Bron: BN-DeStem

 

Het recht van de grootste bek

 

 

bek

 

 

“Als mijn broer sterft, maak ik jou ook dood.”

 

Zoiets moet de Marokkaanse jongen hebben geroepen naar de ambulancebroeder

in Amsterdam die zijn neergestoken broer probeerde te redden.

 

 

Steeds meer hulpverleners en bestuurders krijgen te maken met agressie en bedreigingen. Dat is deels te verklaren door de groeiende hufterigheid in de Nederlandse samenleving, zegt socioloog en bestuurskundige Menno van Duin van de Erasmus Universiteit. “Mensen hebben geen geduld meer. We willen niet wachten. En internet maakt anoniem dreigen heel makkelijk. Vroeger moest je een brief schrijven, dat is veel omslachtiger. Vaak was je woede dan al wat gezakt voor je onderaan de brief zat. Wie nu zijn zin niet krijgt, gaat achter z'n computer zitten en ramt er een haatmailtje uit.”

 

Probleem is dat agressie tegen hulpverleners en bestuurders loont, zegt Van Duin. “Onderzoek wijst uit dat mensen in een flink aantal gevallen toegeven aan geweld. Dat de brandweer nog een extra rondje omrijdt en agenten en conducteurs zeggen: laat die bon of dat treinkaartje maar zitten. Burgers zien dat en denken: als ik een grote bek geef, krijg ik misschien wel gelijk.” De verruwing is van alle tijden, zegt de socioloog. “Vroeger werden agenten en hulpdiensten evengoed lastiggevallen. Maar het neemt wel toe, zeker in Nederland. De vormende rol van het gezin, de kerk, vakbonden en verenigingen is hier harder weggevallen dan elders. En juist deze instituten hebben een sociale functie, hier werden mensen nog aangesproken op hun gedrag. We zijn doorgeschoten in onze individualiseringsdrang.”

 

Ook criminoloog Frank Bovenkerk constateerde in zijn onderzoek “Bedreigingen in Nederland” dat het verschijnsel sinds de jaren tachtig en negentig flink is toegenomen. Bovendien is de aard van bedreigingen veranderd. “Zo is het afgraven van de voortuinen van politiek ambtsdragers van de jaren zeventig inmiddels vervangen door een krachtig nieuw middel. Dankzij de zegeningen van internet behoort het nu tot de mogelijkheden politici en bestuurlijke ambtsdragers anoniem de stuipen op het lijf te jagen. Het politieke protestkarakter van zulke bedreigingen is op de achtergrond geraakt. Het gaat nu meer dan voorheen om het afreageren van allerlei persoonlijke frustraties.” Opvallend vaak komen de dreigementen van jongeren, de laatste tijd in het bijzonder van Marokkaanse jongeren. Het dreigen zit voor een deel in de Marokkaanse straatcultuur, zegt de Amsterdamse wethouder Ahmed Marcouch. Waar een ander “Ga toch weg” zou zeggen, roept een Marokkaanse jongere heel makkelijk “Ik maak je dood.” Hij bedoelt het niet letterlijk en overziet de gevolgen niet voor de ontvanger van het dreigement.

 

Socioloog Menno van Duin verbaast zich erover dat allochtone jongeren soms trots zijn als ze met het strafrecht in aanraking komen. “Allochtone jongeren hebben weinig ontzag voor gezag. Ze vinden onze straffen vaak een lachertje. Ik hoorde laatst een gesprek tussen twee Marokkanen. De een zat vol trots te vertellen dat zijn broer in de gevangenis zat. Maar vergeet niet, agressie komt ook vaak van autochtone jongeren. En de ruime aandacht voor het toegenomen geweld zorgt weer voor kopieergedrag. Wat je ziet, ga je volgen.” De roep om zware straffen klinkt steeds luider. Sinds vorig jaar is het mogelijk geweld tegen hulpverleners dubbel zo zwaar te straffen. Van Duin ziet daar weinig heil in. “Via onderwijs en opvoeding moeten we agressie tegen hulpverleners en bestuurders bespreekbaar maken. Belangrijk is ook dat we sneller straffen. Nu is de pakkans te gering. Een lik-op-stuk-beleid werkt beter. Als je dit niet meteen aanpakt en bestraft ontstaat er een sfeer dat je er toch wel mee wegkomt. En dat zingt snel rond.”

 

 

 

25 september 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN