logo

 

Prinses Máxima heeft gelijk

 

 

Woensdag 28 november 2007

 

Het begrip identiteit is een veelkoppig monster waarvan we steeds

verschillende onderdelen met verschillende groepen mensen delen.

 

 

maxima_609711b

 

Prinses Máxima... dé Nederlandse identiteit bestaat niet...

 

 

De discussie over het wel of niet bestaan van 'dé nationale identiteit' krijgt enigszins het karakter van een 'hype,' maar is wel relevant als onderdeel van het integratiedebat.

 

Ik volg de opvattingen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, die stelt dat het begrip identiteit bestaat uit veel verschillende lagen. Zo zijn Nederlanders in mijn leeftijdscategorie allen deelgenoot geweest van een periode in de Nederlandse geschiedenis die als gemeenschappelijk referentiekader geldt.

 

Slechts een korte terugverwijzing volstaat om beelden op te roepen die voor deze groep mensen onmiddellijk herkenbaar zijn. Die optelsom van gedeelde kennis en ervaringen geldt voor deze groep als iets dat je een gemeenschappelijke identiteit kunt noemen. Voor andere leeftijdscategorieën geldt hetzelfde, alleen komt de inhoud van diezelfde optelsom van kennis en ervaringen maar deels overeen met mijn eigen leeftijdscategorie.

 

Identiteit is geen statisch gegeven maar iets dat zich ontwikkelt in de loop der tijd, er is sprake van een proces van identiteitsontwikkeling. Identiteit kent vele lagen, in ruimte en in tijd. Andere lagen worden gevormd omdat mensen uit verschillende sociale klassen afkomstig zijn en daarbinnen hun eigen codes hebben ontwikkeld, omdat ze verschillende onderwijstypen hebben doorlopen omdat ze dezelfde taal of hetzelfde dialect delen, bepaalde fysieke kenmerken (huidskleur, geslacht) of culturele kenmerken delen, of omdat ze uit een specifieke regio of een ander land komen. Als je als katholiek bent opgegroeid, word je anders geprogrammeerd dan iemand die in een orthodox gereformeerd milieu is grootbracht.

 

En tot slot: hoe dichter het op je huid zit hoe groter de beleving, de gevoelswaarde die een rol speelt. Datgene wat je deelt met familie en vrienden bepalen in hoge mate jouw gevoel van identiteit. Hoe meer 'lagen in ruimte en tijd' we met elkaar delen hoe groter, dieper en vanzelfsprekender het gevoel van gemeenschappelijke identiteit zal zijn.

 

Datzelfde is van toepassing op de positie van migranten en vluchtelingen. De eerste 'gastarbeiders' in de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw die zich hier vestigden hadden niets gemeen met de overige inwoners van ons land. Geen gemeenschappelijke geschiedenis, geen gedeelde kennis (de meesten waren ongeletterd), geen gedeelde ervaringen: niets van dat al. En dus was er geen basis voor gemeenschappelijke identiteit.

 

Nu, veertig jaar later is er sprake van een halve eeuw gedeelde ervaring en kennis. Er ontwikkelen zich onderlinge relaties. En hoewel veel ons nog onderscheidt, kan er een begin van gedeelde identiteit ontstaan. Voorwaarde daarbij is wel dat er sprake is van een positieve grondhouding.

 

Migranten en vluchtelingen die hier komen met het idee dat ze over een aantal jaren toch weer terug zullen gaan of zich afschermen van hun omgeving, ontberen zo'n houding. Er is dan geen basis voor het delen van identiteit. Maar is men van plan zich definitief te vestigen en hier een leven op te bouwen, dan ligt dat anders. En al helemaal is dat het geval bij tweede en derde generatie migranten waarvoor terugkeer al helemaal geen optie meer is. Een goede vorm van inburgering kan dit proces wel degelijk versnellen.

 

Inburgering moet daarbij wel begrepen worden als een 'wederkerig' proces. Ook autochtone Nederlanders moeten het willen en bereid zijn kennis te vergaren over culturele en religieuze achtergronden van migranten en vluchtelingen: als het ware een omgekeerde vorm van inburgering.

 

Het probleem bij de tweede en derde generatie migranten die in een situatie terecht zijn gekomen van uitsluiting, omdat ze in de armoedigste buurten moeten wonen, geen toegang hebben tot de arbeidsmarkt en voor wie perspectief ontbreekt, is dat het hen (logischerwijs) ontbeert aan een positieve grondhouding. Zij krijgen geen serieuze kans in onze samenleving. En daarmee is er geen basis voor een gedeelde identiteit. Deze jongeren hebben geen andere keuze dan hun identiteit te zoeken in datgene wat ze delen met lotgenoten: hun Marokkaan-zijn of Turk-zijn en hun gemeenschappelijke verleden als moslim. Daarbij grijpt men terug op klassiek culturele en religieuze opvattingen en ontstaat een conflictsituatie met hun huidige omgeving.

 

Prinses Máxima heeft dus gelijk: dé Nederlandse identiteit bestaat niet. Het begrip identiteit is een veelkoppig monster waarvan we steeds verschillende onderdelen met verschillende groepen mensen delen. En waarvan de inhoud voortdurend verschuift in ruimte en tijd. Met de toegenomen globalisering heeft het begrip 'ruimte' ook nog een internationale dimensie gekregen en ontstaat een nieuwe identiteit als 'wereldburger.'

 

 

Ad Bijma was tot voor kort directeur van COS Nederland,

landelijke vereniging van centra voor internationale samenwerking.

 

Hij is nu Adviseur Duurzame Ontwikkeling bij Senter Novem en

onder meer bestuurslid van de Multatuli-lezing Nederland.

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

1 december 2007

 

Home

 

stats count

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN