Bron: www.bndestem.nl

 

Hier klopt iets niet...!

 

 

De stadshistorie - ‘t staat buiten kijf - mag dan wel van het grootste belang zijn,

maar het kan geen kwaad zo af en toe vast te stellen, dat de in woord

en beeld overgeleverde feiten niet altijd zo heilig zijn als ze soms lijken.

 

 

Want overlevering is mensenwerk en bijgevolg onvolmaakt. Al was het maar door de beperkingen van het medium waarvan de historicus zich bedient - doorgaans het geschreven woord op voor schimmels en vlammen vatbaar papier of perkament. Of door een eigentijds gebrek aan kennis, dat veelal pas door latere generaties kan worden ingezien en rechtgezet. Voorbeeld: als onze voorvaderen exacter hadden kunnen berichten over de bouw en ligging van de middeleeuwse stadsmuur, dan waren onze archeologen nu niet nog steeds naar de fundamenten ervan aan het graven.

 

Vaak is het ook een kwestie van technologie. Bij gebrek aan modernere media - die steeds sneller en massaler de actualiteit verslaan en daarmee de geschiedenis-van-morgen vastleggen - was er in vroeger dagen doorgaans geen sprake van eigentijdse geschiedschrijving. De meeste feiten hebben de oude historici pas zeer geruime tijd na dato vastgelegd - toen de doorvertelde gebeurtenissen uit het verleden alleen nog maar opgeschreven hoefden te worden om echt historisch te worden. Dan kan er wel eens wat fout gaan. Een mooi voorbeeld daarvan is de oudste bekende afbeelding van de Grote Toren op het drieluik van de Niervaert. Op dit altaarstuk - tegenwoordig weer terug in de Grote Kerk - heeft een anonieme schilder omstreeks 1535 in ‘stripvorm’ de legendarische vondst van de wonderhostie van Niervaert (ca. 1300) en de historische overbrenging van dit sacrament naar Breda in 1449 uitgebeeld. De kunstenaar portretteerde evenwel de verkeerde toren, namelijk de huidige Grote Toren, die tussen 1468 en 1506 is gebouwd. Toen de Niervaerthostie op 13 maart 1449 bij de Vismarkt aan land werd gebracht, stond de kleinere, maar verder onbekende voorganger nog acht jaar overeind. De artistieke noodgreep van de triptiekschilder was dus een vertekening van de feitelijke werkelijkheid en een verdraaiing van de historische waarheid. Maar een kunstenaar is natuurlijk geen historicus. Thomas van Goor was dat wél. Desondanks presteerde hij het, om in zijn befaamde geschiedschrijving uit 1744 de 16e-eeuwse Halstraat en St.-Annastraat op een stadsplattegrond anno 1350 in te (laten) tekenen. Om van zijn geheel fictieve Deenstraat verder maar te zwijgen. Nog maller is het levensechte portret van Arnoud van Leuven, heer van Breda van 1269 tot '87. Waarlijk uniek, want de Bredase heren zijn vóór 1378 helemaal niet met hun beeltenis vereeuwigd; en pas een eeuw later gingen hun gezichten een beetje lijken. Arnouds portret werd dan ook rond 1555 geschilderd. Nou ja, portret. Na drie eeuwen wist natuurlijk geen hond meer hoe hij eruit had gezien. Dat gaf wel meteen grotere artistieke vrijheid. Hij werd - destijds niet ongewoon - symbolisch uitgebeeld. Dat gebeurde in opdracht van de Norbertinessen van St.-Catharinadal, die hun 13e-eeuwse beschermheer in een schilderijencollectie wilden opnemen. Zij kregen hun heer Arnoud met het gezicht én de typisch 16e-eeuwse baard- en kledingdracht van een onbekend model. Daar hebben we dus niet veel aan. Maar de zusters waren er vast mee in hun nopjes.

 

 

 

 

23 januari 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN