Bron: www.bndestem.nl

 

Het onbevaarbaar stuk van de Mark

 

 

bovenloop

 

Een zondagmiddagje op de bovenloop van de Mark, rond 1920.

Foto: Museum Paulus van Daesdonck.

 

 

Eind januari besteedde ik elders op deze site aandacht aan de expositie die het Heemkundig Museum Paulus van Daesdonck in Ulvenhout dezer maanden aan de rivier de Mark schenkt.

 

In het bewuste artikel kwam onder meer de allengs teruggelopen bevaarbaarheid van de Bredase ‘levensader’ aan de orde. Dat nu heeft Bredanaar A.L. Schets aan het werk gezet. Hij nam het (mij onbekende) boek van de Hoogstraatse heemkundige Robert Havermans (De Mark, uitg. Haseldonckx, 1973) ter hand en concludeert daaruit stellig, dat de Mark tussen Breda en Hoogstraten ‘niet bevaarbaar’ was. Nu schreef ik dat Hoogstraten vanuit zee tot circa 1500 over de Mark bereikbaar moet zijn geweest, maar Schets gaat niet verder terug dan tot halverwege de 16e eeuw. Bovendien verdient de term ‘bevaarbaar’ wel wat nadere definitie. En de vraag blijft - althans op grond van zijn aan Havermans ontleende bewijsvoering - of hij het onbevaarbare riviertraject niet beter tot Ulvenhout-Hoogstraten kan beperken. Maar interessant is het zeker. Schets begint in de 19e eeuw. In 1816 zou een proef zijn gedaan, om te zien of er vaten bier over het water van Meerseldreef naar Ginneken en Breda gevaren konden worden. Die boot was tien meter lang en drie meter breed. De suggestie is dat de Mark zo ondiep was, dat de bierboot op de bodem bleef steken. Proef mislukt, evenals een poging in datzelfde jaar om twee bomen naast elkaar door de vele meanders te manoeuvreren. Althans, let op de nuance, het was ‘nauwelijks mogelijk.’

 

 

image037

 

De Mark (Bovenmark) tussen de Duivelsbruglaan en Koningin Emmalaan – Breda

(Foto: Kees Wittenbols – 1 september 2008)

 

 

Volgens een peiling uit 1825 was de rivier tussen Breda en de Duivelsbrug (hier hebben we dat bewuste traject) wel bevaarbaar, maar stond er tijdens de voorgaande zomer maar hier en daar zo’n dertig centimeter water. Voor een stukje roeien hoeft dat nog geen probleem te zijn, maar met een stel bierfusten aan boord kan zoiets inderdaad ongemakkelijk uitpakken.

 

Vervolgens scheren we met Havermans en Schets aan het roer over het water van de tijd, naar de periode dat Willem van Oranje nog op het Kasteel woonde. In 1554 waren de heren van Breda en Hoogstraten in een proces over eigendom en gebruik van de Mark verwikkeld. In de stukken wordt vermeld dat de bruggen en wat daar verder voor doorging, zo dicht boven de rivier lagen, dat een beetje boot er niet onderdoor kon. Bruggen en vlonders ‘dwarsboomden’ zogezegd de bevaarbaarheid op een even vervelende manier als de geringe diepgang van de Mark. Andere gesignaleerde obstakels golden de smalle oevers, zandbanken en meanders op het stuk tussen de Galdersebrug en de hoeve van Schoonhoven. En ook toen werd er al melding van gemaakt dat de bovenloop in regenarme perioden plaatselijk droogviel. De heer van Hoogstraten was, blijkens de processtukken, genoodzaakt zijn over water aangevoerde bouwmaterialen bij de Buystelberch (Ulvenhout) uit de boten te hijsen en over de weg verder te vervoeren. Schets ziet hier een parallel met de observatie van oud-stadsarchivaris Frans Brekelmans dat boten met mest en stro vanuit Breda ook niet verder kwamen. Dan kun je de biertonnen maar beter meteen vergeten.

 

 

Zie ook:

 

Het fietspad langs de Mark

Ulvenhout in beeld

Meersel Dreef in beeld

 

 

13 maart 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN