Bredase%20Bode-logo

 

Volkswijk Gerardus Majella

 

Bredanaar Kees van Overbeek vertelt over de volkswijk Gerardus Majella.

 

Een artikel uit de Bredase Bode van woensdag 6 februari 2008:

Het Breda van Weleer (1920-2000) door Rinie Maas.

En ook nog een nawoord van Kees Wittenbols.

 

 

“Dimitri van Toren ging thuis in de Nieuwe Huizen op het dak

zitten en tekende de grote toren die boven alles uitstak!”

 

 

dimitri van tooren

 

Dimitri van Toren

 

 

“Vanaf het dak van zijn huis tekende Dimitri van Toren de Grote kerk die overal bovenuit stak.

Wij vonden hem als kind al erg artistiek,” getuigt Kees van Overbeek.

“Met Jan Michielsen, de fijnschilder ging hij, panorama's e.d. schetsend, gelijk op.”

Dimitri van Toren woont nu in Reusel.

Maar hij is een Bredanaar in hart en nieren.

Hij is een jongen van de Petrus Canisiusschool en kind van de Nieuwe Huizen in de Majella.

 

grote toren

 

Dimitri van Toren tekent de Grote Kerk.

 

 

Kees van Overbeek heeft goede herinneringen aan het wonen in de Nieuwe Huizen. "Dat de Petrus Canisiusschool in deze straat een bijzondere lagere school was en het onderwijs onderleiding van de heer Van Egeraat bijzonder goed is geweest in de jaren veertig en vijftig," is zijn stelling. In deze rubriek het Breda van weleer is dat ook al enkele malen aan de orde gekomen. Met name vrij lezen op vrijdag was een sterk punt. In de zesde klas mocht op de laatste schooldag van de week iedere leerling uit de bibliotheek een boek uitkiezen.

 

 

Het volk in de cirkelvormige put

De harde kaft en de geur van de boeken, heerlijk muf, kan ik me herinneren. De titel van het boek werd door heel het verhaal doorgevoerd op iedere pagina. Het waren goede leesboeken. Niet al te zedelijk, maar met heel veel beleving. Ik las een boek over verdwenen werelddelen. In de Sahara had een volk geleefd in een halfcirkelvormige put. In de wanden waren holen uitgehakt. De Romeinen hadden al gebouwen die 8 verdiepingen hoog waren. Een lift hadden ze ook. Hij bewoog niet op elektriciteit, maar op water. De Bosjesmannen waren helderziend. Ik las dat boek ademloos. Want ik zat óók op die school. In zes klassen. Heerlijk bij de tijd!

 

 

 

nieuwe huizen-1

 

Zicht op de Nieuwe Huizen 25 t/m 55.

 

 

“Vergezichten op het plat dak”

"Het naschoolse gebeuren stond ook hoog in het vaandel!," zegt Kees. "Vooral rond het Paasfeest. Dan werden de elftallen weer samengesteld door de onderwijzer Piet van Bezooijen. En dat was heel moeilijk. Want er waren nogal wat talenten op de school afkomstig uit de Gerardus Majellawijk en de wijk Oud Boeimeer." Daarvan smeedde men diverse elftallen samen, zodat tijdens het toernooi menige beker naar de Petrus Canisiusschool ging. Maar niet alleen voetbal. Aandacht werd ook besteed aan tekenen, als men er aanleg voor had. En vooral door de heer van Raay in de vijfde klas, herinnert Kees. Het was voor hem zeker niet alleen voetbal wat de klok sloeg. Hij herinnert zich de twee klasgenoten: Jan Michielsen en Dimitri (Jan) van Toren. Ze gingen tegen elkaar op. Ze maakten hele mooie tekeningen. Jan van Toren ging thuis op het platdak zitten en tekende vanuit dat vergezicht de toren van de Grote kerk na. En Jan Michielsen had weer andere onderwerpen. Hun talenten werden door de meester ondersteund. "Die steun," oordeelt Kees van Overbeek, "heeft later kennelijk zijn vruchten afgeworpen." Hij denkt aan onze kunstschilder en graficus Jan Michielsen. Aan onze Bredase en vaderlandse troubadour Dimitri van Toren (eerst etaleur bij V&D) met zijn prachtige liedjes. Want Dimitri tekende niet alleen. Hij tokkelde toen al heftig op zijn gitaar."

 

 

“Met mijn out hedded nooit koud”

"Maar er waren meer bijzonderheden in de Nieuwe Huizen," vertelt Kees in een door hem genoeglijk verteld verhaal over zijn woonstraat. Waarbij hij de ogenschijnlijke nietigheden die voor een kind zo bepalend kunnen zijn niet vergeet. "Denk maar aan de kolenboeren: Frans van Gastel en Kobus van Gastel. Beiden leverden aan heel Breda hun kolen. Ik weet nog hoe je het snelst van de Nieuwe Huizen naar de Haagdijk kon komen als je vlak bij de school was. Dat kon via de kolenwerf van Frans van Gastel. Maar dan moest je wel snel lopen want Frans was er niet van gediend dat men over het erf liep en menig maal kwam hij je achter na met zijn kolenbats of met de hond. Men had nog één van Gastel in de straat en dat was de kleermaker, dus er waren nog al eens misverstanden bij welke van Gastel ze moesten zijn." Peter van Gastel (Prins Pit de XIV) uit Princenhage kent de "Van Gastels" wel op zijn duimpje! Zijn Opa Kobus van Gastel had een water- en vuurwinkeltje. "Met mijn out hedded nooit koud," was zijn reclamespreuk. En zijn jongere broer Frans had de kolenhandel.

 

 

 

poortwoning

 

Poortwoning aan de Nieuwe Huizen.

 

 

Het huisorkest van het Leger des Heils

"En er waren nog meer ondernemers in de straat. Denk maar aan André de Lange, de kruidenier," weet Kees van Overbeek op te halen. Het is in dit deel van de wijk vergeten volk. "Wie kent nog schoenmaker Piet Struys, Schildersbedrijf Verwijmeren, de bakkerij van Aarts, van der Jagt, van de azijnfabriek, loodgietersbedrijf Wout Alofs in de poort, waar ook boer Kleemans zat. Menigeen ging daar zijn verse groentes halen. Frans Fokkema zat er met zijn lompen & oudijzer. Ook zat in de Nieuwe Huizen het Leger des Heils voor mensen die geen slaapplaats hadden om de nacht door te brengen. Hun Heilsorkest was zeer goed bekend." "Als men uitrukte dan liep altijd Driek Nooren trots voorop. Elke zaterdag avond ging men naar de Nieuwe Haagdijk om op het plein hemelse muziek te laten horen en het geloof te verkondigen en ook om geld op te halen om hun onkosten te dekken voor de thuislozen." Nu hij op het geloof terecht is gekomen denkt Kees aan de Paters Capucijnen die in de Nieuwe Huizen hun grote gebouw St. Jozefzorg hadden, voor de opvang van jeugd van 6 tot 13 jaar. "Veel kinderen uit de Gerardus Majellawijk gingen daar naar toe. Men kon daar knutselen tafeltennissen, biljarten, tekenen. Je werd er goed beziggehouden onder leiding van Pater Deogardis, de heer Jacqmijns, Dick Dalinghaus en andere vrijwilligers."

 

 

Het café van Kees en Marie Mertens

Beroemd was ook het zomerkamp waar iedereen naar uitkeek. Dat werd altijd gehouden in de omgeving van Middelbeers in de bossen. En wie heeft er niet geschommeld op de grote Russische schommel met zijn zadelvormige ijzeren zetels, waarmee men heel hoog kon gaan. Maar men moest wel uitkijken dat men niet met de benen tussen de ijzeren stangen kwam. Verder was er ook nog het Café van Kees en Marie Mertens. Daar was het altijd redelijk druk in het weekend. En als het wel eens "hommeles" was of er werd niet op tijd betaald, dan wist Marie daar wel raad mee. De kordate waardin had altijd een afgezaagde biljartkeu bij de hand. "En dan rammelde ze hoe groot of klein ook de lastposten waren naar buiten om af te koelen." "Op de Gasjes was altijd wat te doen, of wel voetballen of hutten bouwen of ondergrondse schuilplaatsen maken en loopgraven maken. Menige voetbalwedstrijd is hier gespeeld uit diverse straten tegen elkaar van de Gerardus Majella en Sluisstraat en Oud-Boeimeer." Hier is ook voor menigeen zijn voetbalcarrière begonnen. Onlangs liep Kees nog een keer in de Nieuwe Huizen en hij zag dat enkele gebouwen gespaard zijn gebleven. Onder andere het gebouw van het Leger des Heils, de oude brandweerkazerne, waar toen een poort inzat en waar dikwijls tegen gevoetbald werd. Menigeen was toen nieuwsgierig wat er nu achter die poort in het gebouw stond, want hij was nooit open. Ook de woningen van Frans van Gastel en Frans Fokkema. De woning waar zijn oom en tante leefden staat er nog, zij het dat die nu onder monumentenzorg valt. De poort naar boer Kleemans, is er nog, maar er staat nu een groot zwart hek voor. In het huis dat daar rechts naast stond is Kees van Overbeek geboren.

 

 

 

nieuwe huizen-2

 

De Nieuwe Huizen eindigt met een prachtige bocht naar de Haagdijk.

Let op de kinderkopjes de voor de straat zo karakteristieke kinderkopjes en de prachtige gaslantaarn.

 

 

“De Snarf tilde een paard op!”

De naam van de Toko valt. Wat hield dat in? "De Toko was vlak bij de school. Het was een rommelige drogisterij waar men van alles kon kopen voor het huishouden en voor bestrijding van ongedierte en drogisterij-artikelen. Bij de jeugd was hij vooral bekend vanwege zijn Groene Kruisbrokken en zijn vermaarde Bakkesvol (dit waren grote vierkante wit/ zwarte dropbrokken) waar je heel lang mee kon doen, vandaar de naam: Bakkesvol. Kees van Overbeek heeft een andere mooie herinnering aan de Gasjes. Over de duivenmelkers die elke zondag op de Gasjes in de lucht stonden te turen - waar hun duiven bleven - hoorden bij de Nieuw Huizen (hij was ook even één van), maar vooral hun sterke verhalen die er verteld werden betekende, volgens Kees, opwinding. Hij herinnert zich dat ze elkaar weer aan het opjutten waren en dat Frans van Dorst (de Snarf) kwam aanlopen en ook bij hen kwam staan. "Frans lustte graag een biertje. Hij was aangeschoten. En de melkers daagden hem uit met zijn bekende kracht. Het paard van Korenbrits zou hij nóóit kunnen optillen. Frans liet zich niet kennen. Hij ging onder de buik van het paard staan en tilde hem als "Jerommeke" in de lucht!

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Zijn tekenkunst!

 

Dat Dimitri van Toren zijn carrière begon bij de Headlines en The Lettersets en dat in deze groep ook Vader Abraham speelde is genoegzaam bekend. Minder bekend is zijn gedegen vooropleiding: De academie voor de Vrije kunst, na zijn middelbare schoolopleiding. Twintig prachtige LP's bracht Dimitri van Toren uit en een groot aantal CD's. Maar dat hij ooit bijna even mooi tekende als hij nu zingt, dat weet men alleen in de Gerardus Majellawijk in Breda.

 

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

"Dimitri… dat is diediemeriet!"

 

'Hé, kom aan' is wel de bekendste CD van Dimitri van Toren (Breda, 16 december 1940), die in de Nieuwe Huizen als kind, voordat hij een bekend Nederlands liedjeszanger werd, Jan van Toren heette. Het album dat hij in 1990 maakte 'Alsof de maan de aarde kust' is geïnspireerd op de Indiase cultuur. Dimitri was daar in 1980, na veel turbulente optredens in het land, om wat tot rust te komen. "Een bijzondere man met een enorme adamsappel waar ik met bewondering naar keek," schrijft Thea Honk op de site van jeugdsentimenten.net. Een fan van Dimitri van Toren Breda, die nu al 27 jaar in het vak zit, herinnert zich een vriendje van een neefje die struikelde en zijn enkel verstuikte toen ze een liedje speelde van Van Toren en toen zei hij: "auw, mijn enkel is blauw en die van dat lied, auw, nondevergiet, dat is diediemeriet."

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Nawoord: Na het bovenstaande gelezen te hebben kon ik het niet laten er toch ook nog iets over te vertellen. Op zich vind ik het zeker een prachtig artikel met betrekking tot De Gerardus Majellawijk van weleer, met als ‘rode draad’ het verhaal over Dimitri van Toren. Ook Silvia Videler en ondergetekende hebben zowat alles verteld over de Oranjeboomstraat en omgeving, van rond de jaren vijftig van de vorige eeuw. Alles en alles wat in onze herinnering lag hebben we beschreven. Zowel op de site van de www.oranjeboompleinbuurt.nl, als ook in ons boek: Nostalgisch Breda en ook nog op deze site. Een vervolg zit er aan te komen. En wel in een tweede deel: Nostalgisch Breda, welke medio april aanstaande zal gaan verschijnen.

 

Voor de site van de Oranjeboompleinbuurt heb ik destijds mijn gehele ‘geheugenkast’ opengezet en zoveel mogelijk situaties beschreven als maar mogelijk was. Vele mensen die destijds in deze buurt woonachtig waren heb ik (wij) de revue laten passeren. Ook kwam het wel eens ter sprake, dat ik wel met enige zekerheid kon stellen, dat er ook bekende Bredanaars in de wijk hadden gewoond, maar helaas vaag kon beschrijven. Tijdens het ophalen van al die herinneringen kwam mij het toch wel voor dat Dimitri van Toren ergens in de Oranjeboomstraat gewoond zou moeten hebben. Ik heb nu nog steeds dat beeld in mijn hoofd dat ik hem toch wel met enige regelmaat daar zag. Maar daar heb ik verder geen vermelding meer van gemaakt, omdat ik het niet zeker wist. Totdat ik plotseling een verhaaltje in het gastenboek zag staan - op de site van het Heuvelkwartier - van ene John Verbaarschott, die daar in vermeldde dat in zijn tijd, ergens in de jaren vijftig, er in de Oranjeboomstraat een familie van Toren woonde en erbij vernoemde: “jaja Dimitri.” Zover ik uit die reactie kan opmaken had het betrekking op het stukje Oranjeboomstraat waar vroeger de kerk stond. Dus ik denk toch wel dat hij in de Oranjeboomstraat heeft gewoond, misschien voordat hij naar de Nieuwe Huizen verhuisde. Of…, misschien van de Nieuwe Huizen naar de Oranjeboomstraat? Dat kan ook.

 

Maar nou komt het mooie: Dimitri van Toren was enkele jaren mijn bovenbuurman! In 1967 betrok ik (als pas getrouwde) een spiksplinternieuwe flatwoning in de Bernard de Wildestraat. We kregen dit appartement toegewezen (met dank nog aan de heer Lossez van Volkshuisvesting Breda, welke daar enige zeggenschap had aangaande toewijzingen). Dit was in de tweede blok op de 5e verdieping en wie kwam er te wonen op de 6e verdieping, precies boven ons? U mag twee keer raden. Inderdaad: Dimitri van Toren. Hij was toen vooral bekend – en populair – in België. Je zou kunnen zeggen: een muzikant die boven je woont is altijd muziek aan het maken en je kunt er daarom best wel last van ondervinden. Maar in dit geval zeker niet. Dimitri was bijna nooit thuis. Altijd maar op stap voor muziekuitvoeringen. Ja, heel af en toe was hij thuis en die tijd benutte hij wel eens om wat te oefenen of nieuwe stukjes in te studeren. Ik hoorde hem wel eens, maar dat was zeker niet hinderlijk te noemen.

 

Toch was er ’n keer een voorval. Op ’n bepaald moment kwam ik bij mij de keuken ingelopen en vanuit het plafond stroomde er water naar binnen, met bakken tegelijk. Duidelijk was voor mij dat dit van het appartement van Dimitri vandaan kwam. Op hetzelfde moment belde er bij mij een onderbuurman aan met een zeer verontruste mededeling dat ook bij hem heel zijn keuken blank stond. Ik zei gelijk: “dat komt van de bovenburen af.” Hij gelijk daar naartoe. En even later hoorde ik de vrouw van Dimitri roepen: “O Jan kom nou eens kijken!” De slang van de wasmachine was bij hun losgeschoten en dat veroorzaakte een grote overstroming in heel de flat tot onderaan toe. Het was werkelijk soppen geblazen voor iedereen. Een ongelukje zullen we maar zeggen. Een geluk: de verzekering dekte de schade. (Kees Wittenbols).

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Schriftelijke reacties kunt u richten aan de redactie van de Bredase Bode, postbus 22, 4880 AA in Zundert, o.v.v. het Breda van weleer.

 

 

Een bijdrage van Kees Wittenbols.

 

16 februari 2008

 

Home

 

stats count

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN