Bron: BN-DeStem

 

Meer dan de helft van alle patiënten

overleeft kanker tegenwoordig

 

 

 

Dat is het goede nieuws.

Zestig jaar geleden bleef nog maar een kwart van alle patiënten in leven.

 

Het succes is te danken aan sterk verbeterde behandelingen

en gedragsveranderingen, zoals stoppen met roken.

 

 

Maar kanker zou geen kanker zijn als er niet ook slecht nieuws was. In 2010 stoot kanker de hart- en vaatziekten van de eerste plaats als doodsoorzaak nummer 1. En het aantal patiënten zal de komende jaren verdubbelen tot 700.000 rond 2015. Voortschrijdende wetenschap en toch een stijging van het aantal kankergevallen, dat klinkt paradoxaal, erkent prof. dr. Anton Berns, directeur van het Nederlands Kanker Instituut in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis (NKI-AVL) in Amsterdam. Het instituut sluit de Week van de Kanker vandaag af met een uitgebreid congres en een open dag. “Je zou kanker een welvaartsziekte kunnen noemen. Vroeger gingen er in totaal minder mensen dood aan kanker. Ze werden simpelweg niet oud genoeg om het te krijgen. De kans op kanker, zeg maar een foutje in je dna, neemt toe als je ouder wordt. We zijn succesvoller in de behandeling. We kunnen meer mensen genezen en vooral ook meer mensen extra levensjaren geven. Kanker verandert meer en meer van een dodelijke ziekte in een chronische ziekte.” Het succes in het bestrijden van de uiteenlopende vormen van kanker loopt sterk uiteen. “De ene kanker is de andere niet,” zegt Berns. “Bij borstkanker en leukemie is veel vooruitgang geboekt, bijna iedereen overleeft zaadbalkanker tegenwoordig. Maar de prognoses voor mensen met darm-, prostaat-, long- en alvleesklierkanker zijn weer vrij slecht. Het is een illusie te denken dat we ooit de oplossing voor kanker zullen vinden. Er is geen magic bullit, daar is de ziekte veel te divers voor.”

 

Het Nederlands Kankerinstituut werd in 1913 opgericht voor ‘lijders aan boosaardige gezwellen.’ In het instituut moest ook ‘een bijzondere studie van den kanker en aanverwante ziekten’ kunnen plaatsvinden. In die jaren was de bestralingsapparatuur duidelijk in opkomst. “Het was de tijd van Madame Curie en Röntgen. Naast chirurgische ingrepen was de hoop gevestigd op bestraling als nieuwe methode tegen kanker. Ze gebruikten radium, zonder enige bescherming voor de patiënt of de arts. Dat is nu ondenkbaar.” Na de Tweede Wereldoorlog kwam de chemotherapie in zwang. “Duidelijk werd dat mosterdgas een gunstig effect heeft op tumorcellen. Ook hiervoor geldt dat de eerste jaren van de chemo nog weinig aandacht was voor de veiligheid. Daar is veel in verbeterd. En nog altijd wordt het meeste succes geboekt met chemo (bij uitzaaiingen), bestraling (bij de lokale aanpak van één tumor) en chirurgie.” In de jaren vijftig tot tachtig stond de wetenschap op het gebied van kankeronderzoek nagenoeg stil. Wel zijn de bestaande technieken verfijnd, legt Berns uit. “Zo zijn er minder verminkende behandelingen. Bij bot- of borstkanker hoeft lang niet altijd het been of de borst eraf. Bij chemo hoef je niet meer per se je haar te verliezen. En bij bestraling van halskanker doen we veel meer om de speekselklieren te sparen. Zo vermijd je dat mensen de rest van hun leven een droge mond houden. Lange tijd was alles er puur op gericht om levens te redden, later kwam er meer aandacht voor de kwaliteit van leven.” De laatste tien, vijftien jaar gaat het opeens heel hard. Er is robotchirurgie (waarbij je niet meer met je mes iemand helemaal hoeft open te snijden), geavanceerde immuun-, stamcel- en hormonale therapie en het arsenaal aan medicijnen-op-maat is sterk uitgebreid. Vooral van stamceltherapie wordt voor de toekomst veel verwacht, maar het duurt volgens Berns ‘nog wel even’ voordat hier echt grote doorbraken in zijn te verwachten.

 

Vooral bij borstkanker is de laatste jaren veel winst geboekt. Een op de negen vrouwen in Nederland krijgt borstkanker. Dertig jaar geleden was het voor bijna drie van de vier vrouwen een onvermijdelijk doodvonnis. Nu overlijdt, op termijn, één op de vier vrouwen. Dat komt door betere screening en door betere, op de patiënt toegeschreven medicijnen. “We weten steeds meer van de genetische eigenschappen van een tumor,” zegt Berns “En dus weten we ook steeds beter hoe we het specifieke foutje in het dna van een individuele patiënt kunnen aanpakken. Met een op maat gesneden medicijn vergroot je de kans op succes en verklein je de bijwerkingen.” Prof. dr. Bob Pinedo, de bekendste kankerspecialist van Nederland die vorige maand met emeritaat ging, hamert op het belang van preventie. “Ik juich het rookverbod toe. Vergeet niet dat roken verantwoordelijk is voor 40 procent van alle vormen van kanker.” Hij is groot voorstander van vroeg-diagnostiek via bevolkingsonderzoek voor een brede leeftijdsgroep. Zo pleit hij bij dikke darm-kanker voor inwendig onderzoek (coloscopie) bij iedereen van 50 jaar en ouder. “Sterfte aan dikke darm-kanker kan zo worden teruggedrongen van 40 naar 5 procent. Berekeningen laten zien dat de kosten van de behandeling van een patiënt met uitgezaaide dikke darm-kanker overeenkomen met die van 1.000 coloscopieën. Minister Bos herhaalde onlangs dat hij deel uitmaakt van een investeringskabinet. Hier ligt de uitdaging. Financieel kan het en ethisch moet het.” www.nki.nl  www.kwf.nl

 

 

 

 

22 november 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN