logo (4)

 

Het leven is belangrijker dan het leed

 

 

jan dosker

 

 

Jan Dosker: “Ik heb me vaak gestoord aan mensen die hun eigen verdriet proberen uit te vergroten.”

 Dan dacht ik: je moest eens weten.

 

 

VUGHT - Zijn moeder was op slag dood.

Twee broers stierven binnen een dag.

Een van zijn zussen liep zwaar hersenletsel op.

Het granaatvuur met die gevolgen speelde zich voor zijn eigen ogen af.

Een oorlogsdrama dat hem, twaalf jaar toen, een trauma voor het leven had kunnen bezorgen.

 

 

Maar zo liep het bij Jan Dosker niet. Waarom niet? Hij kan er zelf, op de bank in zijn Vughtse flat, geen slag naar slaan. “Ik heb de draad gewoon opgepakt. Niet zeuren, maar doorleven. En ik heb het daarna best goed gehad. Dat helpt natuurlijk ook.” Vele 4 mei-herdenkingen heeft hij in zijn gevulde carrière ‘afgewerkt.’ Maar nooit deed Dosker (75) daar zijn persoonlijke oorlogsverhaal uit de doeken. Op één keer na, toen hij burgemeester in Dongen was. Maar niemand kreeg te horen dat de jongen van twaalf, die hij toen in een toespraak ten tonele voerde, zijn naam droeg, totdat hij aan het slot zei: “Die jongen was Jan Dosker.”

 

Februari 1945. Roermond ligt nog in bezet gebied. Zware gevechten zijn op til. De Duitsers bevelen evacuatie. De moeder van Jan Dosker en haar vijf kinderen gaan op transport. Vader Dosker, courantier in de Limburgse bisschopsstad, is in bevrijd gebied na een vlucht uit Kamp Vught. Hij is daar vier jaar geïnterneerd geweest. Het noorden van het land is voor de evacués de bestemming. De goederentrein gaat via Duitsland. De Roermondenaren zitten met tientallen opeengepakt in de wagons. In de middag van 8 februari staat de trein vanwege een locomotiefwissel op een zijspoor in Hamminkeln, bij Wesel. De meeste Roermondenaren blijven bij of in de trein. Maar een groepje gaat op zoek naar drinken. Jan Dosker is daar bij. “Ik was met één natte vinger te lijmen.” Bij een huis in de buurt worden kannen met koffie gevuld. Half vijf. De andere evacués zijn weer in de wagons gestapt, omdat de trein op punt van vertrekken staat. Dan breekt de hel los. Friendly fire, per abuis. Engelse jachtvliegtuigen werpen splintergranaten boven de trein af, keren om en nemen ook nog eens uit de wagons gevluchte mensen onder vuur. Jan vindt in de bosrand zijn broer Kees. Oudste broer Wim en de zussen Janny (lichtgewond) en Ria (met dertien granaatscherven in het hoofd) liggen in het gras langs de spoorlijn. “Ik ging onze wagon binnen. Een granaat was precies daar ontploft en had een enorme ravage aangericht. Er was niemand meer. Alleen moeder lag er nog, op haar zij, de ogen geopend. Ik knielde bij haar neer.”

 

Jan Dosker wordt onder zijn hoede genomen door een Roermondse familie. Een dag later is hij in Leeuwarden, waar hij liefdevol zal worden opgevangen. Hij weet dan al dat behalve zijn moeder ook Wim is omgekomen. In de Friese hoofdstad verneemt hij ook het verlies van Kees, zijn speelkameraad. “Dat greep me aan. Dat was te veel.” Voor dat moment dan. Want misschien, zegt Dosker nu, stapte hij onbewust al snel daarna in de voetsporen van zijn vader. Die ging na de oorlog ook niet bij de pakken neerzitten: de Maas- en Roerbode moest weer draaien. “Natuurlijk was het zwaar. Maar een kind vergeet ook makkelijk. En het leven is zoals het is. Je kunt ook zeggen: de schouders eronder. Op zich een plezierige instelling. Ach, die heb ik ook maar meegekregen...” Hij heeft naar eigen zeggen een welbesteed leven gekend. Leuke studietijd, een fijn gezin, op z'n 33e al burgemeester. Goed gezond en nog zeer actief nu hij 75 is. Veertig jaar lang was hij een bestuurder ‘in hart en nieren.’ “Ze konden me overal inzetten. Ik ambieerde dat ook.” Niks trauma. Ieder huisje heeft z'n kruisje. Nooit gleed de schaduw van de gebeurtenissen op die februaridag in 1945 over zijn doen en laten. Ook niet op een dag als 4 mei.

 

In september vorig jaar ging hij voor de eerste en enige keer terug naar Hamminkeln. Indirect daartoe aangezet door een journalist van de Leeuwarder Courant, die op het spoor van zijn verhaal gekomen was. Herkend had hij er niet veel meer. En of het emotioneel was? “Ja en nee. Je probeert die flits weer op te roepen en dat lukt dan voor een deel ook wel. Maar triest werd ik er niet van.” “Het is goed dat ik er geweest ben,” was wel de slotzin van een relaas dat hij schreef voor familie- en vriendenkring. Die zo toch nog wat meer zicht kreeg op wat Jan Dosker lang voor zich had gehouden. Wat was zijn leed nou ook, vergeleken met dat van zoveel anderen? Van mensen die voor het leven getekend waren, zoals zijn jongste zus? Of de bevolking van landen in oorlog waar de ellende nooit ophoudt? “Je moet je leed niet koesteren en zeker niet etaleren. Ik heb me vaak gestoord aan mensen die hun eigen verdriet proberen uit te vergroten. Dan dacht ik: je moest eens weten. Misschien is al die tijd zwijgen ook wel een reactie daarop.”

 

 

 

Jan Dosker:

 

Geboren in Roermond, 23 september 1932. Was kabinetschef van de burgemeester van Breda, van 1961 tot 1966. Burgemeester van Heesch, van 1966 tot 1977. Burgemeester van Dongen, van 1977 tot 1997. Waarnemend burgemeester van Moergestel, van 1994 tot 1997. Waarnemend burgemeester van Geertruidenberg, december 1999 tot oktober 2002. Waarnemend burgemeester van Maasdonk, oktober 2002 tot maart 2003. Waarnemend burgemeester in Oirschot, december 2005 tot april 2006. Woont met zijn vrouw in Vught. Is nog actief in allerlei hobbyclubs.

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

5 mei 2008

 

Home

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN