Bron: BN-DeStem

 

‘Internet’ in de negentiende eeuw

 

 

DONGEN - De wens om over grote afstanden te communiceren is al oud.

 

 

De Grieken werkten in het jaar 1000 voor Christus al met lichtsignalen. Het bericht van de val van Troje zou met vuren op bergtoppen zijn overgebracht. En volgens de overlevering gebruikten de Inca's spiegels om de komst van de Spaanse veroveraars door te geven aan hun hoofdstad. Maar wist u dat Dongen in 1810 al ‘internet’ had? Het was koning Lodewijk Napoleon die er voor zorgde dat er al in 1808 langs de Nederlandse kust een netwerk van 42 seinposten bestond. De posten communiceerden via een semafoor, ook telegraaf genoemd. Het was een vinding van de Fransman Claude Chappe (1763-1805). Al in 1794 bestond er een verbinding Parijs-Rijssel. In 1809 reikte deze hoge snelheidscommunicatie al tot Antwerpen en een jaar later kreeg Dongen een ‘luchtschrijver.’ Dongen fungeerde als tussenstation op de lijn Antwerpen-Amsterdam.

 

 

image054

 

 De ruïnekerk van Dongen

 

 

Dongen was daarmee aangesloten op een netwerk van internationale verbindingen. Het was geen digitaal maar een optisch netwerk. Het zenuwcentrum voor wat betreft Dongen stond op de toren van de Oude Kerk, nu ook bekend als de ruïnekerk, omdat er op een deel van de kerk geen dak meer zit. Wat daar stond was de Chappe-telegraaf. Het apparaat werkte snel. De 220 kilometer van Parijs naar Lille werd in 13 minuten overbrugd. Een koerier te paard deed daar 20 uur over. Het apparaat van Chappe bestond uit een soort juk van gesmeed ijzer, met daaraan twee flexibele armen die door een stelsel van stangen, draden en katrollen met een hendel werden bediend. Het samenstellen van een sein ging net zo snel als een e-mail. Het duurde nauwelijks 20 seconden. De armen van het seintoestel konden 196 verschillende standen weergeven. Met die armen schreef het toestel ‘in de lucht.’

 

In Frankrijk werden dikwijls aparte torens gebouwd om de toestellen hoog te kunnen plaatsen. In Nederland bleek dat niet nodig omdat er, op vaak korte afstand van elkaar, voldoende kerktorens waren. Zo kwam de telegraaf naar Dongen. De toren werd afgeknot en er kwam bovenin een huisvesting voor twee soldaten die het toestel moesten bedienen. De Dongense heemkundige Jan Hessels: “Ja, het was een bemand internet, hè. Ze seinden of ontvingen seinen vanuit de post in Bavel of van de post Sprang-Capelle.” De reikwijdte van het menselijk oog vormde de belangrijkste beperking van het systeem van Chappe. Seinmeesters moesten het van zonnige dagen hebben. De Dongense heemkundige Jan Hessels: “Het seinen gebeurde natuurlijk alleen bij daglicht. En als het mistig was, zagen ze niks. Dan viel alle communicatie stil.” In Zeeuws-Vlaanderen bleek het in 1809 zo vaak mistig te zijn, dat besloten werd de lijn zuidelijker te leggen, op de grens met het huidige Belgisch Vlaanderen.

 

In Dongen functioneerde de telegraaf een paar jaar en raakte vervolgens in het ongerede. Toen een majoor van het Nederlandse leger de oude telegraaflijn Antwerpen-Amsterdam in 1815 inspecteerde, moest hij zich in Dongen met behulp van de pastoor de deur van de seinkamer forceren. Plaatselijke timmerlieden hadden na het vertrek van de Fransen de telegraaf uit elkaar gehaald. Nog altijd dreigde Napoleon, dus wenste Nederland het communicatienetwerk te herstellen. De heropbouw van de post Dongen duurde drie dagen. Overbodig werk, want kort daarop vond Napoleon zijn Waterloo. Koning Willem I besliste dat een investering in het oude seinenstelsel niet meer nodig was. Alle seinposten werden ontmanteld en in onderdelen in magazijnen opgeslagen. Einde telegraafstation Dongen, einde bericht.

 

 

Zie ook: Dongen in beeld

 

 

 

17 september 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN