Bron: www.bndestem.nl

 

Hoogbegaafde kinderen willen

wél graag hun hoofd erbij houden

 

 

BERGEN OP ZOOM - Maartje van 10 uit Ulvenhout legt het wel even uit.

 

 

Vanochtend koos haar groepje bij Bureau Begaafd voor een geschiedenisopdracht, meer in het bijzonder de prehistorie. De opdracht luidt: laat zien op een kaartje waar Stonehenge ligt en waar in Drenthe de hunebedden te vinden zijn. “Nou, dan ga je googlen, je maakt een wordbestand en dat zet je dan om in trefwoorden met plaatjes erbij.” Martin van 9 uit Breda laat het op zijn scherm zien: in het midden staat het woord hunebedden, eromheen de trefwoorden paard, Kelten en Trechterbekervolk. En zoiets heet dan een mindmap. Het betekent dat je een visuele samenvatting maakt van informatie en geen tekstuele of lineaire zoals op meeste scholen gebeurt. Zo’n visuele samenvatting past veel beter bij de manier waarop hoogbegaafde kinderen denken en werken, legt meneer Jeroen uit. “Hoogbegaafde kinderen koppelen een hoge intelligentie aan een vrij chaotische en associatieve manier van denken. Ze willen het nut van kennis ervaren en vanuit een geheel werken. Veel hoogbegaafden denken in beelden en dat doet een beroep op de rechterhersenhelft, terwijl op school vooral de linkerhersenhelft wordt aangesproken. Hoogbegaafden zijn op school daarom snel met hun gedachten naar elders vertrokken. Ze ervaren school eerder als een belemmering voor hun ontwikkeling dan als een stimulans.”

 

Even terug naar Maartje. Ze neemt de tijd om de verslaggeefster bij te praten over haar situatie. Want dat die bijzonder is, wist ze al in groep nul. “Ja, ik bedoel, toen ik vier was dus, voordat ik naar de kleuterschool ging. Ik vond aan poppen en beren niks aan, terwijl andere kinderen dat wel heel leuk vonden. Maar ach, daar raak je aan gewend. Ik dacht dat dit heel normaal was. Toen heb ik een test gedaan en bleek dat ik hoogbegaafd was.” Maartje ging meteen van groep een naar groep drie, maar helaas, helaas, die leerstof was nog steeds te gemakkelijk. “Zo werd ik een beetje lui en een onderpresteerder. Dat is dat je niet je best doet en dat je foute antwoorden geeft omdat je er niet helemaal bij bent. Daarom moet ik nu ook best wel hard werken om straks toch naar het gymnasium te kunnen. Ik wil gynaecoloog worden.” Bij Bureau Begaafd is ze er - voor de helderheid - dus wel met haar hoofd bij. “Om te beginnen ben je niet op school en dat is sowieso al leuk, maar je doet hier dingen die voor jou uitgezocht zijn. Hier moet je nadenken, bovendien zitten de andere kinderen hier ongeveer hetzelfde in elkaar als jij. Je wordt hier absoluut niet gepest en ze begrijpen je grapjes.”

 

De plusklassen in Breda leken haar en haar ouders niks: met tien tot vijftien kinderen te druk en daarnaast te weinig lesmateriaal. Bij Bureau Begaafd wordt in groepjes van maximaal acht gewerkt, maar vanochtend zijn ze met zijn vieren. Allemaal zouden ze wel elke dag wel naar Bergen op Zoom willen komen. “Weet je, de pauzes zijn ook hartstikke leuk hier,” zegt Martin. “Kun je lekker met de Crazy Machines aan de gang, een laboratoriumspel op de computer waar je experimenten mee kunt doen. Maar als ik altijd hier zou zijn, zou ik misschien toch mijn vrienden van school missen.”

 

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Hoogbegaafdheid

 

Iemand met een IQ hoger dan 130 is hoogbegaafd. Naar schatting 2,5 tot 5 procent van de Nederlandse jongeren is hoogbegaafd (38.000).

 

Er zijn zes profielen te onderscheiden:

 

-de succesvolle: hoeft niks te doen, haalt toch hoge scores

 

-de uitdagende: debaters

 

-de drop out: verstoort en presteert gemiddeld of minder

 

-dubbel-etiket: hoogbegaafd plus leer- en/of gedragsstoornis als dyslexie of autisme

 

-de onderduiker: wil niet opvallen, maakt zelfs expres fouten

 

-de zelfstandige: werkt autonoom

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Uitdagingen moeten bollebozen helpen

 

 

Jeroen van Liempt begon zijn adviesbureau voor hoogbegaafdheid eind 2007 vanuit basisschool Lodijke in Bergen op Zoom waar hij onder meer verrijkingstrajecten voor begaafde kinderen opzette. “De vraag naar begeleiding groeit omdat er steeds meer aandacht voor hoogbegaafdheid is. Tegelijkertijd is de onwetendheid groot.” De hoogbegaafde kinderen komen drie uur per week bij hem, onder schooltijd. De 130-norm voor toelating hanteert hij niet zo strikt. “Ouders en school kunnen een kind aanmelden. Ik observeer de kinderen, kijk waar de knelpunten zitten en maak een handelingsplan voor in de klas.” Wat Jeroen zijn leerlingen vooral wil bijbrengen is structuur aanbrengen. “De meeste hoogbegaafde kinderen lopen op de basisschool niet tegen grenzen aan omdat ze de stof niet moeilijk vinden. Dat breekt ze later vaak op. Daarom stel ik hier duidelijke eisen aan ze. Ze moeten een opdracht uitvoeren waarbij hun creatieve denkproces wordt aangesproken, ze moeten samenwerken, de taken verdelen en binnen een bepaalde tijd iets af hebben, inclusief huiswerk. In feite ben ik bezig met een gedragsverandering.”

 

Jeroen van Liempt traint ook leerkrachten in het herkennen van hoogbegaafdheid en het samenstellen van verrijkingsmateriaal waarmee je hoogbegaafden uitdagingen kunt bieden. Richtlijnen vanuit Den Haag voor de begeleiding van deze groep zijn er niet en scholen worden ook niet afgerekend op wat ze voor de doelgroep doen. Maar inmiddels is wel het besef doorgedrongen dat hoogbegaafde kinderen extra aandacht nodig hebben. Het talent van deze kids wordt “niet altijd optimaal benut,” formuleert de woordvoerster van staatssecretaris Dijksma. “Dit kabinet steekt daarom tien miljoen euro in onderwijs aan hoogbegaafden. Dat gaat zowel naar lokale als landelijke projecten. Hoe scholen het maximale uit kinderen willen halen, bepalen ze zelf.” Jeroen noemt hoogbegaafde kinderen “zorgleerlingen.” “Tachtig procent verlaat de school vroegtijdig. Ze halen de opleidingen niet omdat ze nooit geleerd hebben met spanning om te gaan wanneer ze iets niet kunnen. Dat probeer ik ze hier aan te leren door het bieden van uitdagingen, maar ook door het trainen van sociale vaardigheden. In plusklassen en speciale scholen kan dat ook, het is maar waar je voor kiest.”

 

Volgens belangenorganisatie Koepel HB vullen particuliere bureaus - waarvan er naar schatting enkele tientallen zijn - al jarenlang het hiaat binnen het Nederlandse onderwijsbestel rond hoogbegaafdheid op. Voorzitter Ria Havinga: “De overheid investeerde altijd vooral aan de onderkant vanuit het egaliseringsdenken (gelijke kansen voor iedereen, FI). Heel langzaam komt er nu meer aandacht voor de bovenkant. Ik verwacht de komende tien jaar steeds meer initiatieven en dat is goed. Wat de beste aanpak is, individuele begeleiding of een plusklas, is nog niet duidelijk.”

 

 

www.bgfd.nl

www.koepelhb.nl

 

 

 

27 maart 2009

 

Home

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN