‘Kanker verbroedert’

 

“dat is eigenlijk best raar”

 

 

florence

 

Een veelbewogen jaar was het voor Florence van Rijsbergen.

 

Ze nam met andere vrouwen - en een enkele man - met een borstkankerverleden

deel aan een - uiteindelijk mislukte - expeditie op de poolgrens.

 

En ze verloor haar oudste zus, aan kanker.

Maar 2009 wordt een veel beter jaar, daar is ze van overtuigd.

 

 

ROOSENDAAL - Ze verheugt zich al op straks.

“Dat ik zó de zee weer kan inlopen, zonder dat de siliconen

uit m’n bikini vallen en de lenzen uit m’n ogen.”

Ja, 2009 wordt háár jaar, gelooft Florence van Rijsbergen vast en zeker.

 

 

Ze vertelt ook waarom. “Ik denk dat ik dan weer een gewoon leven krijg. Ik word 45, denk dat ik weer wedstrijden kan gaan lopen, dat ik weer tevreden kan zijn met m’n lijf en vooral met m’n borstjes, en... wie weet krijg ik dan wel weer een leuk vriendje.” Florence van Rijsbergen, atlete, ex-wereldkampioen zelfs, onderging in 2006 een borstamputatie en diverse bestralingen en chemokuren. Dit afgelopen jaar stortte ze zich in de expeditie Circle 66, over de poolgrens in Groenland. Die internationale expeditie, van vrouwen en ook een enkele man met een borstkankerverleden, flopte door barre weersomstandigheden en een virus in de groep. Een maand na haar thuiskomst stierf haar oudste zus, Irma, aan longkanker. Nee, 2008 was niet bepaald om over te jubelen. Florence sloot het jaar nog positief af, vindt ze, met een borstreconstructie, die ze na enig wikken en wegen toch maar liet uitvoeren. “Aanvankelijk wilde ik stoer doe. Zo van: waarom zou ik dat laten doen, ik heb kanker gehad, een borst is weg, nou én, zo is het ook mooi, er zijn belangrijkere zaken in de wereld... Later dacht ik daar toch anders over. Nu heb ik het maar laten doen en ik ben stikblij.” Op de valreep van 2008 liet ze ook nog haar ogen laseren. “Altijd al een stille wens, nu kwam het om belastingtechnische redenen goed uit. Mensen die me even niet gezien hebben, herkennen me straks niet meer, ha ha.”

 

Florence is weer toekomstbestendig. Zelf zegt ze dat ze nu weer hard op weg is een ‘normaal mens’ te worden. “Iemand die nog steeds ‘gère een bietje’ d’r grenzen wil verleggen, want dat is er de laatste jaren maar bij ingeschoten.” Een understatement, dat laatste. Maar ze laat zich niet wegzakken in sombere gevoelens en medelijden. “Ik laat de rotgedachten niet de overhand krijgen. Dat zit niet in me.” Zo weet ze toch nog kracht uit het afgelopen jaar te halen. “Het overlijden van m'n zus had natuurlijk de meeste impact. Ik heb gesproken op haar begrafenis, wist dat niemand anders van de familie dat zou doen of kunnen. En ik heb samen met m’n dochter gezongen. Tuurlijk wist ik dat ik ook emotioneel zou worden. Maar ik dacht: ik dóe het gewoon. En ik heb ook gezegd dat onze ziekte de onderlinge band, die al goed wàs, nog heeft versterkt. Kanker verbroedert, eigenlijk is dat best raar.”

 

In Groenland kreeg ze diarree en moest ze overgeven. Terwijl buiten de wind gierde en de sneeuw zich opstapelde. “De pitorak-winden: we wisten dat ze er zouden kunnen zijn, maar zó extreem. We hadden twee tenten ingeklapt omdat, als de andere het onder de storm en de sneeuw zouden begeven, we nog wat in reserve hadden. Betekende wel dat ik met twee expeditieleden een andere tent moest delen. Ik zat in het voortentje, met een plastic zak, waarin ik alles moest doen. Naar buiten kon ik niet, want dan kreeg je door de wind de lading die er bij je uitgekomen was, net zo hard weer terug. “En juist toen ze merkte dat ze over het dieptepunt heen was, toen werd de expeditie afgeblazen. En moest ze naar huis. “Verschrikkelijk. Ik wilde op dat moment juist wel doorgaan. Stoppen komt niet in mijn woordenboek voor. M’n eerste gedachte was nog: verdomme, we hebben gefaald. Achterlijke idioot die ik was. Maar ik ben ook zó’n streber.”

 

Achteraf was het een kansloze missie, zo bleek ook uit de documentaire later, uitgezonden op de Belgische tv. “Ja - en ook een teleurstelling - zeker. Maar nu overheerst toch het goede gevoel. Een prachtige ervaring die ik niet had willen missen, zó uniek, het heeft heel wat met me gedaan. De intense contacten met de groep, de prachtige natuur, zó uniek, de aankomst met de helikopter op Groenland, dat was nog het mooiste. De omgang met de eskimo’s die me hun roggebrood met kaas gaven toen ik ziek was, zó lief. De vriendin die ik er aan heb overgehouden, de goede band met Annemie, mijn tentmaatje, ze is haast een zus voor me geworden...” Met Annemie heeft ze zich nu aangesloten bij Outward Bound, een organisatie die zich ook inzet voor de strijd tegen kanker en de leuze voert: “van kanker naar kracht.” Graag zou zij, op bescheiden schaal, datgene willen zijn dat Lance Armstrong in het groot voor lotgenoten betekent. “Hij gaat weer fietsen, ik ga weer lopen. En ik ga met Outward Bound in september de Pyreneeën in. Je zoekt iets dat bij je past. Ik sta er niet dagelijks meer bij stil, maar aan de andere kant: kanker is niet iets dat je zomaar even opzij kan zetten.”

 

 

 

27 december 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN