logo (7)

 

Justinus’ verdwenen slotje

 

 

kerk ulvenhout

 

Grimhuysen (l) kort voor de sloop in 1904.

 Er naast de Schuurkerk, voorganger van de Laurentiuskerk.

Foto: Paulus van Daesdonck.

 

 

De naam Justinus van Nassau, de (enige) bastaardzoon van Willem van Oranje, is altijd verbonden gebleven aan het pand dat hij van 1601-‘21 bewoonde, in de tijd dat hij gouverneur van Breda was.

 

Maar hij had ook nog een tweede woning - op het platteland bezuiden de stad. Aan de bovenloop van de Mark, bij het boerengehucht Ulvenhout op de linkeroever, bezat hij het slotje Grimhuysen. Maar dat kwam later. Keren we eerst nog even terug naar zijn Bredase huis. Voor een ‘dienstwoning’ was het pand op de hoek van het Kasteelplein en de Cingelstraat natuurlijk ideaal gelegen: pal tegenover het kasteel van zijn halfbroer Maurits, wiens belangen als heer van Breda Justinus ook behartigde. Voor beide betrekkingen zat hij daar dus goed. Hij hoefde slechts de kasteelgracht over. In de vroege uren van 4 maart 1590 waren Maurits en Justinus samen Breda binnengetrokken, toen het Kasteel door de Turfschiplist in Staatse handen was gevallen. Maurits, die nauwelijks een band met Breda voelde en er maar hoogstzelden verbleef, had de eens zo trotse hofstad van de Nassaus al snel tot garnizoensstad gedegradeerd. De commandant van het succesvolle turfschip, de Waalse ijzervreter Charles de Héraugières, werd tot gouverneur van de stad benoemd. Het weinig subtiele heerschap bleef tot 1601 in functie. Of de ongelikte beer door zijn aanstootgevende gedrag niet langer te handhaven was, is niet bekend. Afgaande op sommige bronnen, heeft de dood een eind aan 's mans gouverneurschap gemaakt, maar volgens andere heeft de Héraugières nog verscheidene jaren buiten Breda geleefd. In elk geval werd hij door de veel nobelere Justinus van Nassau opgevolgd. De stad herademde en de zeezieke admiraal die landrot was geworden, had het hier als vestingcommandant ook niet al te moeilijk. Breda bleef tot aan het Twaalfjarig Bestand, dat in 1609 begon, buiten het oorlogsgewoel. En toen het dus twaalf jaar vrede was, hoefde Justinus niet binnen de wallen te blijven.

 

 

 

image023

 

Poort van Grimhuysen – Dorpstraat

(Foto: Kees Wittenbols – november 2006)

 

 

Het zal in deze periode zijn geweest (Van Goor maakt er maar summier melding van), dat hij zijn Ulvenhoutse woning aan de Dorpstraat kocht en tot landhuis verbouwde. Omdat er al een gracht omheen lag, werd het ook wel slot Grimhuysen genoemd. Die naam - en wellicht ook de gracht - voeren terug op de bouwer van de oorspronkelijke woning, Jan van der Leck, bijgenaamd Grimhuysen. Hij was leenman én - o, ironie - een bastaardzoon van een vorige heer van Breda: Jan II van Polanen (wiens dochter Johanna al zo jong met Engelbrecht I van Nassau was getrouwd). Deze Grimhuysen was m.a.w. de halfbroer van de stammoeder der Bredase Nassaus. Het goed was echter niet binnen de familie gebleven. Kennelijk heeft Willem van Oranje het bij zijn definitieve vertrek uit Breda in 1581 verkocht. Hoelang Justinus slot Grimhuysen in bezit heeft gehad en wanneer hij er precies woonde, is onbekend. Hij zal het hebben verkocht bij zijn vertrek naar Leiden in het Spínola-jaar 1625. In 1699, toen Ulvenhout zijn eerste pastoor (Judocus Perquin) kreeg, werd het inmiddels in tweeën gedeelde huis voor twee eeuwen pastorie. In 1904 is het gesloopt, om plaats te maken voor de Laurentiuskerk.

 

Zie ook: Ulvenhout in beeld

 

 

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

5 september 2008

 

Home

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN