logo (4)

 

John van Ierland blijft vooral schrijven

 

 

john van ierland

 

John van Ierland: “Als ik schrijf, zit ik in een andere wereld.”

 

 

Hij doet heel veel en hij is heel veel.

 

Docent toerisme en verkeer, carnavalkenner, bestuurder en vierder, voortrekker van de ParaGames Breda, uitgever en vooral schrijver van carnavals- en volksverhalen, sages en legendes in heel Zuidwest-Nederland. Actief en dus bekend Bredanaar.

 

Aan zijn geliefde Breda en NAC wijdde John van Ierland (43) een handvol boeken, maar ook aan Rucphen en omgeving en de streek van 't Merkske tussen Baarle en Meerle. Eerder dit jaar kwam hij in het nieuws omdat zijn bescheiden Van Ierland Uitgeverij samengaat met een andere Bredase uitgeverij, NRIT Media, in de holding Herald Media & Publishers (HMP). In een later stadium wordt ook de eveneens Bredase kantoor- en offsetservice A. Lips in de HMP-holding ingepast. De gebundelde uitgevers zijn ambitieus. Dit jaar willen zij minimaal vijftig publicaties uitbrengen, vooral op gebieden van toerisme, cultuur, kunst, economie, onderwijs en vrijetijdskunde (leisure). Van Ierland blijft kinderboeken, verhalenbundels, romans en de boeken over legendes en volksverhalen en jubileumuitgaven voor bedrijven van hemzelf uitgeven.

 

Wat ben je vooral? Uitgever of schrijver?

 

“Ik ben nu in hoofdzaak auteur. Het zelf schrijven, dat kriebelt constant. Als ik schrijf, zit ik in een andere wereld. Geweldig. Ik ben altijd gek op boeken geweest. En op schrijven: dat begon met stukjes voor de wielervereniging en voor de bode. Kinderboeken, mijn eerste was: ‘Jasper & Jasmijn, De weg naar de stormkaap.’ Bij het uitgeven daarvan ging zo'n beetje alles mis wat er mis kon gaan. Ik dacht: dat kan ik zelf beter. Het uitgeven is dus voortgekomen uit het schrijven, maar mag het schrijven niet verdringen.”

 

Hartstochtelijk Bredanaar?

 

“Geboren – aan de Baronielaan – en getogen. Breda is een ‘hij,’ een vriend van mij. Ik woon sinds een kleine twee jaar in Teteringen, maar heb altijd aan de Grote Markt en de Ridderstraat gewoond. Mijn ouders hadden een café in de binnenstad, de Gast-inn in de Ridderstraat, dat café is niet meer in de familie. Zo is het carnaval mij ook met de paplepel ingegoten, net als de jazz.”

 

Je bent voorzitter en voortrekker van de ParaGames Breda.

 

“In 2005 begon het met de Bredalympics: vijftien sporten voor mensen met een functionele beperking. Om de twee jaar is dat een sportevenement in Breda, sinds 2007 onder de naam ParaGames, in 2009 komt er weer een. Vorig jaar hadden we al 21 deelnemende sporten, inclusief bijvoorbeeld roeien, met een kleine tweeduizend sporters van achttien verschillende nationaliteiten. Wij staan na de Paralympics op de tweede plaats en willen het nu ook graag uitbouwen met WK's. Het is sport op een professioneel goed niveau, wordt een blijvertje en blijft ook aan Breda gekoppeld. Voor mij heel belangrijk, juist ook omdat er zoveel evenementen uit de stad verdwenen zijn. Ik wil Breda weer bestaansrecht geven. De Bavelse Berg kan daar ook aan bijdragen, wij willen straks graag van de faciliteiten daar gebruikmaken.”

 

Waar komt die ‘drive’ vandaan?

 

“Ik kwam op het idee bij een zomerconcert in het Valkenbergpark. Ik zag er twee rolstoelers een balletje naar elkaar overwerpen. Toen ging bij mij het balletje rollen, lukte het de Bredalympics te organiseren en werd ik voorzitter van een leuk bestuur. Allemaal liefdewerk. In januari wonnen wij er de Guus Zoutendijkprijs mee, een landelijke prijs van de Nederlandse Sport voor Gehandicapten (NSG) en de Nederlandse Bond voor Aangepaste Sport. Kijk, dit is het bronzen beeldje dat bij de prijs hoort. In zwembad Sonsbeeck zag ik een jongetje zonder armen formidabel zwemmen. Ik merkte ook de teamgeest bij de sporters. Geweldig vind ik dat. Dat stimuleert, daar doe ik het voor. En ik wil maatschappelijk ook iets betekenen.”

 

Je doet zoveel verschillende dingen, kun je niet kiezen?

 

“Ik kan niet op de bank zitten.”

 

Je bent ook docent aan de Hogeschool voor Toerisme en Verkeer.

 

“Ik kwam daar tien jaar geleden binnen als planner, in de vrijetijdswereld. Daarvoor was ik manager decor bij de Arjan van Dijkgroep. Bij de NHTV ben ik doorgestroomd naar het lesgeven en begeleiden van werkgroepen en projecten op het gebied van marketing, communicatie, financiën en human resource.”

 

En actief bij 't carnaval?

 

“Ik ben bestuurslid geweest bij BCV Kielegat, voor de jeugdactiviteiten en ben via mijn kinderen nog actief bij de Brakkensliert, de kinderoptocht. Ik ben nu nog voorzitter van Dimico, de dinsdagmiddagcommissie, promotie van het carnaval in Breda/Kielegat en de omliggende clubs zoals in Princenhage, Haagse Beemden en Ginneken. Dat ben ik wat aan het afbouwen.”

 

Je had politieke ambities, in het CDA.

 

“Een verkiesbare plaats als raadslid had gemogen. Ik had er tijd voor gereserveerd. Maar ik heb mijn ambities nu bijgesteld en voorlopig in de koelkast gezet.”

 

Je bent gegrepen door sages, legendes en volksverhalen.

 

“Verhalen uit andere tijden, die trekken me heel erg om daar in te duiken. Ze opschrijven voordat ze verloren gaan. Zelf heb ik veel van die verhalen van mijn opa gehoord. Er komt een vervolg op mijn Groot Bredaas Verhalenboek, met opa Guus van Oers op de voorpagina. Hij had een boksschool in Breda.”

 

Wat trekt je aan in die volksverhalen?

 

“Het ongrijpbare, de mystiek. Tegenwoordig hebben we overal wel een verklaring voor. De creativiteit zakt wat weg, vroeger maakten mensen zichzelf vaak een voorstelling van iets dat ze niet direct konden vatten. Schaduwen tussen de bomen, dat werd bijgeloof, witte wieven, de duivel. Zoiets verschilde per streek. Ik hou erg van geschiedenis en het spitten daarin. Klopt, een hang naar oude tijden, nostalgie. Naar dat benauwde wereldje vol angst voor het vreemde. Waarin iemand die anders was al snel raar werd gevonden, een heks.”

 

Hoe kom je aan je materiaal, en wat staat op stapel?

 

“Ik zoek in archieven, in musea, praat met mensen. Speur naar oude boeken op markten en antiquariaten. Ik heb een enorme boekenkast vol volksverhalen. Ik kom met boeken legendes uit De Peel en van rondom het Sneekermeer. Ik wil een serie boekjes met Brabantse monumenten maken. Bedrijven die zoveel jaar bestaan, kloppen bij me aan voor een jubileumboek. Ik ben bezig met Ron Dirven een Bredase opera te schrijven, de Denensage, over de tijd van de Noormannen in Breda. En niet alleen boeken over Breda en omstreken. Ik ben, in samenwerking met de KMA, bezig met een boek over Uruzgan in romanvorm.”

 

Jullie uitgeverijcombinatie is behoorlijk ambitieus.

 

“Dat is zo gegroeid. Ik ben in 2002 echt begonnen met een uitgeverij, in een kantoor aan huis. Ik had een eenmanszaak, met assistentie van mijn vrouw en gaf vijf tot zes boeken per jaar uit. Nu hebben we bij elkaar twaalf man in dienst, zitten al op 43 uitgaven en gaan naar vijftig titels per jaar. Ik had al contact met het NRIT voor toeristische uitgaven, kom ook uit die wereld en ging ook meer richting leisure en sport. We kunnen nu samen de markt beter bespelen, marketen, boekhandels en beurzen bezoeken, scouten.”

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

2 april 2008

 

Home

 

stats count

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN