logo (4)

 

Gegrepen door de

grillige vorm van de cactus

 

 

evert smienk

 

De koning van Cactusland.

 Evert Smienk in een van zijn drie kassen.

 Hij heeft drieduizend cactussen.

 

 

BREDA - We noemen hem gemakshalve de Cactusman.

 

 

Dat kan best, want Bredanaar Evert Smienk bezit er drieduizend. In alle soorten en maten, in de vreemdste vormen en kleuren, de meeste momenteel in bloei. De Cactusman koestert zijn opmerkelijke collectie in drie kassen, een serre en een rotstuintje. Twee van die kassen staan achterin de tuin van zijn huis in de Haagse Beemden, de derde staat op een volkstuincomplex op vijf minuten rijden afstand. In steeds meer kassen koestert hij zijn stekelige lievelingen, die uit alle windstreken afkomstig zijn. Hij brengt ze - al twaalf jaar - tot wasdom, ent verschillende soorten op en in elkaar. De zaden die hij wint - wel achttienduizend uit één enkele kas - ruilt ie met andere verwoede liefhebbers. Of hij geeft ze weg, want zíjn zaden vind je niet in de tuincentra, verzekert hij met ingehouden trots.

 

Vergis u niet, de Cactusman is niet alleen. Er zijn meer cactusgekken in het West-Brabantse en Evert Smienk is hun voorzitter. Als ze zich tenminste hebben aangesloten bij de vereniging Succulenta. De club heeft een sierkas op het Arboretum in Oudenbosch geadopteerd, waar de West-Brabantse cactusmannen zich helemaal kunnen uitleven en waar zelfs 19e-eeuwse exemplaren groeien. Want sommige cactussen kunnen stokoud worden. Ze hebben - zolang ze zogezegd maar droogstaan - niet veel korter te leven dan de eeuwigheid. In dat opzicht zijn ze daar in de schaduw van de tegenovergelegen basiliek wel op hun plaats. Maar wij beperken ons vooralsnog maar tot meneer de voorzitter, want alleen bij de Cactusman van Kesteren komt een normaal mens al ogen te kort. En wie oog heeft voor het amusante detail, valt van de ene verrassing in de andere. Al helpt het wel als het gevoel voor humor van de bezoeker even droog is als de gemiddelde cactus. Menige soort overleeft tenslotte door tot diep in de bodem te verschrompelen. In Smienks met vetplantjes (ook dat zijn succulenten) volgehangen serre worden we opgewacht door de Echinocactus Grusonii, een beul van een plant, wier krukgrote bol vol staat met stekels als gemuteerde cocktailprikkers. De Mexicanen noemen haar uitnodigend Schoonmoeders Stoel. Maar hoewel het monstrueuze zitmeubel in volle bloei staat, weerstaan we schoonmama's lokroep. Terwijl de vijf kwartier in een uur docerende Smienk - die alleen al tweehonderd cactustitels op de boekenplank heeft - ons enthousiast door zijn cactuswereld gidst, vertelt hij de prachtigste verhalen.

 

Over de Koningin van de Nacht, bijvoorbeeld, aan wier hoekige stelen imposante, spierwitte bloemen ontluiken van wel dertig centimeter doorsnee. Zo groot dus als stoeptegels of ouderwetse elpeehoezen. Er bloeit maar één bloem tegelijk en elke bloem bloeit slechts acht nachtelijke uren, van 22.00-06.00 uur. Dan sterft ze. Als je vergeet de wekker te zetten, mis je de pracht van de Koningin van Nacht. Want overdag is ze maar heel gewoontjes. En dan is er een Afrikaanse cactus die tijdens zijn bloei aasbloemen draagt. Dat zijn ook prachtige bloemen, alleen die verspreiden de wat minder innemende geur van rottend vlees. Wablief? Rottend vlees! De vliegen, die daarvan geheel onwetend de bestuiving verzorgen, zijn er niet vanaf te sláán. Nee, dat zijn geen grapjes van de Cactusman. Het zijn serieuze feiten. De voorzitter van Succulenta vertrekt dan ook geen spier. Op een flauwiteitje als “Stekelige jongens zeker, die cactuskwekers?,” antwoordt hij bedaagd dat “een cactuskweker niet per definitie een prikkelbaar mens is.” Een cactusman gaat dus niet op zijn planten lijken, zoals menige hondenbezitter op zijn viervoeter, concluderen we. Maar dan slaat de Cactusman ongenadig terug. “Tenzij ik me niet scheer, natuurlijk...”

 

Toch maakt de luim weer ras plaats voor de bloedige ernst en spijkerharde werkelijkheid van stekels die zó lang en hard zijn, dat je er letterlijk op kunt tokkelen. Die havenen de handen van de Cactusman, die voor zijn boterham koekjes inpakt. Maar ja, een dag zonder stekels, is een dag niet geleefd. Waar komt die ‘succulente’ fascinatie eigenlijk vandaan? Vertelde Smienk immers niet eerder dat hij uitgerekend in een rozenkwekerij jarenlang de kost verdiende? Zijn antwoord is kort en eenvoudig: “Het zijn de vormen die mij aanspreken, vooral die met heel grote doorns.” Die hebben cactussen inderdaad met rozen gemeen. Maar geef Smienk toch maar die gestekelde staken, bollen, knollen, stelen en slingers. Vooral als ze in bloei staan. Die lokken hem naar elk denkbaar cactusveld ter wereld. Ja, dáár vindt mevrouw Smienk ze óók prachtig. Da's tenminste heel anders dan een huis vol stekeligheden, want die overdaad aan potjes kan mevrouw Cactusman wel schieten. Maar wat kun je beginnen tegen een man die van al zijn vakantiebestemmingen - en vaak in weerwil van de plaatselijke wetgeving - stekjes en zaden mee terug naar huis neemt? Bij de politie van Cactusland aangeven soms?

 

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

17 mei 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN