbeeld is voor hem ook Johnny de Chinees, volgens ons allebei de eerste Chinees in Breda. “Als je daar ging eten en iemand bestelde haaienvinnensoep, dan zei Johnny: één haaienvinnensoep, allemaal haaienvinnensoep. Hij had geen zin om voor iedereen wat anders te maken.” Ikzelf weet ook nog wel dat we bij Johnny Chinees haalden, begin jaren zestig. Als ik me goed herinner had hij één grote wok waar alles in werd gebakken. De bami, zo lekker maken ze die nu echt niet meer, ging in een vierkant bakje, daarover vetvrij papier en dan een ouwe krant. Leo heeft nog een aardige anekdote: “Als mijn moeder naar de kapper was geweest en langs Johnny liep, dan wilde hij zeggen dat ze er een stuk jonger uitzag, een compliment. Maar hij zei: jong maken?” Tja, er zitten wat jaren tussen, maar de stap naar erotiek lijkt zo een stuk kleiner. Blitz teken- en allerlei ander papier zat op nummer 8. “Ook vliegerpapier, touw en van die witte lijm, gluton heette dat. Nummer 12, het Schrijverijtje, was vrouwke Lommers, vishengels en schepnetjes. Het stonk er altijd, maar dat moet je niet opschrijven.” En zo weet Leo van alle nummers nog precies wat er in zijn jeugd inzat.

 

Smartshop Mon Ami was het café van Wies van Dongen, de legendarische wielrenner. Die overigens nog steeds leeft. Daarnaast de kroeg van Rinus Couvreur. Tunesville was de eerste Rijdende Amerikaan, Hotlips was een schoenenzaak. Een van de vele slagers van toen, Jespers, is nu het Turks restaurant l’Anatra van de broers Osman en Orhan Sipahi. Ze haalden bij onze eetrubriek Over de Tong eens een dikke 8 en daar zijn ze ons nog dankbaar voor. Neef Sezer is de kok, specialiteit is onder meer gerechten met lamsvlees uit de oven. Zestien jaar zitten de broers al op de Haagdijk, eerst nog met pizza’s. (l’Anatra is Italiaans voor eend). Een van hun buren is Eindhovense Daisy Middel. Zij is met haar negentien jaar de jongste ondernemer en zit er met haar eenvrouws kapperzaakje net drie maanden. “Ik zocht een sfeervol pandje en hoorde dat Breda een van de sfeervolste binnensteden heeft, dus koos ik hiervoor.” Daisy knipt vrouwen en mannen voor hetzelfde tarief en dat loopt goed, zegt ze.

 

 

 

image001

 

De Haagdijk vanaf de Nieuwe Huizen

(Foto: Kees Wittenbols – 2006)

 

 

En dan kom je als echte Bredanaar toch nog een verrassing tegen en wel op nummer 16. Antiek staat er op het raam, maar erachter zit een museum. Wat zeg ik? Eén museum, het zijn er meerdere. De 79-jarige Ton Hofkens heeft zijn leven lang van alles verzameld. Van fietsen tot auto’s, oude foto’s, militaire pakken, schilderijen, hoedendozen, kranten, motoren en noem maar op. Een doolhof van huisjes, kamers, schuurtjes, prieeltjes. Zeker duizend vierkante meter gaat er schuil achter het pand. Veel unieke auto’s. Waarvan de meeste nog rijden ook, soms voor films. Ton leeft ook nog een beetje in het verleden. “Wat goed was voor mijn grootouders, is goed voor mij. Verzamelen is iets dat in je zit. Ik slaap vier, vijf uurtjes, want ik heb nog zoveel te doen. Een horloge heb ik niet. Zo’n ding noem ik trouwens een tijdmeter. Die heb ik weggegooid, want ik kom toch tijd tekort.”

 

De VVV heeft het museum op het programma staan en er komen regelmatig groepen over de vloer. Laatst nam de bisschop van Breda twee collega’s mee omdat Ton ook veel kerkelijke spullen heeft. Een opvolger heeft hij niet, dus hoe het straks met al die spullen moet gaan, weet hij niet. En hoe ik verder moet met mijn wandeling weet ik ook niet. Volgende week maar gewoon weer op de bonnefooi. Tot aan de Pelmolenstraat, denk ik. Maar het kan ook heel anders lopen.

 

 

 

7 augustus 2010

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN