Bron: BN-DeStem

 

Kredietcrisis jaren ‘30:

Mannen huilen als kinderen

 

Door: Vroukje Muntjewerff

 

 

werklozen-1

 

Werklozen graven in het Wilhelminapark rioolbuizen in.

 

 

 

werklozen-2

 

Het stempellokaal aan de Oude Vest in 1933.

Foto's: stadsarchief Breda.

 

 

Een jaar na de New Yorkse beurskrach van 1929, loopt ook in

het 45.000 inwoners tellende Breda de werkloosheid snel op.

 

In 1936 - op het dieptepunt van de crisis - is een kwart

van de bevolking door werkloosheid getroffen.

 

Ten minste 11.000 gezinnen ondervinden de crisis aan den lijve.

 

 

De meeste werklozen komen uit de metaal en de bouw, waar veel kleine aannemers failliet gaan. Alleen grote aannemers als Korteweg kunnen het langer uitzingen, al moeten ze accepteren dat hun huizen lang te koop of te huur staan. Korteweg verstrekt zelf hypotheken met lagere rente dan de bank. Kleine baasjes kunnen dat natuurlijk niet. Ook in de jaren ‘30 is er dus sprake van een kredietcrisis. De woningwetbouw komt helemaal stil te liggen want het rijk geeft de woningbouwverenigingen geen leningen meer. De gemeente moet de huur van haar arbeiderswoningen wegens dreigende leegstand verlagen, hoewel er in feite een groot woningtekort is. Gezinnen trekken (blijkbaar) bij elkaar in om de kosten te dekken. Ook kleine ambachtelijke bedrijven komen in de problemen, terwijl de grote, internationaal georiënteerde bedrijven als Etna en HKI de crisis overleven. Wel voeren ze - net als nu - reorganisaties door. Verffabriek Teolin heeft in 1939 nog maar de helft van het aantal werknemers uit 1928 over. In de metaalsector komt de Machinefabriek Breda in moeilijkheden. In 1934 dreigt liquidatie en daarmee het ontslag van honderden werknemers. De directie vraagt B en W om hulp. Maar de mogelijkheden zijn zeer beperkt voor een gemeente. Den Haag staat rechtstreekse steun niet toe, omdat de vrije concurrentie z'n gang moet kunnen gaan. In 1936 komt de oplossing. Het deel van de fabriek op het eilandje in de Mark (nu Markendaalseweg, red.) wordt verplaatst naar de Belcrum. De gemeente koopt het oude terrein om daar later de inmiddels betreurde stadsdoorbraak te realiseren.

 

Het Kwattadrama is een hoofdstuk apart. Met de chocoladefabrieken gaat het door de enorme concurrentie al langer niet voorspoedig, maar de massale werkloosheid leidt tot een verdere daling van de omzet. Om te overleven kiest het bedrijf voor zeer a-sociale oplossing: 300 mannen worden geleidelijk ontslagen en door (goedkope) jongens vervangen. Om - stagnerende - arbeidsonrust te voorkomen, roept directeur Van Iersel weliswaar met bezwaard gemoed, wekelijks drie mannen bij zich. “De mannen, die vaak al twintig jaar bij Kwatta werken, huilen als kinderen en smeken om hen niet te ontslaan, want ze kunnen nergens meer heen,” legt de notulist van een commissarissenvergadering vast. Gezegd moet worden dat de directeur grote wroeging voelde en zich jarenlang - tevergeefs - heeft ingespannen om een vaste verhouding van oudere en jonge(er) werknemers wettelijk geregeld te krijgen. Het probleem bestaat nog steeds. De crisis treft arbeiders en middenstanders het zwaarst. De toenmalige kranten maken er geen melding van, maar straten in de arbeidersbuurten achter de Haagdijk, aan de Vestkant en het Westeinde hebben bijna huis aan huis een werkloze kostwinner en er zijn vrijwel geen sociale voorzieningen. Rond de Eerste Wereldoorlog is er, onder druk van de vakbonden, voor het eerst zoiets als een steunregeling ontwikkeld. Eind 1930 haalt minister Ruijs de Beerenbrouck de door Rijk en gemeente te financieren regeling weer van stal. De steun is alleen bedoeld voor loontrekkers, niet voor failliete of noodlijdende zelfstandigen. Voor hen is er alleen de armenzorg. Net als voor de rijken die hun oudedagsvoorziening in de vorm van aandelen zagen verdampen. Het Burgerlijk Armbestuur heeft een apart beleid voor deze ‘stille armen.’

 

Onder het tweede kabinet-Colijn (vanaf 1933) gaan de ambtenarensalarissen én - tot twee maal toe - de steun omlaag, om uitgaven en inkomsten in balans de houden. Deze zogenoemde gouden standaard wordt in 1936 losgelaten. De gulden wordt minder waard, de export neemt toe en het wordt langzaam iets beter. Steuntrekkers moeten ingeschreven staan bij de arbeidsbeurs. Aangeboden werk afslaan, betekent geen steun meer, zelfs al gaat het om de werkverschaffing. Dagelijks moeten ze tweemaal stempelen om te bewijzen dat ze niet bijklussen. Ook met straatcontroles in de arbeidersbuurten wordt hierop toegezien. In 1938 zijn er in Breda gemiddeld 1638 stempelaars tweemaal per dag op straat. Het massale stempelen veroorzaakt ook overlast. Het stempellokaal van de Oude Vest (nu Houtmarkt; red.) wordt naar de Kloosterlaan verplaatst, nadat de buurman, een speelgoedwinkelier, schriftelijk bij B en W geklaagd heeft over de grote groepen sjofel geklede mannen die dagelijks het zicht op zijn etalage ontnemen, met name aan passerende vrouwen en kinderen...

 

De vrees voor oproer in die politiek toch al woelige jaren is intussen wijdverbreid.

 

In de strijd tegen honger en ellende richten de zusters van het gasthuis aan de Haagdijk elke winter - tot 1940 - een zogenoemde spijskokerij (gaarkeuken; red.) in. Het Nationaal Crisis Comité deelt vanaf 1931 kleren, schoenen en dekens uit. Het plaatselijk comité onder aanvoering van burgemeester W. van Sonsbeeck moet daarvoor geld bij elkaar zien te brengen: collectes, oliebollenacties en de verkoop van speciale crisispostzegels en vrolijke fietsvlaggetjes. Het effect van al die inspanningen is voor de werklozen gering. Alleen grote gezinnen en langdurig werklozen kunnen iets krijgen. Een apart crisiscomité lenigt de nood van kleine zelfstandigen met leningen en met voedsel- en kledingbonnen. De adressen van de noodlijdenden zijn verspreid over de hele stad. Maar nog voor de crisis haar dieptepunt bereikt, besluit minister Romme in 1936 abusievelijk dat de toestand zich heeft gestabiliseerd en dat het crisiscomité dus wel kan worden opgeheven. Als compensatie voor de steuntrekkers lanceert Romme het thans legendarische kwartjesspaarplan. Daarmee kunnen steuntrekkers wekelijks een kwartje sparen. Het door het Rijk verdubbelde spaarbedrag mag dan (enkel) aan voedsel, schoenen en dekens worden besteed. Anders dan bijvoorbeeld in Amsterdam, slaat de spaaractie hier massaal aan. Het overgrote deel van de Bredase werklozen neemt eraan deel. Behalve hun stempelkaart krijgen de werklozen wekelijks een bonnenboekje voor goedkope levensmiddelen. Dat heeft overigens niets met liefdadigheid te maken, maar meer met het wegwerken van landbouwoverschotten. De gemeente houdt de verkoop van deze artikelen zelf in de hand, want anders - is het idee - zou de middenstand er maar mee gaan zwendelen.

 

Verkoop van fietsvlaggetjes en postzegels moet in crisistijd geld opleveren.

 

In 1937 wijst minister Romme (Sociale zaken; red.) Breda aan als landelijke proefgemeente, om de werkloze massa dagelijks met sportieve en culturele groepsactiviteiten van de straat te houden, zo het frustrerende stempelen te vervangen door inspirerender tijdverdrijf en al doende het veronderstelde oproergevaar te bezweren. De vrees voor ordeverstoringen blijkt achteraf ongegrond. Het kwaad komt niet van binnen maar van buiten, op 10 mei 1940. De ironie wil dat de bezetter zo mogelijk nog bevreesder is voor ordeverstoringen en al op 27 mei de stempelplicht afschaft. Na de Duitse inval daalt de werkloosheid. Honderden Bredase arbeiders melden zich om voor de Duitsers op vliegveld Gilze-Rijen te werken, tegen een hoog loon. Na alle jaren van ontbering is dat belangrijker dan de vraag of werken voor de vijand moreel te verantwoorden valt.

 

 

BREDASE CRISISJAREN

 

De huidige economische crisis roept de crisisjaren van de jaren 1930 voortdurend in herinnering. De plaatselijke historica Vroukje Muntjewerff-van den Hul heeft, vrijwel als enige, uitvoerig over de toenmalige Bredase crisisjaren gepubliceerd en heeft daarover nu een boek in voorbereiding. Zij verzorgde afgelopen woensdag een lezing over dit onderwerp op de Bredase Geschiedenisavond.

 

 

 

18 oktober 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN