BN-DeStem

 

Keurmerk tegen handel in slachtoffers

 

 

vermeeren

 

De Bredase letselschade-advocaat Rob Vermeeren

is de gang van zaken in zijn branche een doorn in het oog.

 

 

BREDA - Op Google is het woord letselschade het duurste woord.

De tarieven voor een zo’n vermelding op Google zijn hoog.

 

 

Dat komt omdat er de laatste jaren een enorme handel is gegroeid in slachtoffers. Hun zaken worden bij bossen tegen grof geld verhandeld. Daardoor komen slachtoffers niet terecht bij de beste hulpverlener, maar bij de hoogste bieder. Dat zijn echt malafide praktijken. De Bredase letselschade-advocaat Rob Vermeeren is de gang van zaken in zijn branche een doorn in het oog. Niet alleen hem, ook anderen in de wereld van de letselschade luiden de noodklok. Zoals Slachtofferhulp, de Stichting Ombudsman en de Chronisch Gehandicaptenraad. Zij juichen de komst van een keurmerk voor gespecialiseerde advocaten en schaderegelaars toe. “We willen paal en perk stellen aan die duistere praktijken. Advocaten mogen helemaal geen cliënten kopen,” aldus Jan Jasper Homan van de Chronisch Gehandicaptenraad. En toch gebeurt het, weet Roger de Haan van de Stichting Ombudsman. “De verkoop van cliëntenbestanden is handel in leed. Onbetamelijk en niet in het belang van de slachtoffers. Voor zover advocaten zich hiermee inlaten, is er moeilijk een vinger tussen te krijgen. Onlangs is een bureau failliet gegaan dat slachtofferdossiers verhandelde. Mogelijk komen we zo advocaten op het spoor die zich hieraan bezondigen. Die hebben dan een serieus probleem, de dekens van de Orde van Advocaten zijn hier zeer in geïnteresseerd.” Over het algemeen kopen malafide bedrijven tegen een provisie hun cliënten van dubieuze tussenpersonen, internetbedrijven of onwetende fysiotherapeuten. Mr Vermeeren: “Die fysiotherapeuten weten werkelijk vaak van niets. Die laten hele rekken met folders aanleveren door een bureau, dat zich voor dit soort praktijken leent.”

 

Letselschadespecialist is juridisch gezien een nietszeggende term. Het beroep is volkomen onbeschermd. “Iedereen kan een bord in de tuin zetten,” aldus Vermeeren. Hij schat dat van de slachtoffers van misdrijven en ongevallen vijftig procent zich in het geheel niet laat bijstaan. Dertig procent zoekt zijn heil bij een min of meer willekeurige schaderegelaar of een niet-gespecialiseerde advocaat. En slechts ongeveer twintig procent komt terecht bij gecertificeerde kantoren. Vermeeren: “Vooral bij die dertig procent zitten veel slachtoffers die worden gelokt met misleidende no cure no pay contracten. Dat is misleidend, want als er een aansprakelijke is voor een ongeval, dan hoeft het slachtoffer toch al niets te betalen. Kosten voor juridische ondersteuning vallen onder de schade en moeten daarom vergoed worden door de aansprakelijke partij. Maar wat zien we? Zo'n schaderegelaar bedingt rustig vijftien tot dertig procent van het met de verzekeraar uitonderhandelde bedrag.” “Dat betekent nogal eens dat de onwetende slachtoffers dubbel betalen,” voegt Roger de Haan van de Stichting Ombudsman daar aan toe. “Ze declareren immers ook rustig hun uren nog eens. Die praktijk is alleen in het belang van de schaderegelaar. Daar zijn we echt heel erg op tegen.”

 

Door die praktijken verliezen letselschadeslachtoffers alle vertrouwen in letselschadeadvocaten, signaleert Bredanaar Vermeeren. “Wat is het gevolg? Dat ze straks zelf, zonder deskundige begeleiding, met de verzekeraars van de tegenpartij om de tafel gaan. Natuurlijk bereiken ze dan niet wat een specialist wel zou bereiken. En niet alleen financieel, het vergoeden van letselschade is veel meer dan het verkrijgen van smartengeld. Iemand kan als gevolg van een ongeval blijvend arbeidsongeschikt raken. Dat gaat gepaard met verlies van inkomen en pensioenschade. Ook die schade kan onder de aansprakelijkheid gebracht worden. Net als onverzekerde ziektekosten, hulp- en verplegingskosten en extra loonkosten voor bijvoorbeeld vervangende arbeidskrachten, die nodig zijn om een onderneming draaiende te houden.” Samen met een stuk of twintig collega-kantoren heeft Vermeeren een netwerk opgezet (‘0800-ongeval’) van letselschadeadvocaten die ook snelle begeleiding bij omscholing of re-integratie regelen. “Er zijn bijvoorbeeld slachtoffers die na een ongeval niet meer durven te rijden. Dat is een enorm onderschat probleem. De verzekeraar zegt dan: waarom is dat slachtoffer nog niet aan het werk? Nou, omdat die man of vrouw grote rij-angst heeft. Gelukkig zijn daar tegenwoordig goede therapieën voor. Wij begeleiden mensen daar snel naar toe. Als letselschadespecialist moet je actief zijn. Herstel is vaak belangrijker dan geld. Onze visie is dat we slachtoffers zo goed mogelijk op de been helpen. En wat dan nog aan schade overblijft, moet worden vergoed. Het mag niet zo zijn dat hoe slechter het met de cliënt gaat, hoe hoger de schade is en hoe hoger de vergoeding voor de expert.”

 

Wat niet wil zeggen dat er nooit hoge bedragen uitrollen. “Dat wordt wel gedacht, dat dit in Nederland niet kan, maar dat is niet zo. Smartengeld is bij ons niet zo hoog. Een volledig geamputeerd been levert 40.000 euro op en een volledige dwarslaesie van iemand die alleen nog maar met zijn ogen kan knipperen twee ton. Maar daar kan allerlei andere schade bovenop komen, zoals gederfde inkomsten. Als een jong veelbelovend registeraccountant door een ongeval arbeidsongeschikt wordt, kunnen daar wel degelijk miljoenen uit komen. Geen verzekeraar zal daarmee echter zomaar over de brug komen, daar zul je voor moeten procederen.” “Daarom is een keurmerk voor letselschadespecialisten beslist een stap in de goede richting,” vindt De Haan van de ombudsman. “Al blijft het draaien om de persoon in kwestie. Kaf onder het koren vind je overal, maar dit keurmerk maakt de kans een stuk kleiner.”

 

 

1 november 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN