Bron: www.bndestem.nl

 

Gemaskerde journalistiek

 

 

Journalisten schrijven hun verhalen gewoonlijk

overeenkomstig de signatuur van hun krant.

 

Maar hun persoonlijke mening komt daarmee niet altijd overeen. Dan kunnen zij wel eens besluiten, hun opinies in de kolommen van andere organen te publiceren, anoniem of onder een schuilnaam. De journalist blijft nu eenmaal schrijven en doet dat voor de openbaarheid. Hij (m/v) wil gelezen worden, ook als de kolommen van zijn ‘eigen’ krant niet (meer) toegankelijk voor hem zijn. Dat is niets nieuws. De Bredase schandaalschrijver Jacob Campo Weyerman (1677-1747) - die we best een 18e-eeuwse pionier van de roddeljournalistiek mogen noemen - richtte buiten Breda zelfs zijn eigen periodieken op, om daarin onder tal van pseudoniemen scabreus en lasterlijk proza over incapabele bestuurders en verdorven geestelijken af te drukken. Heel wat oprechter waren de illegale publicaties van Jan Bruna (1897-1974), die kort na de Duitse bezetting in 1940 waarnemend-hoofredacteur van het Dagblad voor Noord-Brabant en Zeeland was geworden. Twee jaar later had hij de Duitsers genoeg reden gegeven om hem te interneren in het “intellectuelenkamp” St.-Michielsgestel. Onder de neus van de bezetter runde Bruna daar anderhalf jaar lang het clandestiene weekblaadje Adam in Ballingschap. Het Berufsverbot dat hem na zijn vrijlating werd opgelegd, kon hem niet weerhouden om tot aan de bevrijding in verzetskrantjes te publiceren. Daarna zou Jan Bruna tot 1965 Dagblad De Stem leiden.

 

Nieuw ‘verzet’ rees in de rebelse jaren ‘60 en ‘70. Verschillende redacteuren van het burgerlijke Dagblad De Stem - dat tot ‘69 zelfs nog door het bisdom werd gecontroleerd - zagen hun maatschappijkritische opvattingen niet door hun eigen krant vertolkt. Om die buiten hun betaalde baan om toch te kunnen uiten, weken de rebellen uit naar het plaatselijke activistenblad Oelaat, waarin ze onder schuilnamen hun eígen meningen ten beste gaven. Een van hen, verslaggever Eugène Loomans, sloot zelfs een clandestien pact met een dissident PvdA-raadslid, Jan Oomen. Hun alternatieve, progressieve dan wel ludieke stukken verschenen onder het gezamenlijke nom de plûme Leun van Breda. Onbewust traden die Stemredacteuren in de voetsporen van een van hun oudste voorgangers: Gerard Janssen, van 1890-‘97 (enig) redacteur van de Nieuwe Bredasche Courant. Dit Stem-embryo, dat tot 1899 drie maal per week verscheen, ontwikkelde juist in die jaren een rk-signatuur. Heimelijk was Janssen echter fel socialist. Gemaskeerd als Peer Corstiaan en 't Zondig Paterken kritiseerde hij wat hij vaak ook beroepshalve versloeg. Daarover een volgend keer meer.

 

 

 

30 januari 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN