Bron: www.bndestem.nl

 

In geval van nood

komt de politie altijd

 

 

“In geval van nood komen wij altijd. Honderd procent gegarandeerd.

Dat blijft het uitgangspunt.”

 

“Wij” zijn: politieagenten in Breda en 't Bredase buitengebied.

Paul Martens is de baas van het politiedistrict Breda.

 

 

 

Hij draait er niet omheen: de politie zit aan de grens van haar capaciteit. Ook hier. De gaten in de bezetting hebben gevolgen voor de opsporing, toezicht en handhaving. Onlangs luidde burgemeester van Breda, Peter van der Velden, al de noodklok. In een persconferentie over het mislukte experiment met nieuwe sluittijden in de horeca, bleek het gebrek aan politiecapaciteit één van de harde argumenten om daarmee op te houden. Gisteren kwam daar de politievakbond ACP bij. Die luidt de alarmklok over gebrek aan geld bij de korpsen en dus tekort aan mensen.

 

Martens, nu zeven jaar politiechef in Breda, geeft uitleg. Lang niet alle vacatures kunnen worden ingevuld met nieuwe mensen. Het vak van politieagent is minder in trek. Tegelijk komt er komt steeds meer werk op de agenten af. “De groei van de politie houdt geen gelijke tred met de groei van de vraag naar politiediensten. Er komt nieuwbouw bij Teteringen. Daar gaan mensen wonen. Daar wordt straks ook ingebroken, ook daar krijgen mensen ruzie. Ook daar heb je politie nodig. Maar de uitbreiding van het werk daar gaat niet gepaard met meer menskracht.” Een andere urenvreter in de politieroosters is het evenement. Daar komen er steeds meer van. De stad wil zich graag met massale festiviteiten profileren. Martens: “Ook uit die hoek krijgen wij veel meer vraag. We proberen die evenementen zo tijdig en zo goed mogelijk in te passen. Maar daar zijn grenzen aan.” Dus wordt vaker een beroep gedaan op de organisatoren van Harleydagen, smartlapgezang op de markt en bijvoorbeeld NAC zelf. Dat gaat goed, vindt Martens. “De Harleydag heeft heel veel vrijwilligers. Die mensen zorgen dat bezoek van bijna tienduizenden mensen aan Breda goed verloopt en na afloop schouwen ze de stad. Ik vind dat perfect.” Maar toch: als de mens echt in nood is, kan hij op de politie rekenen. Ook bij een inbraak.

 

Iets anders is aangifte doen. Daarin gaat het meeste werk zitten, vertelt de politiechef. Dus daarvoor komen agenten niet altijd aan de deur. Daarvoor mag de burger ook op afspraak naar het bureau komen. “Dat is dan soms pas een of twee dagen later. Dat blijkt trouwens vaak beter uit te pakken. De mensen hebben, als ze wat later aangifte komen doen, een beter overzicht van wat ze missen. Uitgangspunt is: wat is het beste voor de burger. Maar het kan ook druk zijn. Dan heeft hij er recht op te weten waarom we niet komen.” Om de telefoon en aangiften op te nemen heeft Martens intussen heel wat burgerpersoneel, veelal parttimers, in dienst. Dat heeft twee voordelen: “tachtig procent van alle telefoontjes worden zo direct afgehandeld. En onze agenten zitten uiteraard liever buiten, dus daar hebben ze zo veel meer tijd voor.” Volgens Martens is het in Breda de afgelopen jaren veiliger geworden. Hij baseert zich op aangiftecijfers. Maar is dat een betrouwbare maat? Lang niet iedereen doet aangifte van misdrijven. Martens: “aangiften vormen wel een weerspiegeling van de werkelijkheid.” Het aantal aangiften van diefstallen uit auto's in Breda daalde in enkele jaren van 6300 naar 2800 aangiften. Ook straatroof, overvallen en diefstallen uit bedrijven zijn op hun retour. “Alleen woninginbraken blijven een hardnekkig probleem. Die aantallen stijgen.” Maar ook daar, vindt Martens, kan de burger zichzelf helpen. “We hebben geen maakbare samenleving, waarin nul risico bestaat. Als iedereen nu geen kostbare spullen in z'n auto achterlaat en zijn huis een beetje beveiligt, wordt het nóg veiliger in Breda.”

 

 

 

25 oktober 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN