“Ik doe stoer, maar lijd onder kritiek”

 

BRON: Brabants Dagblad:

 

Antoine Bodar.

Geboren: Den Bosch, 28 december 1944. Woont, werkt en studeert in Rome.

Studies: perswetenschappen, geschiedenis, rechtswetenschap,

filosofie, kunstgeschiedenis, literatuurwetenschap, theologie.

Priesterwijding: 1992.

Loopbaan: cultuurcriticus, universitair docent universiteit van Leiden,

bijzonder hoogleraar universiteit van Tilburg.

Schreef 12 boeken, 5 publicaties in voorbereiding.

 

 

antoine bodar

 

Antoine Bodar

 

 

INTERVIEW

 

Hij zegt nooit Den Bosch, altijd ‘s-Hertogenbosch.

Alles wat Antoine Bodar zegt, is welluidend. Maar dat maakt de conservatieve priester nog niet bij iedereen getapt.

 

 

 

Antoine Bodar was in 2003 tien maanden plebaan van de Sint-Jan, toen stapte hij op, moe van het gedrein. Met gevoel voor zelfspot (en theater) benoemde hij zichzelf tot “Het monster van de Hertogstad.” Wat ging er mis? Was het decadentie? Gebrekkige communicatie? Was de stad te grof voor de fijnbesnaarde intellectueel? Hoe dan ook: Bodar was terug, zij het even, als vervanger van plebaan Van Rossem. Tot en met vandaag snoof hij drie weken de lucht van zijn geboortestad, 63 inmiddels, maar eeuwig jong.

 

 

Hoe spreek ik u trouwens aan?

“Meneer Antoine? Dat mag ook. Naarmate je meer naar buiten treedt, word je vaker met je voornaam aangesproken. Ik krijg tal van brieven, van gelovigen én van heidenen, met allerhande titels. Professor, Pastor, Doctor en ook Antoine.”

 

U heeft een prachtige website.

“Ja, gemaakt door een orthodox-protestantse jongen. Het meisje dat de site beheert is ook protestants. En de site wordt trouwens betaald door twee orthodoxe protestanten, dus ik ben met die site wel oecumenisch bezig.”

 

In de VS is de televisiekerk populair, is dat niets voor u?

“In de katholieke tongval is dat te populair en te ijdel. Ik hou niet zo van die massale bijeenkomsten, ik hou meer van de ingetogenheid.”

 

U bent toch ook een man van het grote, theatrale gebaar.

“Ik ben anders in de kerk dan erbuiten. Een heilige mis opdragen, het hoogtepunt van onze godsdienstbeleving, doe ik toch graag ingetogen. Niet te creatief. Met goede muziek erbij, maar alles gepast.”

 

We zijn meteen bij het conflict van enkele jaren geleden. Te creatief.

“De kerken zijn om twee redenen leeg. 1. De verburgerlijking. Er is kamerbreed tapijt binnengerold, maar dat hebben mensen thuis ook, die komen dus niet meer. 2.

De eredienst is zo creatief ingevuld dat je vooral de voorganger ziet, maar die moet verdwijnen in het gebeuren, het gaat om Christus. Op televisie moet je de mensen amuseren, maar in de kerk is dat niet aan de orde. En zie: de kerken die ‘creatief’ zijn, lopen leeg, de ouderwetse kerken zitten vol. Vooral eenvoudige mensen voelen zich het meest aangesproken door een hiërarchische kerk.”

 

Uw collega-hoogleraar Rob deWijk schrijft in ‘Toestanden in de wereld’ dat culturen die veranderingen als bedreigend zien vanzelf achteruit boeren. Dat geldt voor de katholieke kerk toch ook?

“Je kunt toch binnen de traditie vernieuwen! DeWijk zal protestant zijn. Protestanten willen altijd gelijk hebben en gaan dus voortdurend uit elkaar. Die zijn zó creatief... Katholieken zijn veel meer een wereldkerk. Ja, u lacht nu… Katholieken zijn van het laisser faire laisser aller principe. Doe maar een dotje. “Katholieken kennen een gezonde spanning tussen de leer en het leven, theorie en praktijk. Een bepaalde groep katholieken, vooral in het zuiden, maakt daar laisser faire laisser aller van, maar ze blijven wel bij elkaar.”

 

Hoe kijkt u nu terug op uw periode als plebaan hier?

“Ik zou twee mensen naast me krijgen, dat is niet gebeurd. Daarom heb ik de eer aan mezelf gehouden. Achteraf gezien, ben ik ben ik misschien te snel weggegaan. Maar dat is de zwakheid van mijn karakter. Ik had me ook meer moeten verdiepen in de manier waarop men hier met elkaar communiceert. Kijk, ik ben weliswaar Bosschenaar, maar ik ben getogen in Bussum en Amsterdam. Daar heb je een ander soort humor, een ander soort ironie, een andere cultuur. Ik kende de mentaliteit hier onvoldoende. Dan zeiden ze: “We zien u nooit op straat, wel op tv.” Maar dat was de afspraak. En ik heb geen tijd om over straat te wandelen.”

 

Bent u ook niet een beetje verwaand?

“Volgens mij niet. Ja, ik weet het, verwaandheid is natuurlijk, dat wordt er altijd achteraan gezegd. Nee, het is zorgvuldig omgaan met je tijd. Het is ook een beetje Hollands, als je boven het maaiveld uitkomt… En ik was geen onbeschreven blad, men had me kunnen kennen met alle nare eigenschappen: ironie, vlegelachtigheid…” De middag loopt ten einde, tijd voor een goed glas wijn. Het gesprek waait intussen alle kanten op, geen onderwerp wordt geschuwd. Het gaat van wielrennen (“ik zie een relatie tussen toegenomen dopingfraude en geloofsafval”) via de figuur van bisschop Hurkmans (“zeer vaderlijk en dat moet een bisschop op de eerste plaats zijn”) tot seksschandalen in de kerk.

 

U heeft de wereld zien veranderen, met name de impact van seks op de maatschappij.

“Ja, vroeger mocht niks, nu kan alles. Ik heb het idee dat het in Nederland nog erger is dan elders, de verseksing van de maatschappij. Als ik laat thuis kom en ik zet de televisie aan, zie ik op de RTL-achtige zenders alleen maar dames en meisjes met een 06-nummer. Ik vind dat de verwording van de maatschappij. We zijn zo hedonistisch geworden… Omdat er geen perspectief meer is op een hiernamaals, willen we nu alles meemaken. Ik wil niet de moraalridder uithangen, maar ik vraag me wel eens af of er niets meer heilig is.”

 

Volgt u de ruzies en rellen in het bisdom?

“Jazeker. Maar wanneer er dingen mis zijn gegaan in een parochie, is het moeilijk dat te herstellen. De bisschopsstaf zal de priester niet gauw afvallen, bovendien gaat het vaak om opvattingen die in de lijn van Rome liggen. Maar je zou meer moeten masseren, mensen tot elkaar moeten brengen. Er is ook te weinig humor. Ik herinner mij de broederschap die in de Sint-Jan op het altaar zit, waar de priester en de acolieten moeten zitten. Ik heb voorgesteld dat wij er naast gaan zitten. Ironie. Vlerkengedrag. Zo zou ik het oplossen. Humor is zó belangrijk… Je hebt rekkelijken en preciezen. Mensen waren boos dat ik bij Jan Mulder op de scooter ging zitten. Maar ik mag mijn ambt niet relativeren, mijn kerk niet, mijn geloof niet, maar ik mag mezelf toch nog wel relativeren!”

 

Het is toch beschamend dat anno 2008 vicaris Schröder geen enkele verklaring aflegt of mag afleggen nadat hij is ontslagen.

“In het algemeen zeg ik: dit is de tijd van de communicatie. Hoe opener je bent, des te beter het is. Ik was ooit depressief. Niet over schrijven, zeiden ze, een priester moet geen zwakheden tonen. Ik heb het toch gedaan. In zoverre ben ik het dus met u eens.”

 

U hebt zelf altijd open gecommuniceerd en daarmee een, laten we zeggen, rekkelijk imago gekweekt. Terwijl u tot de preciezen behoort, de orthodoxen.

“En daar worden mensen dan weer boos over. Vroeger kon ik daar beter tegen dan tegenwoordig, moet ik eerlijk zeggen. Ik doe stoer, maar ik lijd er wel onder, ook omdat mensen doorgaans nogal lomp reageren. De onbeleefdheid in Nederland is erg groot. En dan is het mooi om stout te zijn, maar je krijgt ook klappen.”

 

“Misschien ben ik hier te snel weggegaan, zwakheid van mijn karakter”

“Dit is de tijd van de communicatie. Hoe opener je bent, des te beter het is”

 

 

 

22 juli 2008

 

Home

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN