Bron: BN-DeStem

 

U kent dat vast wel: Mag ik u iets vragen?

 

Publiek kan alleen nog ‘ja’ zeggen

 

 

verkoop

 

Goede doelen werven abonnees en donateurs op straat.

 Met grote hardnekkigheid en tot ergernis van velen.

 Binnenkort kunnen zij terecht bij een landelijk meldpunt over al te opdringerige wervers.

 

 

Nietsvermoedend winkelend publiek is hij altijd net één stap voor. Mark Verheijen observeert ze en slaat zijn slag vlak voordat ze hem kunnen ontwijken. “Ik verkoop niets hoor, maar houdt u toevallig van lezen,” grijnst de straatwerver. “Dan weet ik een plek waar u héél goedkoop boeken kan kopen. U vindt het vast wel fijn om zo geld te besparen. Ja toch?” Zes dagen per week, zes uur per dag, weer of geen weer. Verheijen probeert overal in Nederland consumenten over te halen lid te worden van een boekenclub. Irritant? Verheijen vindt van niet. “Wie heel duidelijk zegt dat hij geen zin heeft in mijn praatjes, laat ik met rust. In alle andere gevallen zorg ik ervoor dat ze niet om me heen kunnen. Aan het eind van het verhaal kunnen ze alleen nog maar “ja” zeggen.”

 

Ze staan door het hele land: straatwervers die voor een krant, boekenclub of goed doel abonnees en donateurs zoeken. De meeste mensen ontkomen er niet aan te worden aangesproken. Steeds meer mensen vinden dat irritant, is de stelling van Ad Pruyn, hoogleraar marketingcommunicatie en consumentenpsychologie aan de Universiteit Twente. “We worden er langzamerhand een beetje moe van.” Ze blijven soms maar volhouden, verzucht Jolijn van der Zande (17). “Eén keer probeerde iemand me zelfs rijlessen aan te smeren. Ik vertelde hem keer op keer dat ik te jong was en nog helemaal niet mócht autorijden. Maar hij bleef maar meelopen.” Mensen hebben haast, schetst Pruyn, ze willen niet met een straatverkoper praten, maar doen dat uit beleefdheid toch omdat hij maar blijft aandringen. “Ze voelen dat ze controle verliezen, omdat iemand anders voor hen bepaalt wanneer ze moeten nadenken hoeveel geld ze een goed doel willen doneren.” Toch zijn er weinig klachten over deze vorm van consumententerreur. Volgens goede doelen wordt er slechts enkele keren per jaar over hun straatwervers aan de bel getrokken. De branchevereniging voor veldmarketingbedrijven DFMA kreeg de afgelopen jaren helemaal geen klachten binnen. Volgens Pruyn betekent dat niet dat mensen zich niet ergeren: “Ze klagen niet omdat ze denken dat het te weinig oplevert. Bovendien ben je vaak net aan het winkelen en vergeet je het ook zo weer.”

 

Kees Wolswinkel, voorzitter van DFMA, stelt dat het meevalt met die ergernis. “De meeste mensen vinden het leuk als er op straat iets te beleven valt, blijkt uit onderzoek. En de meeste straatverkopers zijn niet onbeleefd, dus echt last heb je er niet van.” Veel wervers krijgen een vast salaris, met een bonus per geworven lid of donateur om te stimuleren dat ze actief blijven verkopen. Daarmee loop je het risico dat ze zo graag willen scoren, dat ze van geen ophouden weten, erkent Wolswinkel. “Maar door de bonus laag te houden, worden ze niet echt opdringerig. En dat mogen ze volgens de regels bovendien ook niet zijn.”

 

Sinds twee jaar heeft DFMA een code met gedragsregels waaraan de straatwervers van haar leden, zoals KWF Kankerbestrijding, zich moeten houden. Zo is het verboden een consument twee keer aan te spreken. Als straatwervers echt zo vervelend worden gevonden, dan zou deze manier van donateurwerving niet zo succesvol zijn, stelt Linda Heskes. Zij is verantwoordelijk voor het werven van donateurs voor Oxfam Novib. Het overgrote deel van de Oxfam Novib-donateurs is op straat ‘geronseld.’ Heskes: “We bereiken daarmee vooral jongere mensen die we anders niet bereiken. Je wordt 's ochtends niet wakker met de gedachte: Goh, laat ik vandaag eens donateur worden. Je moet ze persoonlijk aanspreken.” Hoewel Mark Verheijen zelf dagelijks meerdere personen aan een lidmaatschap van de boekenclub helpt, laat hij zichzelf nooit overhalen door een straatverkoper. “Eén keer heb ik ja gezegd,” grinnikt hij. “Dat meisje had zulke mooie ogen, daar kon ik geen nee tegen zeggen. Maar ik doe het nooit meer. Toen ik mijn donateurschap wilde opzeggen ben ik vele malen gebeld of ik écht geen donateur wilde blijven. Dát is pas irritant.”

 

 

 

18 oktober 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN