De krantenadvertenties

van de jaren zestig

 

leren ons dat het leven er niet in álles duurder op geworden is.

 

 

bleuband

 

 

Met bijzonder groot genoegen en een zweem van nostalgie en heimwee, bekijk ik graag de oude krantenadvertenties die Ton Damen bij enige regelmaat plaatst op de site: www.oranjeboompleinbuurt.nl.

 

In het bijzonder de advertenties uit de zogenaamde ‘sixties’ spreken me bijzonder aan, want dat was de tijd dat ik een redelijk besef kreeg wat een en ander zo allemaal wel niet kostte. Natuurlijk vergeet je na tientallen jaren die prijzen en wat je dan denkt dat iets kostte wordt dan maar weer eens duidelijk, als je die oude advertenties ziet en leest. Wat ik nog wél weet was dat het inkomen van een geschoolde arbeider in die tijd tussen de 70 en de 100 gulden netto per week lag en iemand die wat meer tussen de oortjes had opgeslagen doordat hij het geluk had een schoolopleiding genoten te hebben, wel, die kwam dan al gauw aan de 100 tot 150 gulden netto per week. Pas aan het begin van de jaren zeventig werden de lonen enorm veel opgetrokken en uiteraard ook de prijzen.

 

Maar in dit artikel wil ik me beperken tot het begin van de jaren zestig, toen bijvoorbeeld de vakbond nog streed voor de beruchte 85 gulden schoon per week in de bouw. Van die tijd zijn dan ook de advertenties die op de bovenvermelde site te vinden zijn.

 

Enkele voorbeelden: Een Philips tv met een beeldscherm van 59 cm, zwart-wit natuurlijk, daar betaalde je gemiddeld 695 tot 928 gulden voor. Een Renault Dauphine, een kleine Franse vierdeursauto kostte 5.650 gulden en een Engelse Austin A40 deed 100 gulden méér! Kocht je toen echter een kleine Austin-7, de voorloper van de Mini, dan was je ‘slechts’ 4.595 gulden kwijt en zo’n piepklein Fiatje, nog nét niet de kleinste, maar een 600 uitvoering, die deed 4.345 gulden. Een Solex (fiets met hulpmotor), die ging over de toonbank voor 375 gulden en een beetje redelijk fototoestel met niet al teveel toeters en bellen, die kostte toch ook al gauw een kleine 100 gulden. Wat kleding betreft was er niet al teveel te zien, maar een bh deed in die tijd tussen de 8,95 en 13,95, een paar nylons één gulden en dat moest je ook neerleggen voor een pakje shag.

 

Wat ik me ook nog als de dag van gisteren herinner, dat waren de mensen die na de oorlog hier in Nederland gebleven waren. Voormalige militairen en uiteraard getrouwd met een Nederlands meisje. Diverse van die gezinnen woonden in onze buurt en in de jaren zestig kwam voor deze mensen de eerste mogelijkheid de indertijd moeilijke en verre reis te maken als toerist naar hun oorspronkelijke vaderland. De horrorverhalen waarmee ze terugkwamen maakten destijds een grote indruk op mij. Zoals het zovele maanden moeten werken om een bepaald artikel te kunnen kopen. Er werd toen niet verteld hoeveel Zloty’s (Poolse munteenheid) iets dergelijks kostte, maar hoelang men moest werken om een bepaald artikel in bezit te krijgen. En dan werd als rekeneenheid een vol maandsalaris genomen. Toen ik jaren later zelf veel in het toenmalige Oostblok kwam, viel mij deze rekenmethode daar ook al op.

 

En zo gek is deze methode dan ook niet om iets duidelijk te maken. Want wat zeiden ons de kunstmatige omrekenkoersen van Roebels, Kronen, Zloty’s, Forinten, Leva’s en Lei’s? Niets toch? Wat we wél wisten was dat Amerikaanse goederen erg duur waren, want de Dollar stond toen op gemiddeld 3,62 gulden en een Engels Pond was gelijk aan één tientje! En voor een Duitse mark betaalde je slechts negentig centen en een Belgische Frank was ruim zeven centen waard. Maar daar hield onze kennis van vreemde valuta meestal wel bij op. Mét die Oost-Europese rekenmethode krijg je dan ook een aardig beeld van de prijs en inkomensverhouding van toen en nu! Uitgaande van die 85 gulden schoon per week, dat is dan 365 gulden per maand! Dus voor een gemiddelde tv moest je dan ruim 2 maanden werken. Voor een Renault Dauphine, wel dat was ruim 15 maanden zwoegen. Een Fiatje 600 had je dus al na exact één jaar bij elkaar (als je verder dus niets uitgaf!). Een Solex was pas je eigendom na één maand en een paar overuurtjes en een setje damesonderkleding kostte slechts anderhalve dag werken.

 

Maar nu aan de dag van heden. Vandaag mag je een netto loon rekenen voor soortgelijke beroepen, als waar toen 85 gulden schoon per week voor neergeteld werd op zo’n 1.500 euro netto. Hét grote verschil is dat we nu veelal met tweeën werken in één gezin en toen was voornamelijk de man de enige kostwinner. Met een beetje fantasie kun je een auto van toen, die gemiddeld zo’n 5.000 gulden kostte, vergelijken met de kleine auto’s van nu. Een beetje Daihatsu of andere soortgelijke Japanners en Koreanen heb je al voor ongeveer 10.000 euro. En met de ons gekozen rekenmethode komt deze auto dan uit op: ruim 6,5 maand werken. Da’s toch mooi een poosje minder dan destijds voor zo’n apparaat. Een beetje scootmobiel, zonder verplichtte helm, de Solex van de jaren 2000, die kost meer dan een maand werken, want daar betaal je al gauw een dikke 2.000 euro voor, zoniet meer. En een beetje tv kost tegenwoordig ongeveer 300 euro. Dan moet je natuurlijk geen plasma-uitvoering willen hebben en die 300 euro staat dan weer voor nog geen week werken! Was een pakje shag destijds één gulden, dus 1/85 deel van uw netto weekloon, nú kost datzelfde pakje shag 5 euro en dus: (1.500 : 4,3 [weken per maand]  =  348.84 p.w. : 5) = 1/69 deel van uw netto ‘week’-loon.

 

Ondanks uw gevoel zijn shag en sigaretten dus… goedkoper geworden! Al met al, u ziet dat rekenen een kunst op zich is en soms voor verrassende uitkomsten kan zorgen.

 

 

Silvia Videler.

 

28 december 2007

 

Home

 

stats count

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN