image005

 

Geen last van harde aanpak politici

 

hondenpoep

 

Aan hondenpoep en andere ergernissen hebben politici al vele woorden gewijd.

 Tot meer dan een hausse aan spoeddebatten heeft het niet geleid.

 

 

“Getverdemme, moet je nou toch eens kijken.”

Onderaan de glijbaan ligt allemaal hondenpoep en een groepje moeders maakt zich daar zeer boos over.

“Je durft je kinderen hier toch niet meer te laten spelen,” zegt de een.

“Het is te smerig voor woorden,” zegt een ander.

“Onbegrijpelijk dat niemand hier iets aan doet,” vinden ze allemaal.

Een willekeurig parkje in zomaar een stad.

 

 

Hondenpoep leidt overal tot grote ergernis en dan kun je er gif op innemen dat een politicus pleit voor een harde aanpak. Net zoals met hangjongeren, zuipschuiten, asociaal gedrag, criminaliteit of noem maar op. Want een politicus die niet met enige regelmaat roept dat het tijd is voor een stevige aanpak van een of ander probleem, telt nauwelijks mee. Ongeacht of het daadwerkelijk tot maatregelen leidt. “Politici moeten er voor zorgen dat ze in beeld blijven en daarvoor is het gebruik van harde taal een effectief middel,” zegt Paul van Lange, sociaalpsycholoog aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. “Als je zegt dat je hard wilt optreden dan blijft dat beeld hangen. En daar gaat het om.” Van Lange stelt dat de achterban van een politicus en zeker van een leider, geen enkele twijfel mag hebben over zijn of haar daadkracht. “Of de politicus daardoor ondoordachte uitspraken doet, dingen voorstelt die helemaal niet kunnen of die een averechts effect hebben, is in de beeldvorming veel minder belangrijk. Als je iets stevig aanzet en vaak genoeg roept, gaan mensen vanzelf geloven dat het zo werkt. Bij Verdonk zie je dat die strategie werkt. Ze doet het niet voor niets zo goed in de peilingen.”

 

Omdat het gebruik van stevige taal succes heeft, gaan andere politici het ook doen. “Niemand wil achterblijven, het is een soort race geworden,” zegt Kees Aarts, politicoloog aan de universiteit van Twente. “Maar daarmee treedt er wel inflatie op. Het gevaar is dat het loze kreten worden en dat een politicus niet meer terugkeert naar waar hij hoort: het debat in de Tweede Kamer.” Het gebruik van stoere taal is min of meer begonnen met Pim Fortuyn. Hij vond dat Nederland te tolerant was geweest, met name ten opzicht van allochtonen en criminaliteit. Die kentering in het denken, door politicologen ‘nieuw rechte politiek’ genoemd, is goed te zien in cijfers: In 1970 vond 75 procent van de bevolking het beter om misdadigers te veranderen dan ze te bestraffen, in 2006 was dat nog 37 procent.

 

De mening van ‘het volk’ is vrijwel altijd bepalend voor wat politici zeggen, stelt sociaalpsycholoog Van Lange. “De keren dat een kabinet wel een stevige maatregel neemt, doet ze dat alleen maar als de overgrote meerderheid van de bevolking er achter staat. Als de meerderheid van de Nederlanders zou roken, was er nooit een algeheel rookverbod in de horeca gekomen.” De harde taal, die vrijwel altijd een oproep is tot strengere straffen, leidt zelden tot daden. Vaak blijft het bij een opgewonden spoeddebat, hoogstzelden komt het tot regelgeving. En als er al een wetje uitrolt, blijkt dat vaak een onwerkbaar gedrocht.

 

“Omdat de werkelijkheid nu eenmaal weerbarstig is,” zegt politicoloog Aarts. “Je moet het simpel vertellen om je kiezers te bereiken, maar zodra je het in beleid moet omzetten loop je tegen allerlei ingewikkelde zaken aan waar alles met alles samenhangt.” Politici weten dat, maar ze móeten iets roepen, want ze kunnen niet achterblijven. “Dus denken ze: daarna zien we wel.” Grote woorden, kleine daden, noemt Aarts dat. “Een politicus behoort uit te kijken met wat hij of zij zegt, maar zolang je er succes mee hebt in de peilingen is er geen reden gas terug te nemen.” Sociaalpsycholoog Van Lange heeft nog een andere verklaring. “De samenleving is zakelijker geworden. In organisaties worden mensen sneller op van alles afgerekend, terwijl je vroeger eerder het voordeel van de twijfel kreeg.” Mensen eisen dan ook een prestatiecultuur van politici, die zich vervolgens laten leiden door de waan van de dag. Ze willen op een snelle manier scoren, want dat is momenteel de manier om zichtbaar te blijven. Een langetermijnvisie, een genuanceerde opstelling, is er dan nauwelijks nog bij. “Dat is jammer, want het ondermijnt de geloofwaardigheid van de politiek.”

 

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

2 juli 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN