image001

 

Een artikel uit De Bredase Bode van 2 april 2008.

Rubriek: “Het Breda van Weleer”

Door: Rinie Maas.

 

 

Herinneringen aan Majellabuurt

in stampvolle Posthoorn

 

 

“Stonden we in de buurt van vrouwen die kletsten, dan hoorden we zeggen:

Pas op, kraaien op het dak!”

 

“In de Majellawijk hebben we - in onze verrukkelijke jeugd - gespeeld en velen hebben thuis aan tafel of in de tuin voor de Hero en de Jam bonen en erwten geritst, gebleesd en gedopt. Anderen hielpen vader en moeder mee in de buurtwinkel of op de oud ijzerhandel. Vroeger waren we gelijk. Laten we dat nu ook zijn” In de mudvolle Posthoorn, waar de vierde reünie van de Gerardus Majella plaatsvindt is het muisstil als Henk Willemsen deze woorden bezigt. En dan komen de herinneringen boven water!

 

 

willemsen-overbeek

 

Ze gaan voor de 5e reünie in 2010.

Links Henk Willemsen. Rechts Kees van Overbeek.

De organisators van de 4e reünie Gerardus Majella/Oud-Boeimeer.

Foto: Rinie Maas.

 

 

“Pas op, kraaien op het dak. Daar hadden we een gloeiende hekel aan. Want we waren razend nieuwsgierig. Dat hoorden we als we in de buurt kwamen van vrouwen die stonden te kletsen.” Cor Vlemmix put uit zijn herinneringen aan de Majella buurt. Hij woonde er niet zo heel lang, maar de buurt vond hij leuk genoeg om er een boekje aan te wijden. Het ging dan meestal over een ruzietje, een ‘motje’ of een kleine vete, die meestal op straat was beslecht met de meest venijnige woorden en daarna een rondje in het café op de goede afloop.

 

Het Bredaas dialect, dat per buurt verschillend is, kwam ook tijdens de reünie weer ter sprake. Daarvoor volgen we nog eens het kostelijke boekje “memoires, 6 jaar uit de jeugd van Cor Vlemmix (1939-1945),” dat enkele zeer typische staaltjes van buurtdialect geeft. “Wij sproke in diejen tijd alleen maar plat, hoewel we op school netuurlijk ABN moesten leere. Mar al die lui die ABN spraken, hadden bij ons de naam Kale kakkers, houte Hammersvolk. Al bij de eerste zin die ze spraken bruiste bij ons het wantrouwen op. Die taal paste ook elemaal niet bij ons. Ontbijtkoek was peperkoek. Een verloofde was een vrijer, een dame heette een vrouw.”

 

 

zevende klas

 

De zevende klas van de Petrus Canisiusschool. Kees van Overbeek herkent de volgende personen: Achterste rij: Jan van de Goorberg; Hans van Loon; Piet van de Broek; Piet Klein; Willy Jansen; Piet Mol; Koos Willemsen; Staand: Piet de Greeuw; Thijs Bos; meneer Van Egeraat. Voorste rij: Daan Lens; Daan Schrijvers; Nol Keller; Frans Bouwmeester; Kees van de Pluim; Jan van Geel; Kees Damen; Jan Brouwers; Kees van Overbeek; Guus Frijters; Ad Maas; Jan (Dimitri) van Toren. Foto: Kees van Overbeek. Als u meer namen kent dan voor de stadsgeschiedenis graag melden aan bovenstaand adres.

 

 

De Dieststraat en omstreken

Het is een avond van de herkenning. In een stampvolle Posthoorn is het genieten geblazen. Met bijna 200 deelnemers is het mudvol, maar niet zodanig dat er geen doorkomen aan is. De redelijk vrije doorgang verhoogt de gezelligheid, omdat men kan samenzijn zoals het moet, door dan is bij deze te zijn en dan bij een ander. Maar… niets is verplicht. En zo zien we een groepje vrouwen - alsof de mannen niet meetellen - naar hartelust met elkaar kletsen. Ik laat me vertellen dat mevrouw Ausems de Winter en haar vriendin mevrouw Bastiaansen-Mols hiervan het middelpunt zijn. Op zich is hun aanwezigheid van waarde. De parochie Gerardus Majella sloot binnen haar grenzen alle straten van de buurt, maar ook de panden van beide zijden van de Haagdijk en aan het eind van de Haagdijk eindigde de parochie in ellipsvorm. Het Dieststraatje en Andreaspleintje inclusief de populatie van oudsher vielen onder de Gerardus Majellabuurt en bijna alle jongens uit dit deel van de stad gingen naar de Petrus Canisiusschool! Het is dan van belang te vertellen waar de jongens van de Middellaan en de Leuvenaarstraat naar toegingen en dat was de Babaraschool van meneer Walter Cantrijn.

 

 

De dirigent Leo Cantrijn

Tot grote verrassing van velen geeft op de reünie zijn broer Leo Cantrijn, de dirigent van het Gerardus Majellakoor, acte de presence. Hij herkent enkele jongens en heeft er een genoeglijke samenspraak mee. Het ligt voor de hand dat hij zoekt naar zijn vroegere oogappel. Dat is Daan Schrijvers, de legendarische verdediger van NAC, DWS-A en Oranje. Maar nog 's middags heeft Daan zich bij het comité afgemeld. Door ziekte zijn er nog een tiental afmeldingen waaronder van Tiest van Dongen, de uiterst sympathiek voetballende NAC'er. De vertrouwde gezichten zijn er natuurlijk ook. Ik noem er enkelen: de biljarter Jan Gisbergen die de rolstoel uit is. En met een stok loopt. Een bescheiden man met een fraaie sportcarrière op zijn naam aan het biljart. En om die reden gevreesd in de stad toen wedstrijdbiljarten van café De Gek, Janus van Duuren tot aan Simons nog een van de belangrijkste sporten was. We zien ook weer de drie Musketiers, de drie gebroeders van de Corput. Kees Bouw die de foto's boven water heeft gehaald waarop Frans Ruskus bij het vrouwenvoetbal op De Gasjes is te zien in een uitmuntende rol van Charel Chaplin, inclusief de witte anjer in zijn revers net als Prins Bernhard. Janus van Hooijdonk, de eerste kraker van Nederland opent overal gesprekjes en zonder Jan en Frans Lokhoff, die met technisch vernuftig spel op het middenveld de voetbalvereniging Bredania op Boeimeer (waar door de week een witte schimmel het gras opvrat bij gebrek aan een grasmaschien), zou de Gerardus Majella reünie niet compleet zijn. Een gul applaus oogsten Bertus de Laat en zijn vrouw Annie. Zij zijn de mensen van het 1e uur die de binnenstadsreünie rond de Majellakerk met veel inzet van de grond hebben getild.

 

 

achterom

 

De Achterom.

Foto: Stadsarchief.

 

 

De solo van Daan Schrijvers

Daan Schrijvers is herstellend van twee operaties aan de longen. En het zou ook geen Gerardus Majella reünie zijn als niet alle deelnemers, inclusief meneer Cantrijn, de zanger met de sopraanstem, een spoedig herstel zouden toewensen. Het is eigenlijk erg jammer dat Leo Cantrijn (dirigent van 1937-1954) zijn zanger zo is misgelopen, maar misschien kan ik het iets compenseren door de lezers erop te wijzen dat Schrijvers geniaal kon voetballen, maar dat hij een stampvolle kerk met kuchende mensen (er was geen centrale verarming) en schuifelende voeten (om de tenen tegen bevriezing in beweging te houden) muisstil kon krijgen. Hij was de jongen die met Kerstmis zo solo zong dat de herders in de stal uit eerbied nog dieper naar het Jezuskind bogen. Als Daan soleerde dan keek een meisje van zijn leeftijd op wie die jongen met dat pikzwarte haar kon zijn. En als Daan “hier lijdt dat kindeke al in de kou” over het kerkvolk strooide, zo mooi en argeloos voor zo'n leuke boef van de Majella, dan kreeg iedereen het warm en benauwd en de vrouwen van de Gampel lieten hun tranen gaan. En de rooie Dien had het niet meer. Ze ging per ongeluk twee keer ter communie, maar stak voor het oog van de kerk een kaars aan, suggererend dat ze dan zelf maar vuur maakte.

 

 

Het stilleven

Geheel ongemerkt gaan de kerkelijke hoogtijdagen zèlfs tijdens de reünie niet aan de deelnemers voorbij. Want in zijn openingswoord merkte Henk Willemsen op dat de organisatie - zijnde goed katholiek - er wel op had gelet dat het geen halfvasten was en NAC niet thuis speelde, maar zij de Paaszaterdag over het hoofd had gezien. Henk maakt zijn excuus daarvoor en verwelkomt speciaal de familie Van Hooijdonk (met een emigrant uit Canada die eerder is vertrokken om erbij te kunnen zijn), kinderen van huisschilder en kunstschilder Van Hooijdonk die “tien man sterk” aanwezig zijn. Een emotioneel hoogtepunt is dan de overhandiging van het bij Henk Willemsen in bezit zijnde schilderij van Van Hooijdonk - een stilleven - dat een van de kinderen van de familie in ontvangst neemt. Ooit had met het schilderij Van Hooijdonk kleermaker Willemsen betaald, volgens gebruik en gewoonten van ruilhandel in die tijd en nu is het weer op de plaats waar het vandaan komt!

 

 

De loper van de buren

De kritiek op de gedeeltelijke sloop van de Gerardus Majellawijk jaren tachtig, klinkt ook deze avond hier en daar in een groepje door. Over de sloop zegt het jubileumboek “thuis bij de Sint-Josephwoningbouw, 75 jaar woningbouwverenging Sint-Joseph in Breda,” onder het hoofdstuk: “van Gampel naar Gerardus” het volgende: “Voordat de bewoners van het laatste sloopgebied in de Gerardus Majellabuurt in 1982 de sleutels van hun nieuwe woningen kregen, was er heel wat water door de Mark gestroomd. De oude volksbuurt naast de Seeligkazerne was er een met reputatie… Ons kende ons… Generaties achtereen bleven er wonen. Het leven speelde zich goeddeels op straat af… De Gampel was een hechte gemeenschap, waar lief en leed werden gedeeld, waar vuisten spraken als argumenten te kort schoten. De loper voor de buren voor het slot van de deur, die op elkaars huis ‘pasten,’ indien nodig, pastte in de sociale cultuur. Hoe men ‘op straat leefde’ brengen Henk Willemsen en de onzelfzuchtige Kees van Overbeek, die het vele secretariaatswerk voor de reünie heeft verricht, zonder enige aandacht te vragen, in herinnering met een voorbeeld. Men zette niet alleen de stoel voor de deur. Men ging als kind al over het pad van een ander. “We waren altijd te laat voor school,” vertelt Henk Willemsen “en dus kozen we de kortste weg vanuit de Koningstraat. Die was over de oud papierhandel van Frans Bouwmeester sr., de doorsteek naar kolenhandel Frans van Gastel en hup stonden we bij Joop Korebrits in de Nieuwe Huizen.” Dat Kees van Overbeek aanvult dat ze niet alleen de kolenbats (schop) achter zich aankregen, maar ook de hond, die soms lelijk beet, ontlokt bij Henk de grijns van herkenning.

 

 

oranje nassau pleintje

 

Oranje Nassaupleintje

Foto: Stadsarchief.

 

 

Kapper Jongenelen

Andere karakteristieke buurtbewoners passeren de revue zoals kapper Jongenelen. Toon Schriks, de artistiek tekenende broer van Nelleke Schriks (moeder van het gezin na de Vlucht op 12 mei 1940, waarin háár moeder het leven liet!) ging natuurlijk ook voor een knipbeurt naar Jongenelen, de gebroeders Pelkmans en op een rijtje op de Gravenstraat: Cor Kievits, Bertus de Laat, Jan Michielsen en Henk Willemsen. Want als de een was geweest dan moest ook de ander! Jan Kools uit dezelfde straat keepte toen al in het eerste van NAC en hij vroeg dan: “heeft Jongenelen jullie geschoren of gebrand?… Dat haar groeit nooit meer aan.” Rijpert de begrafenisondernemer uit de Nieuwe Huizen, die zich uit de bureaucratie en bevooroordeling van de kerk zelfstandig omhoogwerkte, had nog een baan bij de gemeente Breda: insectenbestrijder en verdelger. Hij was heel secuur. Henk heeft eens gezien dat hij door een huis op een beestje jaagde, omdat hij wist dat het aanleg had om zich met andere microben te vermenigvuldigen. “Die vreemdganger moet ik hebben!,” sprak hij altijd vurig. Na het openingswoord van Henk Willemsen wordt de fantastische avond opgevrolijkt door muziek en zang van Bert van Gageldonk en Rieki Verkooijen-Puffer. Frans Bouwmeester van wie Marco van Basten heeft gezegd “dat hij de beste linksbinnen allertijden is geweest” is al gauw middelpunt van een aantal medebewoners. De wedstrijd in het Feijenoord stadion op het door ijs verharde veld is nog altijd een stevig Bredaas onderwerp. NAC verloor met 10-0. Adje Jobse is een van de eerste aanwezigen. Een gezellige gast! Op de lijsten van degenen die zich hebben aangemeld zie ik ook de naam van Arnold Pauly. Wij zeiden altijd “Nol.” Je ziet de namen terugkomen op geboortekaartjes. Kees, Koos, Nol. En Nol die kon eronder schoffelen op de Gasjes. Hij werd bevriend met mijn broer Kees, die pater wilde worden. Maar hij is niet gewijd. Hij wilde het zijn “op blote voeten” en zo'n orde, die bestond niet!

 

 

De Montigny wilde ijsvoetbalschoenen

Lag die 0-10 nu aan de schoenen of is het een sterk verhaal? Jan van Hoogenhuizen zei ooit tegen mij: “Die wedstrijd waren Moulijn en Bouwmeester niet te houden, ook niet in de Sahara. Ze wervelden en draaien, kapten en schoten.” “Ik had er al een achter mijn oren toen ik Peter van der Merwe net had vervangen,” getuigt Joop Korebrits die nu, in zijn vorm toen, een degelijke sluitpost in het NAC-team zou zijn. Is het een beetje vulling in de lokale pers? Niet helemaal! Het NAC-bestuur nam de situatie heel ernstig op. Secretaris De Montigny ging naar Peeters Sporthuis en gaf de opdracht zo snel mogelijk ‘ijsvoetbalschoenen’ te bestellen. “Ik heb Adidas, Puma en stad en land afgebeld voor aangepast schoeisel op hard terrein. Ik kreeg ze binnen met gummie noppen over de hele zool. Ik had het allermodernste ingekocht.” Met die schoenen won NAC de week erop van Heracles met 5-1. Louis Peeters meent dat je met die schoen gerust over beijzelde straten kunt gaan maar hij is de handel uit. En zo genereert de Gerardus Majella/Oud Boeimeer reünie contacten en verhalen. Verhalen die de stad verbinden en de Gerardus Majellawijk gaat leiden naar de 5e reünie in 2010.

 

 

Door familieomstandigheden kon ik niet op de reünie zijn. Ik hoop dat ik er toch goed over heb verteld. Ik hoop ook dat u als medebewoners aanwezig bent bij de presentatie van mijn nieuwste boek "Stadshelden," "het Breda van weleer nummer 3," november 2008. Schriftelijke reacties kunt u sturen naar de redactie van de Bredase Bode, postbus 22, 4880 AA in Zundert, o.v.v. het Breda van weleer. Rechtstreeks: redactie@vorsselmans.nl

 

 

 

 

Een bijdrage van Kees Wittenbols.

 

7 april 2008

 

Home

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN